Beleidsregel · BWBR0022664

Beleidsregel Natuurschoonwet 1928

Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel Natuurschoonwet 1928Beleidsregel Natuurschoonwet 1928

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

In dit besluit is een aantal besluiten over de Natuurschoonwet 1928 (NSW) geactualiseerd en samengevoegd. In onderdeel 6 is een beleidswijziging opgenomen.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag11 oktober 2007De Staatssecretaris van Financiën, namens deze: de directeur-generaal Belastingdienst, J.Thunnissen

NSW: Natuurschoonwet 1928

Rangschikkingsbesluit NSW: Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928

NSW-landgoed: Onder de NSW gerangschikte onroerende zaak

Rangschikkingswaardig landgoed: Landgoed dat voldoet aan de eisen voor rangschikking zoals voldoende oppervlakte.

De NSW geeft fiscale faciliteiten voor de verkrijgers van gerangschikte NSW-landgoederen. Rangschikking vindt plaats op verzoek. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de Staatssecretaris van Financiën geven aan de eigenaar van het NSW-landgoed een beschikking af. Op de faciliteiten kan gedurende 25 jaar na de verkrijging of de inbreng worden teruggekomen. In het Rangschikkingsbesluit NSW zijn nadere voorwaarden opgenomen voor de rangschikking als NSW-landgoed.

In dit beleidsbesluit worden de NSW-faciliteiten behandeld die gelden voor het successierecht, het schenkingsrecht, het recht van overgang en de overdrachtsbelasting. Dit beleidsbesluit behandelt de huidige wet- en regelgeving.

Een NSW-landgoed kan in een aantal gevallen zijn status verliezen (artikel 3 van de NSW). Eén van die gevallen betreft de overdracht van (een gedeelte van) het landgoed. De koper van het landgoed kan echter binnen zes maanden na de overdracht een verzoek om handhaving van de rangschikking doen. Als het verzoek wordt ingewilligd, treedt bedoeld statusverlies niet op.

Bij een te laat verzoek wordt het landgoed met ingang van het tijdstip van de overdracht onttrokken aan de NSW-rangschikking. Bij inwilliging van het te late verzoek vindt de rangschikking ten name van de koper plaats met ingang van de datum van de ontvangst van het te late verzoek. Er ontstaat daardoor een onderbreking in de rangschikking. Dit heeft tot gevolg dat op de eerder verleende faciliteiten wordt teruggekomen (artikelen 8 en 9c van de NSW).

Termijnverlenging. Bezwaar tegen onttrekking aan de rangschikking

Artikel 3, tweede lid, van de NSW de bevoegdheid de termijn van zes maanden te verlengen. Termijnverlenging is alleen mogelijk in bijzondere gevallen. Een bezwaar tegen een tijdelijke onttrekking door een te laat ingediend verzoek om handhaving van de rangschikking, wordt ongegrond verklaard. Een uitzondering kan gelden als er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.

In een aantal gevallen is gebleken dat bij een te laat verzoek de alsnog in te vorderen c.q. alsnog verschuldigde belasting in geen verhouding staat tot de omstandigheid dat de zesmaandstermijn is overschreden.

Goedkeuring

Op verzoek kan de invordering van belasting gedeeltelijk achterwege kan blijven als is voldaan aan de volgende voorwaarden en uitgangspunten.

Voor de vrijstelling van overdrachtsbelasting als bedoeld in artikel 9a van de NSW moet de verkregen onroerende zaak ten tijde van de verkrijging zijn gerangschikt. Op verzoek kan de vrijstelling ook worden toegepast als het landgoed nog niet is gerangschikt. Hierbij gelden de volgende voorwaarden.

Als achteraf blijkt dat de onroerende zaak ten tijde van de verkrijging niet rangschikkingswaardig was of als de rangschikking niet tot stand komt, dan is de overdrachtsbelasting alsnog verschuldigd.

Een enkele verkrijging kan op zich onvoldoende zijn voor een rangschikkingswaardig landgoed. Dit is bijvoorbeeld het geval als de onroerende zaak een te kleine oppervlakte heeft. Pas na de samenvoeging met andere onroerende zaken ontstaat een rangschikkingswaardig landgoed. De vrijstelling kan dan niet op eerste verkrijging(en) worden toegepast.

Goedkeuring

De verkrijgingen die nodig zijn om een rangschikkingswaardig landgoed te vormen kunnen samenhangende rechtshandelingen zijn. Ik keur artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelasting (de hardheidsclausule) goed dat voor de samenhangende rechtshandelingen de vrijstelling van artikel 9a van de NSW kan gelden. Hierbij gelden de volgende voorwaarden.

De verkrijging van een landgoed door een rechtspersoon kan zijn vrijgesteld van overdrachtsbelasting. De vrijstelling geldt als de rechtspersoon naar het oordeel van de Minister van Financiën hoofdzakelijk de instandhouding van een of meer landgoederen ten doel heeft (artikel 9a van de NSW). De overdrachtsbelasting wordt onder meer alsnog verschuldigd als naar het oordeel van de Minister de rechtspersoon niet meer hoofdzakelijk de instandhouding van landgoederen ten doel heeft, dan wel werkzaamheden verricht welke met dat doel in strijd zijn (artikel 9c van de NSW). De rechtspersoon kan tot het moment van de verkrijging een verzoek doen om te worden aangemerkt als landgoedrechtspersoon. De doelstelling moet uitdrukkelijk in de statuten zijn opgenomen. De feitelijke activiteiten moeten hiermee in overeenstemming zijn.

De beoordeling vindt onder meer plaats op basis van de waarde van de bezittingen van die rechtspersoon. De werkzaamheden van het lichaam dienen voor ten minste 70% te bestaan uit het instandhouden van de landgoederen. Dit percentage kan worden verlaagd naar 50 indien de overige bezittingen inkomsten opleveren die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de landgoederen en de inkomsten hoofdzakelijk daarvoor worden aangewend.

De faciliteiten van de NSW zijn niet van toepassing bij de overdracht van een NSW-landgoed gevolgd door kwijtschelding van de koopsom. In dat geval bestaat de verkrijging (de schenking) niet uit een landgoed. Over de kwijtschelding is schenkingsrecht verschuldigd omdat er geen landgoed is geschonken. Dit kan anders zijn als de kwijtschelding deel uitmaakt van hetzelfde samenstel van rechtshandelingen in verband met de overdracht van het landgoed

Als een NSW-landgoed krachtens erfrecht of schenking wordt verkregen blijft invordering van successie- of schenkingsrecht of recht van overgang (gedeeltelijk) achterwege (artikel 7 van de NSW). Binnen een tijdvak van 25 jaren na het overlijden of de schenking kan de buiten invordering gebleven belasting (gedeeltelijk) worden ingevorderd (artikel 8 van de NSW).

Als het gehele landgoed zijn status als landgoed heeft verloren wordt het gehele bedrag ingevorderd dat buiten invordering is gebleven, inclusief invorderingsrente. Bij een gedeeltelijk statusverlies dient volgens artikel 8, tweede lid, van de NSW het recht te worden herrekend. De herrekening leidt niet tot teruggaaf.

Bij gedeeltelijk statusverlies van een relatief klein gedeelte van het NSW-landgoed kan door waardestijging een onevenredig groot deel van het buiten invordering gebleven bedrag alsnog worden ingevorderd. Deze uitwerking leidt tot een niet beoogd gevolg.

Goedkeuring

Op grond van artikel 8, zevende lid, van de NSW keur ik goed dat bij gedeeltelijk statusverlies op verzoek wordt ingevorderd een evenredig gedeelte van het recht dat op grond van artikel 7 van de NSW buiten invordering is gebleven. Het evenredig gedeelte wordt volgens de volgende breuk berekend. De teller is gelijk aan de waarde van het onttrokken gedeelte van het landgoed. De noemer is gelijk aan de waarde van het gehele landgoed. Voor teller en noemer gelden daarbij de waarden op het moment van onttrekking.

De volgende bevoegdheden heb ik gemandateerd aan de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Oost-Brabant:

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede werkdag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De volgende besluiten zijn met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit ingetrokken: