U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 06-03-2009.

Ministeriële regeling · BWBR0022975

Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 5 december 2007, nr. TRCJZ/2007/3828, houdende tijdelijke maatregelen bij het weren, de preventie en de bestrijding van dierziekten (Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten)Regeling tijdelijke maatregelen dierziektenDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op:

richtlijn 2005/94/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40 (PbEU L 10);

– beschikking 2005/734/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 oktober 2005 tot vaststelling van bioveiligheidsmaatregelen ter beperking van het risico van overdracht van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door het influenza A-virus subtype H5N1, van in het wild levende vogels naar pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels en tot instelling van een systeem voor vroege opsporing in risicogebieden (PbEU L 274);

– beschikking 2006/474/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 juli 2006 tot vaststelling van maatregelen ter preventie van de verspreiding van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door influenza A-virus subtype H5N1, naar vogels in dierentuinen en officieel erkende instellingen, instituten of centra in de lidstaten en tot intrekking van Beschikking 2005/744/EG (PbEU L 187);

richtlijn 2000/75/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2000 tot vaststelling van specifieke bepalingen inzake de bestrijding en uitroeiing van bluetongue (PbEU L 327);

verordening (EG) nr. 1266/2007 van de Commissie van 26 oktober 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor richtlijn 2000/75/EG van de Raad wat betreft bestrijding, monitoring, surveillance en beperkingen op de verplaatsingen van bepaalde dieren van vatbare soorten in verband met bluetongue (PbEU L 283);

– artikel 10, eerste lid, van richtlijn 90/425 van de Raad van de Europese Unie van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEU L 224);

– de artikelen 10, 17, 18, 19, 29, 30, eerste en derde lid, 31, 32, 100, 107 en 114 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

– de Regeling aanwijzing ambtenaren Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag5 december 2007De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.Verburg

In deze regeling wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel 50, eerste lid, onderdelen d en e, van de Flora- en Faunawet is het gebruik van gehouden eenden als lokvogels als middel tot jagen verboden.

Deze paragraaf is niet van toepassing op gevogelte, gehouden in dierentuinen.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt geheel Nederland aangemerkt als beperkingsgebied voor bluetongue serotype 8.

De Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in:

De VWA is de bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 8, derde lid, vierde lid, onderdeel c, en vijfde lid, van verordening (EG) nr. 1266/2007.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 3.1.1, wordt voor de toepassing van deze regeling aangewezen als:

Van het verbod in artikel 3 van het Besluit gebruik sera en entstoffen wordt vrijstelling verleend tot 1 juli 2009 voor het overeenkomstig deze regeling vaccineren van herkauwers of kameelachtigen.

Gevaccineerde schapen en geiten die bestemd zijn voor export overeenkomstig de voorwaarden, bedoeld in bijlage III, punt 5, van verordening (EG) nr. 1266/2007 worden rechtstreeks vervoerd van het bedrijf waar deze dieren zijn gevaccineerd naar een buiten Nederland gelegen locatie.

De houder van de gevaccineerde herkauwers of kameelachtigen bewaart de factuur van de dierenarts, die betrekking heeft op de vaccinatie overeenkomstig deze regeling, gedurende drie jaren vanaf dagtekening.

Het subsidieplafond bedraagt € 12 miljoen.

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het is gedurende 90 dagen gerekend vanaf het tijdstip waarop de verdenking van besmetting met Q-koorts is ontstaan, verboden om mest te verwijderen uit een stal waar verdachte dieren zijn of worden gehouden.

Indien de verdenking, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van het Besluit verdachte dieren, is beëindigd op grond van artikel 4, onderdeel b, van het Besluit verdachte dieren, zijn de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 niet langer van toepassing.

Het diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 5.2.1, wordt voor de toepassing van deze regeling aangewezen als:

Van het verbod in artikel 3 van het Besluit gebruik sera en entstoffen wordt vrijstelling verleend voor het overeenkomstig deze regeling vaccineren van schapen en geiten.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst

390–392

394–396

400–406

410–411

414–415

417–419

421

426–428

450

470

476

480

500–510

512–517

521–560

562–576

580–587

592

594

596–600

602–604

608–609

650–672

674

680–682

684–687

691–693

Vervallen

Vervallen