Ministeriële regeling · BWBR0022662
Sanctieregeling Iran 2007
Handelende in overeenstemming met de Minister en de staatssecretaris van Financiën en de staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op Verordening (EG) nr. 423/2007 van de Raad van de Europese Unie van 19 april 2007 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (Pb EG L 103);
Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB van de Raad van de Europese Unie van 27 februari 2007 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (Pb EG L 61);
Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2006/795/GBVB van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2006 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (Pb EG L 322);
Gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 3 van de Sanctiewet 1977;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken, M.J.M.VerhagenHet is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, 5, eerste en tweede lid, 7 en 13, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 423/2007 van de Raad van de Europese Unie van 19 april 2007 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (Pb EG L 103).
Een verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien artikel 6, 8, 9, 10 of 11 van Verordening (EG) nr. 423/2007 van toepassing is.
Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen, te leveren, over te dragen aan dan wel te exporteren naar entiteiten of personen in Iran, of voor gebruik in Iran, ongeacht het land van herkomst.
Het is verboden om Iraanse onderdanen toegang te verlenen tot de in de bijlage bij deze regeling genoemde locaties en gegevensbestanden.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een ontheffing van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gespecialiseerde vorming of opleiding aan Iraanse onderdanen te verstrekken, die kan bijdragen aan proliferatiegevoelige activiteiten van Iran en aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens. Het verbod, bedoeld in de eerste volzin, strekt zich niet uit tot bacheloropleidingen, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Een ontheffing op grond van het tweede lid kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
In de bij deze regeling behorende bijlage wordt vermeld op welke gebieden van onderwijs en onderzoek het verbod, bedoeld in het tweede lid, in elk geval betrekking heeft.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid bis, vierde en vijfde lid, artike 5, derde lid, wat betreft transacties, bedoeld in artikel 5, tweede lid onder a, en artikel 6 jo artikel 5, eerste lid onder a, van Verordening (EG) nr. 423/2007 is de minister van Economische Zaken.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, derde lid, wat betreft transacties, bedoeld in artikel 5, tweede lid onder b en c, in artikel 6 jo artikel 5, eerste lid, onder b en c, en in de artikelen 8, 9, en 10, eerste en tweede lid, van Verordening (EG) nr. 423/2007 is de Minister van Financiën.
De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 423/2007 zijn, elk voor het gebied waartoe hun competentie zich op grond van het eerste en het tweede lid uitstrekt:
- –
de Minister van Economische Zaken;
- –
de Minister van Financiën.
Wijzigt de Sanctieregeling Noord-Korea 2007.
Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Iran 2007.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
- –
Installaties van Urenco;
- –
RID en de Onderzoeksreactor (HOR), te Delft;
- –
Installaties en databases NRG (Onderzoeksreactoren (LFR, HFR), te Petten en NEA database);
- –
Kerncentrale in Borssele;
- –
COVRA.
- –
Chemie, specifiek gericht op de ontwikkeling van vaste en vloeibare raketbrandstoffen;
- –
Materiaalkunde, specifiek gericht op de ontwikkeling en behandeling van corrosiebestendig staal en metaallegeringen met aluminium (metallurgie) en de ontwikkeling en fabricage van composietmaterialen (composiettechniek);
- –
Natuurkunde, specifiek betrekking hebbend op (tweefasen-)stromingsleer in relatie tot de ontwikkeling van raketmotoren en kokend water reactoren;
- –
Natuurkunde, specifiek gericht op lasertechnologie zoals toegepast in nucleaire technologie, met name laserverrijking.
- –
Werktuigbouwkunde, specifiek gericht op de ontwikkeling en productie van (onderdelen van) gasturbines en raketmotoren;
- –
Luchtvaart-ruimtevaarttechniek, waarbij alle technieken toepasbaar in raketsystemen relevant zijn;
- –
Productietechnologie, specifiek gericht op technologie relevant voor het ontwerpen en inrichten van productieprocessen voor raketsystemen;
- –
Metaalbewerking, betrekking hebbend op CNC-machines met 3 of meer assen, specifiek betrekking hebbend op de productie van onderdelen bruikbaar in het (uranium) verrijkingsproces of raketsystemen;
- –
Vacuümtechnologie, specifiek gericht op het ontwerpen en fabriceren van apparatuur voor het bereiken van vacuümtoestand voor zover specifiek toepasbaar in het (uranium)verrijkingsproces of raketsystemen.