U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2014.

Ministeriële regeling · BWBR0022456

Regeling archeologische monumentenzorg

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 20 augustus 2007, nr. WJZ-2007/32720 (8219), houdende onder meer aanwijzing van een scheepsarcheologisch depot (Regeling archeologische monumentenzorg)Regeling archeologische monumentenzorgDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 51, derde lid, van de Monumentenwet 1988, de artikelen 2, eerste lid, en 24, tweede lid, van het Besluit archeologische monumentenzorg en de artikelen 2, 5a, 5b, eerste lid, 11, vijfde lid, 32, eerste lid, en 48 van het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

Als depot als bedoeld in artikel 51, derde lid, van de Monumentenwet 1988 wordt aangewezen het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Lelystad en Zeewolde.

Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit archeologische monumentenzorg wordt vastgesteld op € 0,50 voor de provincies en op € 2,50 voor de gemeenten.

Het uitkeringsplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit archeologische monumentenzorg, bedraagt voor het jaar 2008 € 2.000.000, voor het jaar 2009 € 2.500.000, voor het jaar 2010 € 1.876.000, voor het jaar 2011 € 2.875.000 en voor het jaar 2012 € 250.000.

Het uitkeringsplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit archeologische monumentenzorg, bedraagt voor het jaar 2013 € 0.

Het uitkeringsplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit archeologische monumentenzorg, bedraagt voor het jaar 2014, alsmede voor het jaar 2015, € 0.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling archeologische monumentenzorg.