U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2015.

Regeling · BWBR0022717

Uitvoeringsbesluit pacht

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 1 oktober 2007, houdende uitvoering van titel 7.5 (Pacht) van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet grondkamers en de Wet op de rechterlijke organisatie (Uitvoeringsbesluit pacht)Uitvoeringsbesluit pachtWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 juli 2007, nr. TRCJZ/2007/2246, Directie Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;

Gelet op de artikelen 327, eerste lid, en 393, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, op artikel 60, derde lid, van de Luchtvaartwet, op de artikelen 1, 9, 15, 16, 42 en 44, eerste lid, van de Uitvoeringswet grondkamers, op artikel 15, tweede lid, van de Vorderingswet, op artikel 57, eerste lid, van de Wet agrarisch grondverkeer, op artikel 63 van de Wet inrichting landelijk gebied, alsmede op de artikelen 48b, tweede en derde lid, en 69a van de Wet op de rechterlijke organisatie;

De Raad van State gehoord (advies van 9 augustus 2007, no. W11.07.0259/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 25 september 2007 nr. TRCJZ/2007/2930, Directie Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage1 oktober 2007BeatrixDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,G.VerburgDe Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballinde dertigste oktober 2007De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De hoogst toelaatbare vergoeding is die welke de grondkamer voor elk geval afzonderlijk vaststelt met inachtneming van dit hoofdstuk.

De hoogst toelaatbare vergoeding voor een verplichting als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 is de uitkomst van de vermenigvuldiging van de in de onderscheiden artikelen bij die verplichting aangegeven factor, met de voor elk geval afzonderlijk van toepassing zijnde hoogst toelaatbare pachtprijs van het land zonder woningen of andere opstallen, vastgesteld volgens het Pachtprijzenbesluit 2007.

De factor, bedoeld in artikel 3, bedraagt voor de navolgende in een pachtovereenkomst op te nemen verplichtingen ter zake van een beperking van de mestgift:

De factor, bedoeld in artikel 3, bedraagt voor de navolgende in een pachtovereenkomst op te nemen verplichtingen ter zake van het uitstellen van de eerste maai- en weidedatum:

Voor één of meer overige in een pachtovereenkomst op te nemen verplichtingen waarin niet is voorzien in artikel 4 of 5 bedraagt de factor, bedoeld in artikel 3, in totaal 0,23.

In geval van opname in een pachtovereenkomst van meerdere verplichtingen als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6, geldt de hoogste van de in die artikelen bij deze verplichtingen aangegeven factoren als de factor, bedoeld in artikel 3.

Er is een grondkamer Noord, een grondkamer Oost, een grondkamer Zuid, een grondkamer Zuidwest en een grondkamer Noordwest.

De grondkamers hebben als standplaats Deventer.

Indien binnen twee maanden nadat een ontwerp-pachtovereenkomst of een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst is goedgekeurd een overeenkomst wordt ingezonden, die gelijk is aan de reeds goedgekeurde ontwerp-overeenkomst, wordt voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring daarvan een recht geheven van € 126,–.

In geval van toetsing van een pachtovereenkomst of van een overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst op grond van artikel 321, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is artikel 12 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat het recht verschuldigd is door degene, die de schriftelijke vastlegging, bedoeld in artikel 317, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, heeft gevorderd.

Voor de behandeling van een aanvraag voor een machtiging als bedoeld in de artikelen 348, tweede lid, en 354, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van verzoeken als bedoeld in de artikelen 380, tweede lid, en 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een verzoek tot goedkeuring als bedoeld in artikel 399e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een recht geheven van € 250,–.

Voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring van een overeenkomst tot beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 323 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een recht geheven van € 126,–.

Indien een verzoek tot goedkeuring van een overeenkomst als bedoeld in artikel 397, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, langs elektronische weg op de door de grondkamers aangegeven wijze wordt ingediend, wordt een recht geheven van € 100,–.

Voor de behandeling van niet in deze paragraaf genoemde verzoeken wordt een recht geheven van € 126,–.

Worden met betrekking tot dezelfde pachtovereenkomst verscheidene verzoeken gelijktijdig bij de grondkamer ingediend, dan wordt van de rechten, die bij afzonderlijke behandeling voor elk van deze verzoeken zouden worden geheven, slechts het hoogste geheven.

Afschriften van ter goedkeuring ingediende overeenkomsten en van beschikkingen die niet reeds ambtshalve aan partijen zijn toegezonden, worden door de grondkamer of de Centrale Grondkamer verstrekt tegen betaling van € 0,91 per bladzijde en van portokosten.

De voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de leden, de plaatsvervangende leden, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de grondkamers alsmede de griffier en de plaatsvervangende griffiers van de Centrale Grondkamer zullen, elk naar de wijze van zijn godsdienstige gezindheid, alvorens in dienst te treden de eed of belofte afleggen:

«Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning en dat ik de Grondwet en alle overige wetten van ons land zal eerbiedigen;

Ik zweer/verklaar dat ik noch direct, noch indirect in welke vorm dan ook valse informatie heb verstrekt in verband met het verkrijgen van mijn aanstelling;

Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb geschonken of beloofd en dat ik dit ook niet zal gaan doen;

Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling van niemand giften heb aanvaard en aan niemand beloften heb gedaan en dat ik dit ook niet zal gaan doen;

Ik zweer/beloof dat ik plichtsgetrouw en nauwgezet de mij opgedragen taken zal vervullen en zaken die mij uit hoofde van mijn functie vertrouwelijk ter kennis komen of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet inzien, geheim zal houden voor anderen dan die personen aan wie ik ambtshalve tot mededeling verplicht ben;

Ik zweer/beloof dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!».

De voorzitter en de leden van de grondkamer en hun plaatsvervangers alsmede de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer ontvangen van de secretaris onderscheidenlijk de griffier de nodige kennisgeving van de zittingen en andere bijeenkomsten, waarbij zij tegenwoordig moeten zijn.

Het secretariaat van de grondkamer en de griffie van de Centrale Grondkamer zijn alle werkdagen gedurende ten minste zes uren per dag geopend.

Ieder lid of plaatsvervangend lid van een grondkamer of van de Centrale Grondkamer, die weet, dat er enige reden van wraking tegen hem bestaat, is gehouden deze aan het college waarin hij zitting heeft op te geven.

De twee leden, bedoeld in artikel 8 van de Uitvoeringswet grondkamers, worden door de voorzitter van de grondkamer aangewezen.

De zittingen van de grondkamers en van de Centrale Grondkamer zijn openbaar.

De grondkamers en de Centrale Grondkamer kunnen de persoonlijke verschijning van partijen gelasten.

De voorzitter, de leden en de secretaris van de grondkamer alsmede de voorzitter, de leden en de griffier van de Centrale Grondkamer zullen zich ter zitting onthouden van uitingen, waarin zij van hun persoonlijke gevoelen ten opzichte van de aanhangige zaak of van het standpunt van één der partijen doen blijken.

Indien geen bezichtiging als bedoeld in artikel 46, eerste en tweede lid, plaatsvindt, wordt een vergoeding toegekend van € 2,27 per afgehandeld dossier aan de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer en de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden.

De leden en plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer die als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden genieten in verband met de in de vorige artikelen genoemde werkzaamheden een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens het Reisbesluit binnenland.

De installatie van de personen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, geschiedt door middel van het op de terechtzitting voorlezen van het formulier, bedoeld in artikel 48a, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Aan de deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken, bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, en hun plaatsvervangers wordt een vergoeding toegekend overeenkomstig de regels die gelden voor de rechters-plaatsvervangers.

Aan de deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, en hun plaatsvervangers wordt een vergoeding toegekend overeenkomstig de regels die gelden voor de raadsheren-plaatsvervangers.

Wijzigt het Besluit herverkaveling.

Wijzigt het Besluit grondbankstelsel.

Wijzigt Besluit uitvoering artikel 15, tweede lid, Vorderingswet 1962.

Wijzigt de Schadeloosstellingsregeling Luchtvaartwet.

Wijzigt het Pachtprijzenbesluit 2007.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel 61 terugwerkt tot en met 1 september 2007.

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit pacht.