Ministeriële regeling · BWBR0022370
Subsidieregeling personele gevolgen Wmo
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;
Besluit:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.BussemakerIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS);
- b.
werkgeversorganisaties: Actiz en Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN);
- c.
werknemersorganisaties: ABVAKABO FNV, Cnv Publieke Zaak, NU’91, Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ) en De Unie Zorg en Welzijn;
- d.
overeenkomst: de op 19 juni 2007 gesloten overeenkomst tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en de staatssecretaris van VWS;
- e.
thuiszorginstellingen: toegelaten zorgorganisaties in de branche thuiszorg, verpleeg- en verzorgingshuizen die thuiszorg (waaronder extramurale thuiszorg) leveren;
- f.
thuishulp A: persoon die werkt bij oudere, zieke of gehandicapte mensen die thuis wonen;
- g.
verzorgingshulp B: persoon die het huishouden (deels) overneemt bij oudere, zieke of gehandicapte mensen die thuis wonen en daarnaast een beperkt aantal verzorgende taken uitvoert.
De Minister kan ten behoeve van medewerkers in dienst van thuiszorginstellingen, met name in de functies van thuishulp A en verzorgingshulp B, van wie de arbeidsovereenkomst in 2007 beëindigd wordt of beëindigd dreigt te worden, eenmalig een subsidie verstrekken aan thuiszorginstellingen voor kosten gemaakt of te maken in het kalenderjaar 2007 ten behoeve van onder andere de volgende scholings-, herplaatsings- en mobiliteitsbevorderende maatregelen:
- a.
omscholing, herscholing en bijscholing;
- b.
tijdelijke loonsuppletie ter behoud van het dienstverband;
- c.
proefplaatsing of herplaatsing;
- d.
gerichte outplacementactiviteiten;
- e.
detachering en;
- f.
regionale werkgelegenheidsinitiatieven met bijvoorbeeld het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het Centrum voor werk en inkomen.
Subsidie wordt slechts verstrekt indien:
- a.
sprake is van ernstige nadelige sociale gevolgen, waaronder (dreigend) collectief ontslag, zoals bedoeld in: artikel 53 CAO-Thuiszorg danwel; artikel 2.5 of 2.6 CAO Sociale Begeleiding V&V dan wel; Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO), ten gevolge van een aanbesteding huishoudelijke hulp van een gemeente of samenwerkende gemeenten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, die voor 1 mei 2007 is gestart door middel van een publicatie van de aankondiging tot de aanbesteding;
- b.
scholings-, herplaatsings- of mobiliteitsbevorderende maatregelen lokaal zijn overeengekomen in sociale plannen tussen werkgevers- en de werknemersorganisaties;
- c.
de subsidieaanvrager kan aantonen dat hij overleg heeft gehad met de voor de aanbesteding verantwoordelijke gemeente(n), om te bezien welke (financiële) bijdrage de gemeente(n) kan leveren bij de uitvoering van de scholings-, herplaatsings- of mobiliteitsbevorderende maatregelen, genoemd in onderdeel b en
- d.
de subsidieontvanger kan aantonen dat hij overleg heeft gehad met andere organisaties die een (financiële) bijdrage of ondersteuning kunnen leveren bij de uitvoering van de scholings-, herplaatsings- of mobiliteitsbevorderende maatregelen, genoemd in onderdeel b, zoals regionale arbeidsmarktsamenwerkingsverbanden in de zorg, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het Centrum voor Werk en Inkomen.
Het subsidieplafond voor de uitvoering van deze regeling bedraagt € 20.000.000 voor het kalenderjaar 2007.
De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.
Een subsidie bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke lasten en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke baten tot een maximum van € 3.500 per werknemer.
Een subsidieaanvraag kan tot en met 15 oktober 2007 aangetekend worden ingediend. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Voor de subsidieaanvraag wordt het formulier gebruikt dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd.
De subsidieaanvraag wordt onderbouwd met een projectplan en een begroting.
In het projectplan worden de aard en de omvang van de activiteiten beschreven.
De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten zoals opgenomen in het projectplan. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting. Baten en lasten die door middel van interne doorberekingen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.
Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote lasten tevens subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
De Minister geeft een beschikking op een subsidieaanvraag binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag. Hij laat zich hierbij adviseren door een beheerscommissie, die bestaat uit vertegenwoordigers van partijen betrokken bij de overeenkomst.
De verleende subsidie wordt in één keer bevoorschot in 2007.
De subsidieontvanger zorgt er voor dat:
- a.
de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd;
- b.
te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde baten en lasten kunnen worden nagegaan;
- c.
de doeleinden, gesteld in het projectplan op een doelmatige wijze worden nagestreefd en
- d.
de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd.
De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. In het verslag worden de verrichte activiteiten met de in subsidieaanvraag voorgenomen activiteiten vergeleken.
De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
De Minister kan bij de verlening van een subsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Voor 1 mei 2008 dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling.
Voor de aanvraag tot subsidievaststelling wordt het formulier gebruikt dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd.
De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van:
- a.
het verslag, bedoeld in artikel 12 en
- b.
een subsidiedeclaratie.
De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht.
De subsidiedeclaratie is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een in bijlage 3 bij deze regeling opgenomen modelaccountantsverklaring.
De subsidiedeclaratie gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig het in bijlage 4 bij deze regeling opgenomen controleprotocol.
De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte controle werkzaamheden.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de verleende projectsubsidie minder dan € 125 000 bedraagt.
Binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 15, geeft de Minister een beschikking tot vaststelling.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling personele gevolgen Wmo.