U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-11-2007.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 november 2007, nr. MLB/JZ/2007/37.731, houdende regels voor de uitgifte van enkele FM- en middengolffrequenties voor commerciële radio-omroep (Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2007)Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2007De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,In overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op artikel 3.3, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet en de artikelen 4, 6, eerste lid, en 8, eerste lid, van het Frequentiebesluit;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

In deze regeling wordt verstaan onder:

De beschikbare frequentieruimte voor niet-landelijke commerciële radio-omroep waarvoor een vergunningaanvraag kan worden ingediend is beschreven in bijlage 1, tabel A, bij deze regeling, en is verdeeld in twaalf kavels genummerd B27 tot en met B38.

De beschikbare frequentieruimte voor commerciële radio-omroep middengolf waarvoor een vergunningaanvraag kan worden ingediend is beschreven in bijlage 1, tabel B, bij deze regeling, en is verdeeld in vijf kavels genummerd C4, C5, C8, C11 en C12.

De aanvrager verstrekt aan de Minister op diens verzoek en aanwijzingen nadere gegevens en documenten die hij voor de beslissing op een vergunningaanvraag nodig acht.

De aanvrager brengt op iedere kavel die hij aanvraagt een onvoorwaardelijk en onherroepelijk financieel bod uit.

Als niet is voldaan aan artikel 4, tweede lid, wordt de vergunningaanvraag afgewezen.

De aanvrager:

Bij de kavels voor commerciële radio-omroep middengolf krijgt een aanvrager telkens de kavel toegewezen waarvoor hij de hoogste in rangorde is.

De Minister draagt de aanvragers aan wie de kavels zijn toegewezen voor het verlenen van een vergunning voor aan de Minister van Economische Zaken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2007.

Het demografisch bereik is afgeleid van computervoorspellingen van de verzorgingsgebieden en is gebaseerd op een door de Staat toegepast theoretisch planningsmodel. Het is een indicatie waar geen rechten aan ontleend kunnen worden. De daadwerkelijke omvang van de verzorgingsgebieden is mede afhankelijk van de mate waarin vergunninghouders en operators tot optimale technische implementatie komen en eventuele veranderingen in de binnenlandse en buitenlandse situatie. Meer informatie hierover en gedetailleerde kavelbeschrijvingen staan op internet:

http://www.agentschap-telecom.nl (via frequenties > omroep > restfrequenties NLCO)

De verantwoordelijkheid voor de technische implementatie – inclusief de noodzakelijke vergunningen op grond van andere wetten – ligt bij de vergunninghouders. De Staat is dan ook niet aansprakelijk voor de implementatie en het om welke reden dan ook niet halen van het demografisch bereik.

De aanvrager voor een vergunning voor het gebruik van één of meerdere frequenties voor niet-landelijke commerciële radio-omroep en commerciële radio-omroep middengolf volgt het format en de schema’s van deze bijlage. Het bestaat uit een deel met algemene onderdelen (deel I) en een deel met informatie die voor elk aangevraagd kavel afzonderlijk wordt verstrekt (deel II) .

Aanvrager die natuurlijke persoon is:

Als de aanvrager zijn werkelijke woonplaats heeft in een van de andere lidstaten van de Europese Unie of van een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, bevat de aanvraag de vergelijkbare gegevens en documenten krachtens het recht van dat land.

Aanvrager die rechtspersoon is:

Ook hier geldt dat als de aanvrager valt onder het recht van een ander land dan Nederland dat lid is van de Europese Unie of dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de aanvraag de vergelijkbare gegevens en documenten krachtens dat recht bevat.

De aanvrager verstrekt een kopie van de toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 71a van de Mediawet, of een bewijs dat die toestemming is aangevraagd.

De aanvrager beschrijft de kennis en ervaring, bedoeld in artikel 13 van deze regeling, waarover hij kan beschikken. In deze beschrijving vermeldt hij in elk geval door wie en op welke wijze die kennis en ervaring ter beschikking wordt gesteld, vergezeld van de daarop betrekking hebbende overeenkomsten.

Het gaat om kennis en ervaring waarover de aanvrager aantoonbaar kan beschikken. De aanvrager hoeft hier niet zelf over te beschikken, maar kan tevens afspraken hebben gemaakt en overeenkomsten hebben gesloten met derden die bereid zijn hun kennis en ervaring aan hem ter beschikking te stellen. De aanvrager geeft een zo volledig mogelijke beschrijving door wie en op welke wijze kennis en ervaring aan hem ter beschikking wordt gesteld. Dit kan bijvoorbeeld door inzicht te geven in:

1. Beschrijving

De aanvraag bevat een beschrijving van de eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen die de rechtspersoon raken. De beschrijving moet inzicht geven in alle banden met andere aanvragers en bestaande vergunninghouders, zodat kan worden nagegaan of er een zodanige verbondenheid is dat er sprake is van eenzelfde instelling in de zin van artikel 82f van de Mediawet.

De beschrijving bevat in elke geval zo veel mogelijk gegevens over:

2. Documenten

De aanvrager voegt de volgende documenten bij de aanvraag (voor zover van toepassing):

Ook hier geldt dat als de aanvrager valt onder het recht van een ander land dan Nederland dat lid is van de Europese Unie of dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de aanvraag de vergelijkbare gegevens en documenten krachtens dat recht bevat.

1. Beschrijving

Bij natuurlijke personen zijn er doorgaans andere dan statutaire of vennootschapsrechtelijke omstandigheden die kunnen wijzen op verbondenheid. De aanvrager die natuurlijke persoon is, geeft een beschrijving van alle omstandigheden die van belang kunnen zijn. De beschrijving moet inzicht geven in alle banden met andere aanvragers en bestaande vergunninghouders zodat nagegaan kan worden of er een zodanige verbondenheid is dat er sprake is van eenzelfde instelling in de zin van artikel 82f van de Mediawet.

De beschrijving gaat in elk geval in op:

2. Documenten

De aanvraag bevat kopieën van eventuele overeenkomsten als hiervoor onder 1, onderdeel, b bedoeld en van andere documenten die relevant kunnen zijn voor de verbondenheid.

Ook hier geldt dat als de aanvrager valt onder het recht van een ander land dan Nederland dat lid is van de Europese Unie of dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de aanvraag de vergelijkbare gegevens en documenten krachtens dat recht bevat.

5. Schriftelijke verklaring

De aanvraag bevat een ondertekende schriftelijke verklaring van de aanvrager:

Voor deze verklaring gebruikt de aanvrager het model van bijlage 5.

Met gebruik van schema A bij deze model vergunningaanvraag geeft de aanvrager de volgende informatie:

De aanvrager geeft onderstaande informatie voor elk aangevraagd kavel afzonderlijk.

De aanvrager beschrijft zo volledig mogelijk het voorgenomen programma op het desbetreffende kavel. Deze beschrijving bevat ten minste informatie over de inhoud van het uit te zenden programma en de afzonderlijke programmaonderdelen. Zoals het soort muziek, aard en hoeveelheid van nieuws en informatie, de mate waarin gesproken woord het programma kenmerkt, of het programma gepresenteerd wordt of niet. Zo mogelijk voegt de aanvrager concrete playlists of uitzendschema’s bij de aanvraag.

Middengolf

Bij middengolf onderbouwt de aanvrager bovendien in hoeverre zijn programmatische voornemen specifiek gericht is op de middengolf.

Niet-landelijke FM

Bij de niet-landelijke FM-frequentiekavels vult de aanvrager bovendien schema B van deze model vergunningaanvraag in. Voor de toepassing van artikel 82e van de Mediawet en de daarop gebaseerde Regeling aanwijzing geeft de aanvrager via het schema in percentages aan in welke mate het voorgenomen programma voldoet aan programmatische voorschriften van de Regeling aanwijzing en in hoeverre het voorgenomen uit te zenden programma uitstijgt boven deze voorschriften.

Instructies:

Naam aanvrager:

Handtekening:

Het schema wordt per aangevraagde kavel volledig ingevuld.

Ieder vakje bevat het percentage dat in het voorgenomen radioprogramma op de desbetreffende dag van de week tussen 07.00 uur en 19.00 uur uitsluitend wordt besteed aan programmering die in het bijzonder gericht is op het gebied waarvoor het programma bestemd is. Dit percentage wordt verkregen door het aantal minuten dat op de desbetreffende dag tussen 07.00 uur en 19.00 uur uitsluitend aan het programmavoorschrift zal worden besteed (A) te delen door de netto zendtijd (B) en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100%. Netto zendtijd is: de totale zendtijd in minuten tussen 07.00 uur en 19.00 uur (720 minuten) minus het totaal aantal minuten aan reclameboodschappen dat op de desbetreffende dag tussen 07.00 uur en 19.00 uur wordt uitgezonden.

Het percentage is dus A : B × 100%. Het percentage is een heel getal (dus geen cijfers achter de komma).

Het laatste vakje van het schema bevat het gemiddelde percentage per dag, gemeten over een week. Hiervoor worden de dagpercentages bij elkaar opgeteld en vervolgens gedeeld door zeven. Ook dit percentage is een heel getal.

Ondergetekende verklaart dat:

Naam aanvrager:

Handtekening: