U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 24-05-2016.

Regeling · BWBR0022929

Besluit bodemkwaliteit

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit)Besluit bodemkwaliteitWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 juli 2007, nr. DJZ2007057947, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op richtlijn nr. 89/106/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de voor de bouw bestemde produkten (PbEG L 40), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 93/68/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 (PbEG L 220);

Gelet op richtlijn nr. 06/12/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen (PbEG, L 114), ter vervanging van richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (PbEG L 194), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij verordening nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 september 2003 (PbEU L 284);

Gelet op de artikelen 1.1, zevende lid, 8.1, tweede lid, 8.5, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid,10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.52, 11.1, 11.2 en 11.3 van de Wet milieubeheer, de artikelen 6, 7, 8, 12a, 12b, 15, 16a, 17, 36, 38, 39b, 70, 71, 72, 76o en 91 van de Wet bodembescherming, de artikelen 1 derde lid, 2a, eerste en tweede lid, 2b en 2c van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen, artikel 12, tweede lid van de Wet belastingen op milieugrondslag en artikel 40a van de Woningwet;

De Raad van State gehoord (advies van 10 september 2007, nr. W08.07.0189/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 19 november 2007, nr. DJZ2007113029, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage22 november 2007BeatrixDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. M.CramerDe Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,J. C.Huizinga-HeringaDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,G.Verburgde derde december 2007De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

Achtergrondwaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;

Accreditatie: bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid;

Baggerspecie: materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter;

Beheerder: bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge artikel 6.2 van de Waterwet;

Bodembeheergebied: aaneengesloten, door het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 44, 45 of 46, afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders;

Bodemfuncties: gebruik van de bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, zoals dat is vastgesteld door de gemeenteraad, overeenkomstig een bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling;

Bodemfunctieklassen: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling van bodemfuncties in de categorieën, bedoeld in artikel 55, eerste lid;

Bouwstof: materiaal waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium of aluminium tezamen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal bedragen, uitgezonderd vlakglas, metallisch aluminium, grond of baggerspecie, dat is bestemd om te worden toegepast;

Certificaat: verklaring waarmee een door Onze Minister erkende certificeringsinstelling kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon voldoet aan het voor de certificering geldende normdocument;

Erkende kwaliteitsverklaring: schriftelijke verklaring die is afgegeven door een instelling die daartoe beschikt over een erkenning, waarin wordt verklaard dat de bijbehorende partij die afkomstig is van een persoon of instelling die is erkend voor het produceren op basis van een nationale Beoordelingsrichtlijn, voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit, mits toegepast op de in de verklaring aangegeven wijze;

Erkenning: beschikking van Onze Ministers waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens dit besluit geldende voorwaarden;

Fabrikant-eigenverklaring: schriftelijke verklaring, afgegeven door de producent van een bouwstof, grond of baggerspecie, waarin deze verklaart dat de bijbehorende partij voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit. Uit de verklaring blijkt op welke wijze is vastgesteld dat de partij voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen;

Grond: vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie;

IBC-bouwstof: bouwstof die vanwege de mate van emissie alleen met isolatie-, beheers-, en controlemaatregelen mag worden toegepast;

Instelling: certificeringsinstelling, inspectie-instelling, laboratorium of andere instelling, die beoordeelt of een persoon, een stof, een product, een installatie, een voorziening of een ander object overeenstemt met een normdocument;

Interventiewaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde generieke waarden die aangeven dat bij overschrijding sprake is van potentiële ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft, als bedoeld in artikel 36 van de Wet bodembescherming;

Isolatie, beheers- en controlemaatregelen: maatregelen waardoor bij toepassing van een bouwstof nagenoeg geen contact optreedt van die bouwstof met hemelwater en grondwater;

Kwaliteitsklasse: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling in categorieën van de kwaliteit van de bodem, grond of baggerspecie;

Landbouwbedrijf: bedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Meststoffenwet;

Mijnsteen: bouwstof, in hoofdzaak bestaande uit gebroken schalie en zandsteen met bijmengingen van kolengruis, die als nevengesteente is vrijgekomen bij winning van steenkool;

Milieuhygiënische verklaring:

Normdocument: een voor een werkzaamheid op grond van artikel 25 aangewezen beoordelingsrichtlijn, protocol of andere richtlijn, code, aanbeveling of norm die of dat eisen bevat ter bevordering van de kwaliteit van werkzaamheden of de uitvoering daarvan;

Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

Parameter: chemische stof of een fysische eigenschap;

Partij: identificeerbare hoeveelheid bouwstof, grond of baggerspecie van vergelijkbare milieuhygiënische kwaliteit, die is bedoeld om als geheel te worden verhandeld of toegepast;

Partijkeuring: schriftelijke verklaring op basis van een eenmalig onderzoek, dat wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning, en waarin wordt vermeld of een partij onder het regime van het besluit kan worden toegepast en hoe dit is vastgesteld;

Persoon: natuurlijk persoon of rechtspersoon;

Raad voor Accreditatie: de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht;

Toepassen van bouwstoffen: in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen, alsmede het laten verrichten daarvan. Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels wordt onder «het toepassen van bouwstoffen in een oppervlaktewaterlichaam» mede verstaan het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;

Toepassen van grond of baggerspecie: het aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, het houden van de aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie in die toepassing, alsmede het laten verrichten daarvan. Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels wordt onder het toepassen van grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam mede verstaan het toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;

Vestigingsplaats: adres en woonplaats van een persoon of adres en woonplaats waar een instelling zetelt;

Vormgegeven bouwstof: bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm3, die onder normale omstandigheden een duurzame vormvastheid heeft;

Werk: bouwwerk, weg- of waterbouwkundig werk of anderszins functionele toepassing van een bouwstof, uitgezonderd het verondiepen of het dempen van een oppervlaktewaterlichaam en het ophogen van de bodem ten behoeve van woonwijken en industrieterreinen.

Werkzaamheid: een bij regeling van Onze Minister aangewezen handeling als bedoeld in artikel 11A.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, die wordt uitgevoerd met betrekking tot bodem, grond, baggerspecie, bouwstoffen of bodemenergiesystemen.

Het stellen van regels als bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, onder b, 30, eerste en tweede lid, en 31, tweede lid, en het toetsen aan de maximale waarden, bedoeld in de artikelen 44, eerste lid, 45, eerste lid, 46, 55, tweede lid, 57, eerste lid, 60, eerste lid en 63, eerste lid, onderdeel a, onder i, geschiedt met inachtneming van de voorwaarde dat toepassingen van bouwstoffen, grond of baggerspecie voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13 van de kaderrichtlijn afvalstoffen.

Degene die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast en die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een oppervlaktewaterlichaam ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die zoveel mogelijk voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.

Vervallen

Het is een persoon of instelling verboden een resultaat van een werkzaamheid te gebruiken of aan een ander ter beschikking te stellen indien hij weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat dit resultaat, gelet op het doel waarvoor dit wordt gebruikt, geen betrouwbaar beeld verschaft van de eigenschappen, aard, hoedanigheid of samenstelling van de bodem, grond, baggerspecie of bouwstof.

De houder van een erkenning meldt onverwijld aan een door Onze Ministers aangewezen instantie zijn door de rechtbank uitgesproken faillissement of surseance van betaling. De melding geschiedt door middel van een door Onze Ministers vastgesteld formulier.

Een certificeringsinstelling of de Raad voor Accreditatie meldt een schorsing of intrekking van een certificaat, onderscheidenlijk een accreditatie, voor een werkzaamheid onverwijld aan een door Onze Ministers aangewezen instantie. De melding geschiedt door middel van een door Onze Ministers vastgesteld formulier.

Onze Ministers verwerken de schorsing en intrekking van de erkenning in de lijsten, bedoeld in artikel 9, vierde lid.

Degene die een bouwstof toepast, draagt er zorg voor dat die bouwstof:

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt met mijnsteen gelijkgesteld mijnsteen die vermengd is met ten hoogste 80 gewichtsprocenten grond of baggerspecie.

Op mijnsteen die gebruikt wordt in de toepassingen, bedoeld in artikel 35, onderdelen a, b, d, e en h, is hoofdstuk 4, afdeling 1, en afdeling 2, paragraaf 1, met uitzondering van artikel 44, tweede lid, en artikel 45, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor mijnsteen tevens wordt voldaan aan deze afdeling.

Onze Minister stelt nadere regels aan het gebruik van de milieuhygiënische verklaring, bedoeld in artikel 38, bij de toepassing van mijnsteen.

Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende handelingen:

Op het toepassen van grond of baggerspecie waarvan de kwaliteit de bij regeling van Onze Ministers vastgestelde achtergrondwaarden niet overschrijdt, zijn artikel 40 en afdeling 2 van dit hoofdstuk niet van toepassing.

Bij regeling van Onze Ministers wordt bepaald welke van de in bijlage 1 van dit besluit genoemde parameters voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen worden gemeten ten behoeve van:

Een besluit op grond van de artikelen 44, eerste lid en 45, eerste lid, bevat:

Een besluit op grond van artikel 46, eerste lid, bevat:

Bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in de artikelen 44, 45 en 46 wordt toepassing gegeven aan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 44, 45 en 46 kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Op een besluit tot wijziging van een besluit als bedoeld in de artikelen 44, 45 en 46, zijn de artikelen 47 tot en met 50 van overeenkomstige toepassing.

Het bestuursorgaan, bedoeld in de artikelen 44 tot en met 46, overweegt ten minste eenmaal in de tien jaar in hoeverre een aldaar bedoeld besluit herziening behoeft.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing, indien geen besluit als bedoeld in de artikelen 44, 45 of 46 is genomen.

Onze Ministers overwegen ten minste eenmaal in de tien jaar in hoeverre de waarden, bedoeld in de artikelen 55, eerste lid, en 57, eerste lid, herziening behoeven en stellen de Staten-Generaal in kennis van hun bevindingen daaromtrent.

Deze paragraaf is niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie in de Nederlandse territoriale zee.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 65 blijft van toepassing op het houden van bouwstoffen, waaronder grond en baggerspecie, in een werk, indien de bouwstoffen voor dat tijdstip in het betreffende werk waren toegepast.

De Vrijstellingsregeling grondverzet blijft van toepassing indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit voor het gebied waarop of waarin de grond wordt gebruikt een bodemkwaliteitskaart is vastgesteld krachtens die regeling, voor de duur waarvoor de bodemkwaliteitskaart geldt met een maximum van vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 65 blijft voor partijkeuringen, erkende kwaliteitsverklaringen en andere bewijsmiddelen, die krachtens het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, zoals dat gold op het tijdstip van inwerkingtreding, zijn afgegeven, van toepassing voor de duur van de desbetreffende verklaring, maar ten hoogste voor drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.

Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 65 blijft voor maximaal drie jaar na dat tijdstip van toepassing, indien voor dat tijdstip een melding krachtens artikel 11, eerste lid, 18, tweede lid, of 21, tweede lid, van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming is gedaan en binnen een half jaar na dat tijdstip is begonnen met de toepassing.

Vervallen

Vervallen

Onze Ministers zenden binnen drie jaar na inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Dit besluit berust mede op artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.

Vervallen

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bodemkwaliteit.

(1) De vertakte en onvertakte alkanen kunnen zowel als individuele stof als in verschillende deelverzamelingen in somparameters worden genormeerd.