U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 06-01-2014.

Regeling · BWBR0023025

Waterschapsbesluit

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 29 november 2007, houdende regels met betrekking tot de waterschappen (Waterschapsbesluit)Waterschapsbesluit Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 15 augustus 2007, nr. HDJZ/I&O/2007-904, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 18, vierde lid, 19, tweede en derde lid, 20, tweede en vierde lid, 21, eerste en vijfde lid, 24, tweede en derde lid, 25, 29, eerste lid, 32a, 44, eerste lid, 49, eerste en tweede lid, 98a, eerste en tweede lid, 109, zesde lid, 120, vierde lid, 122g, 122k, tweede lid, en 126a van de Waterschapswet;

De Raad van State gehoord (advies van 8 oktober 2007, nr. W09.07.0306/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 26 november 2007, nr. HDJZ/WAT/2007-1514, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage29 november 2007BeatrixDe Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J. C.Huizinga-Heringade achttiende december 2007De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

wet: Waterschapswet.

Het stembureau neemt zijn beslissingen bij meerderheid van stemmen. Indien bij het nemen van een beslissing door het stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

De leden van het stembureau geven tijdens de uitoefening van hun functie geen blijk van hun gezindheid ten aanzien van de aan de verkiezing deelnemende belangengroeperingen.

De kandidaatstelling voor de verkiezing vindt plaats op de dinsdag in de periode van 11 tot en met 17 september, onverminderd artikel 2.16, tweede lid.

Het stembureau beslist slechts afwijzend op het verzoek, indien:

Het stembureau schrapt de aanduiding in het register en doet hiervan mededeling in een plaatselijk verschijnend dag- of nieuwsblad, wanneer:

Uiterlijk op de veertiende dag voor de kandidaatstelling brengt het stembureau de door hem geregistreerde aanduidingen van belangengroeperingen, voor zover de registratie daarvan onherroepelijk is, alsmede de namen van de gemachtigden en hun plaatsvervangers ter openbare kennis.

Bij ministeriële regeling kunnen modellen worden vastgesteld voor de registers waarin de aanduidingen voor belangengroeperingen worden vermeld, de openbare kennisgevingen inzake de geregistreerde aanduidingen en de namen van de gemachtigden en hun plaatsvervangers.

De in het eerste lid van artikel 2.19 bedoelde verplichting geldt niet voor een kandidatenlijst van een belangengroepering aan wier kandidatenlijst bij de laatstgehouden verkiezing een of meer zetels zijn toegekend. De vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van:

Op de lijst kunnen een gemachtigde en desgewenst diens plaatsvervangers worden aangewezen, die bevoegd zijn tot het verbinden van de lijst met andere lijsten tot een lijstencombinatie. Voorts worden op de lijst een of meer personen vermeld die bij verhindering van de gemachtigde die de lijst heeft ingeleverd bevoegd zijn tot het herstel van verzuimen, bedoeld in artikel 2.29.

Op dezelfde lijst van een belangengroepering aan wier kandidatenlijst bij de laatst gehouden verkiezing van de leden van het algemeen bestuur meer dan tien zetels zijn toegekend, mag een aantal namen worden geplaatst dat ten hoogste twee maal het aantal zetels bedraagt, doch nimmer meer dan veertig. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer belangengroeperingen.

Op de tweede dag na de kandidaatstelling, om tien uur, houdt het stembureau een zitting tot het onderzoeken van de kandidatenlijsten. Kandidatenlijsten waarvoor de verplichting tot het betalen van een waarborgsom geldt, blijven buiten behandeling indien bij de aanvang van de zitting een bewijs dat deze betaling is verricht, ontbreekt.

Indien bij het onderzoek blijkt van een of meer van de volgende verzuimen, geeft het stembureau onverwijld bij aangetekende brief of tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan degene die de lijst heeft ingeleverd:

Onmiddellijk nadat de lijsten door het stembureau zijn onderzocht, worden deze en, indien vereist, de verklaringen van ondersteuning, tesamen met het proces-verbaal van de zitting door de voorzitter van het stembureau op het kantoor van het waterschap voor een ieder ter inzage gelegd.

Op de achtste dag na de kandidaatstelling beslist het stembureau in een openbare zitting die om tien uur aanvangt, over de geldigheid van de lijsten en over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten.

Ongeldig is de lijst:

Indien de aanduiding van een belangengroepering niet in overeenstemming is met die waaronder zij is geregistreerd, brengt het stembureau deze ambtshalve daarmee in overeenstemming.

Het stembureau beslist over de geldigheid van de lijstencombinaties in de zitting, bedoeld in artikel 2.31.

In de zitting, bedoeld in artikel 2.31, nummert het stembureau de ingediende kandidatenlijsten, waarbij de kandidatenlijsten die kennelijk ongeldig zijn, buiten beschouwing blijven.

Onmiddellijk nadat de nummering heeft plaatsgevonden, brengt de voorzitter van het stembureau ter openbare kennis welk nummer aan de onderscheidene lijsten is toegekend.

Een beslissing tot het ongeldig verklaren van een kandidatenlijst heeft geen gevolg ten aanzien van de nummers, toegekend aan de overige kandidatenlijsten.

In de paragrafen 9 tot en met 16 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

blanco enveloppe: enveloppe die duidelijk te onderscheiden is van een gecodeerde retourenveloppe;

gecodeerde retourenveloppe: enveloppe als bedoeld in artikel 2.53, tweede lid;

de voorziening briefstemmen: de voorziening die het stembureau in staat stelt de per brief uitgebrachte stemmen te verwerken en de uitslag van de verkiezing vast te stellen;

de voorziening internetstemmen: de voorziening die de kiesgerechtigde in staat stelt om zijn stem uit te brengen met behulp van internet en die het stembureau in staat stelt de uitslag van de verkiezing vast te stellen.

De stemming vangt aan op de dag na de verzending van de stembescheiden om acht uur en eindigt op de zeventigste dag na de kandidaatstelling om twaalf uur.

De stemming geschiedt over de kandidaten wier namen voorkomen op de geldig verklaarde kandidatenlijsten. Bij de stemming wordt de mogelijkheid geboden een blanco stem uit te brengen.

Ten minste zeven dagen, maar niet eerder dan veertien dagen, voor het einde van de stemming ontvangt elke kiezer die bevoegd is aan de stemming deel te nemen van de voorzitter van het waterschap waar hij op de dag van de kandidaatstelling kiesgerechtigd is, de stembescheiden.

Stembiljetten die na het tijdstip waarop de stemming eindigt zijn ontvangen, worden bij de stemopneming buiten beschouwing gelaten.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de gang van zaken bij de stemming per brief.

Deze paragraaf is van toepassing indien het waterschap de kiesgerechtigde in de gelegenheid stelt de stem uit te brengen met behulp van internet.

Alvorens de mogelijkheid om te stemmen te openen voert het stembureau de handelingen uit die nodig zijn om vast te stellen dat de voorziening gereed is voor de stemming en dat er geen stemmen in het geheugen van de voorziening zijn opgeslagen. Indien het stembureau de handelingen, bedoeld in de eerste volzin, opdraagt aan de in artikel 2.7, eerste lid, bedoelde personen, gaat het stembureau na of deze handelingen met goed gevolg zijn verricht.

Bij ministeriële regeling worden de opmaak en functionaliteit vastgesteld van de stembiljetten die worden gebruikt bij het stemmen per internet. Hierbij wordt zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij de systematiek van het stembiljet, bedoeld in artikel 2.53.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de gang van zaken bij het stemmen per internet.

Als ongeldige stem wordt aangemerkt:

Blanco is de stem die is uitgebracht op een stembiljet dat door de kiezer is ingeleverd zonder dat hij geheel of gedeeltelijk een stemvak heeft aangekruist of anderszins gemarkeerd en zonder dat hij anderszins op het stembiljet heeft geschreven of getekend.

Indien de mogelijkheid is geboden de stem uit te brengen met toepassing van paragraaf 12 van dit hoofdstuk, wordt voorts als ongeldige stem aangemerkt:

De voorzitter deelt de uitkomsten genoemd in artikel 2.69, eerste lid, mede. Door de aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren worden ingebracht.

Het stembureau verricht vervolgens de handelingen die nodig zijn om het geheugen van de voorziening internetstemmen veilig te stellen. De tweede volzin van artikel 2.59 is van overeenkomstige toepassing.

Nadat alle werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 2.64 tot en met 2.72, zijn beëindigd, wordt onmiddellijk proces-verbaal opgemaakt van de stemming en de stemopneming. Alle ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld. De op schrift gestelde gegevens, bedoeld in artikel 2.69, tweede lid, worden aan het proces-verbaal gehecht.

Het stembureau houdt zeven dagen na het einde van de stemming, om tien uur een openbare zitting. Het stembureau beoordeelt de ingebrachte bezwaren, bedoeld in artikel 2.72, tweede lid.

Zoveel maal als de kiesdeler is begrepen in het stemcijfer van een lijst wordt aan die lijst een zetel toegewezen.

Indien aan een lijst die de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen, een aantal zetels is toegewezen, minder dan de helft van het aantal toe te wijzen zetels, wordt aan die lijst alsnog één zetel toegewezen en vervalt daartegenover één zetel, toegewezen aan de lijst die voor het kleinste gemiddelde of het kleinste overschot een zetel heeft verworven. Indien twee of meer lijsten voor hetzelfde kleinste gemiddelde of hetzelfde kleinste overschot een zetel hebben verworven, beslist het lot.

Indien bij de toepassing van de vorige bepalingen aan een lijst meer zetels worden toegewezen dan er kandidaten zijn, gaan de overblijvende zetel of zetels door voortgezette toepassing van die bepalingen over op één of meer van de overige lijsten, waarop kandidaten voorkomen aan wie geen zetel is toegewezen.

De in de voorgaande artikelen bedoelde lotingen vinden plaats in de in artikel 2.89 bedoelde zitting van het stembureau. De lotingen geschieden op de wijze, bepaald krachtens artikel 2.40, vierde lid.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de taak van het stembureau inzake de vaststelling van de verkiezingsuitslag.

Indien een gekozen kandidaat is overleden, wordt deze bij de toepassing van deze paragraaf buiten beschouwing gelaten.

De voorzitter van het stembureau maakt de uitslag van de verkiezing zo spoedig mogelijk bekend. De bekendmaking geschiedt in de openbare zitting van het stembureau, bedoeld in artikel 2.74.

Het stembureau kan op de in artikel 2.89 bedoelde zitting, voordat de uitslag van de verkiezing bekend wordt gemaakt, hetzij ambtshalve, hetzij naar aanleiding van een met opgave van redenen gedaan verzoek van een of meer kiezers, tot een nieuwe opneming van stembiljetten of elektronisch uitgebrachte stemmen besluiten, indien een ernstig vermoeden bestaat dat bij de stemopneming zodanige fouten zijn gemaakt dat zij van invloed op de zetelverdeling kunnen zijn.

Nadat alle werkzaamheden zijn beëindigd, wordt daarvan aanstonds proces-verbaal opgemaakt. In dit proces-verbaal worden de uitslag van de verkiezing, alsmede alle ingebrachte bezwaren vermeld.

De voorzitter van het stembureau maakt de uitslag van de verkiezing zo spoedig mogelijk openbaar door een afschrift van het proces-verbaal voor een ieder ter inzage te leggen op het kantoor van het waterschap. Van de terinzagelegging wordt tegelijk openbare kennisgeving gedaan door de voorzitter van het waterschap.

De voorzitter van het stembureau doet een afschrift van het proces-verbaal toekomen aan het algemeen bestuur.

De ongeldigheid van de stemming in één of meer kiesdistricten of een onjuistheid in de vaststelling van de uitslag van de verkiezing staat niet in de weg aan de toelating van de leden, op wier verkiezing de ongeldigheid of onjuistheid geen invloed kan hebben gehad, en, in geval van ongeldigheid van de stemming, de nieuwe stemming geen invloed kan hebben.

Indien het algemeen bestuur heeft besloten om één of meer van de benoemde leden wegens de onjuistheid van de vaststelling van de uitslag van de verkiezing niet toe te laten, wordt daarvan door de voorzitter onverwijld kennis gegeven aan het stembureau.

Indien het algemeen bestuur heeft besloten de benoemde niet als lid toe te laten op de grond dat hij niet voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap, dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult of dat de benoemdverklaring van de voorzitter van het stembureau in strijd is met paragraaf 18, geeft de voorzitter van het algemeen bestuur daarvan onverwijld kennis aan de voorzitter van het stembureau.

Het lidmaatschap van een tot lid van het algemeen bestuur benoemde vangt aan zodra zijn toelating onherroepelijk is geworden.

De beslissing betreffende de toelating van de tot lid van het algemeen bestuur benoemden wordt onverwijld genomen.

Wanneer, anders dan bij de vaststelling van de uitslag van een verkiezing, in een opengevallen plaats moet worden voorzien, verklaart de voorzitter van het stembureau bij een met redenen omkleed besluit benoemd, uiterlijk op de veertiende dag nadat dit te zijner kennis is gekomen, de daarvoor in aanmerking komende kandidaat die in de volgorde, bedoeld in artikel 2.87, het hoogst is geplaatst op de lijst waarop degene die moet worden opgevolgd, is gekozen. Indien het lid in wiens plaats moet worden voorzien, ontslag heeft genomen met ingang van een bepaald tijdstip, vangt de termijn, bedoeld in de eerste volzin, aan op dat tijdstip.

De voorzitter van het stembureau doet een afschrift van het benoemingsbesluit toekomen aan het algemeen bestuur.

Iedere benoeming die met toepassing van deze paragraaf geschiedt, wordt terstond bekendgemaakt.

Het lid dat zijn ontslag heeft ingezonden, houdt op lid te zijn met ingang van de datum van zijn ontslagname.

Artikel 2.14 is van toepassing op een besluit als bedoeld in de artikelen X 5 en X 8 van de Kieswet ingeval de situatie genoemd in de artikelen 31, derde lid, en 33, vierde lid, van de wet optreedt.

Een openbare kennisgeving, als bedoeld in de artikelen 2.1, derde lid, 2.13, 2.16, eerste lid, 2.41, 2.43, tweede lid, 2.52, eerste lid, en 2.92 geschiedt op de in het waterschap gebruikelijke wijze.

Een besluit als bedoeld in de artikelen 2.10, 2.11, 2.12, 2.31, 2.117, alsmede een besluit dat is genomen op grond van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 2.45, derde lid, is een besluit als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet.

De paragrafen 17 tot en met 20 zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het algemeen bestuur die zijn benoemd door de organisaties, bedoeld in artikel 14 van de wet.

Bij de instelling van een waterschap kan bij reglement worden bepaald dat wordt afgeweken van de in dit besluit gestelde termijnen en stemmingsperiode.

Het algemeen bestuur kan bij verordening tot ten hoogste 20% naar beneden afwijken van de vergoeding, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid.

Het algemeen bestuur kan bij verordening bepalen dat ten hoogste 50% van de vergoeding wordt uitgekeerd, berekend naar rato van het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het lid van het algemeen bestuur op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen.

Op de leden van het algemeen bestuur zijn van overeenkomstige toepassing de regelingen ten behoeve van ambtenaren van het waterschap ten aanzien van reis- en verblijfkosten en vergoeding van telefoonkosten.

Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen over het ter beschikking stellen van computerapparatuur, over een tegemoetkoming voor de belastingheffing als gevolg hiervan, en over een vergoeding voor de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor deze apparatuur.

Het algemeen bestuur kan bij verordening bepalen dat een lid van het algemeen bestuur ten laste van het waterschap een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering ontvangt van € 175,– per jaar.

Het algemeen bestuur kan bij verordening bepalen dat een lid van het algemeen bestuur, naar in de verordening te stellen regels, ten laste van het waterschap een tegemoetkoming ontvangt ter zake van kosten voor scholing in verband met de vervulling van het lidmaatschap van het algemeen bestuur.

De aanspraak op de bezoldiging door het lid van het dagelijks bestuur begint op de dag van de benoeming en eindigt op het tijdstip van de beëindiging van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur.

Op het lid van het dagelijks bestuur zijn van overeenkomstige toepassing de regelingen ten behoeve van de ambtenaren van het waterschap ten aanzien van verhuiskosten, reis- en verblijfkosten en telefoonkosten.

Artikel 3.9, artikel 3.9a en artikel 3.40, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

De voorzitter kan op verzoek van het waterschapsbestuur of van het college van gedeputeerde staten bij koninklijk besluit worden geschorst in het belang van een goede uitoefening van het ambt. Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval:

Aan de voorzitter wordt bij koninklijk besluit met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin hij de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt, eervol ontslag verleend.

Vervallen

Vervallen

De aanspraak op de bezoldiging begint op de dag dat de benoeming ingaat en eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat of met ingang van de dag, volgende op die van het overlijden.

Bij besluit van het algemeen bestuur kan de voorzitter een ambtstoelage worden toegekend voor de aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten, tot een bedrag dat maximaal 3% bedraagt van het maximum van salarisschaal 18.

Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:

Een voorzitter die geschorst is, behoudt gedurende de schorsing zijn bezoldiging.

Vervallen

Vervallen

Indien een voorzitter langer dan acht dagen wegens ziekte zijn ambt niet kan uitoefenen geeft hij daarvan kennis aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

Vervallen

De voorzitter geniet bedrijfsgeneeskundige begeleiding overeenkomstig de voor het waterschapspersoneel geldende voorschriften.

Degene die op grond van artikel 51a van de wet, gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast geweest, geniet voor die tijd, ten laste van het waterschap, een vergoeding ten bedrage van de voor dat ambt vastgestelde bezoldiging. Indien de waarneming geschiedt door een lid van het dagelijks bestuur wordt de vergoeding verminderd met hetgeen als lid van het dagelijks bestuur aan bezoldiging wordt ontvangen.

Aan de voorzitter wordt een ambtsjubileumgratificatie en een dienstjubileumgratificatie toegekend overeenkomstig de regeling die geldt voor de ambtenaren van het waterschap.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Op de voorzitter zijn de artikelen 3.9, 3.9a, 3.12a tot en met 3.16 van overeenkomstige toepassing.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

begroting na wijziging: de begroting zoals deze luidt na verwerking van alle door het algemeen bestuur lopende het begrotingsjaar vastgestelde begrotingswijzigingen;

CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek;

deelneming: een participatie in een besloten of naamloze vennootschap, waarin het waterschap aandelen heeft;

EMU: de Economische en Monetaire Unie;

EMU-saldo: het vorderingensaldo op transactiebasis van de gehele sector overheid, met inbegrip van de centrale overheid, sociale fondsen en lokale overheden;

financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt;

kosten- en opbrengstsoorten: indeling waarmee de lasten en baten naar hun aard worden gerangschikt;

kostendragers: indeling waarmee de netto-kosten worden gerangschikt naar de taken die in het reglement aan het waterschap worden opgedragen of door het algemeen bestuur worden onderscheiden en waarvoor een aparte belasting wordt geheven;

netto-kosten: kosten die aan een bepaald programma, een bepaald product of een bepaalde kostendrager worden toegerekend en waarvan zijn afgetrokken de baten (met uitzondering van de belastingopbrengsten en andere algemene opbrengsten) die aan hetzelfde programma of product danwel dezelfde kostendrager worden toegerekend;

openbare lichamen: openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;

programma: een samenhangend geheel van activiteiten;

verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin het waterschap een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.

In de toelichting op de meerjarenraming wordt ten minste afzonderlijke aandacht besteed aan:

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:

De begroting bestaat ten minste uit:

In de paragraaf betreffende de ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar wordt ten minste ingegaan op:

In de paragraaf betreffende de uitgangspunten en normen wordt ten minste ingegaan op:

De paragraaf betreffende de incidentele baten en lasten bevat een overzicht van de baten en lasten die als eenmalig ten opzichte van voorgaande en komende begrotingsjaren moeten worden beschouwd.

In de paragraaf betreffende de kostentoerekening wordt ingegaan op de principes die zijn gehanteerd bij de toerekening van kosten aan de kostendragers. Deze paragraaf bevat in ieder geval:

In de paragraaf betreffende de onttrekkingen aan overige bestemmingsreserves en voorzieningen wordt ingegaan op de bedragen die rechtstreeks uit voorzieningen worden onttrokken alsmede op het beroep dat op de overige bestemmingsreserves, bedoeld in artikel 4.52, eerste lid, onderdeel c, wordt gedaan.

De paragraaf betreffende de waterschapsbelastingen bevat ten minste:

De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille.

De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen bevat ten minste:

De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste:

De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.

In de paragraaf betreffende het EMU-saldo wordt het EMU-saldo van het waterschap gespecificeerd overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde regels.

De begroting naar programma’s bevat een overzicht van de netto-kosten van de programma’s die zijn opgenomen in het programmaplan.

In een besluit tot wijziging van de begroting wordt in ieder geval aandacht besteed aan de noodzaak voor de wijziging, aan de mutatie en aan het nieuwe geraamde bedrag, alsmede aan de wijze waarop de dekking van het benodigde bedrag danwel de bestemming van het bedrag dat niet zal worden besteed zal plaats vinden.

De jaarverslaggeving wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de verslaggeving en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 4.3 bedoelde inzicht.

De exploitatierekening naar programma’s bevat een overzicht van de gerealiseerde netto-kosten van de programma’s die zijn opgenomen in de programmaverantwoording.

De toelichting op de exploitatierekening naar kostendragers bevat ten minste voor alle onderdelen van artikel 4.32, eerste lid, een analyse van de afwijkingen tussen de exploitatierekening en de begroting.

Van de lasten en baten die in de exploitatierekening naar kosten- en opbrengstsoorten worden opgenomen, worden ook de ramingen uit de begroting en de begroting na wijziging vermeld.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inrichting van de jaarverslaggeving en de toelichting.

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van het waterschap al dan niet duurzaam te dienen.

Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.

In de toelichting op de balans worden de financiële vaste activa gespecificeerd in:

Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen, de kortlopende vorderingen en de overlopende activa.

In de toelichting op de balans worden onder de voorraden afzonderlijk opgenomen:

In de toelichting op de balans worden de uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar gespecificeerd in:

In de toelichting op de balans worden onder de liquide middelen afzonderlijk opgenomen:

Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden met een looptijd van één jaar of langer.

Voorzieningen worden gevormd wegens:

Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto-vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar en de overlopende passiva.

In de toelichting op de balans worden de netto-vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar gespecificeerd in:

De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in artikel 4.66, achtste lid, van de vaste activa, bedoeld in artikel 4.68, eerste lid, en van de deelnemingen en voorraden, bedoeld in artikel 4.68, tweede lid, worden in de toelichting op de balans opgenomen.

In de toelichting op de balans worden de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen vermeld waaraan het waterschap voor toekomstige jaren is verbonden.

Inzet van middelen ten behoeve van onderzoek en ontwikkeling kan worden geactiveerd indien:

Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd indien:

De uitvoeringsinformatie wordt door het dagelijks bestuur vastgesteld.

In de uitvoeringsinformatie met betrekking tot de meerjarenraming worden de volgende gegevens van het begrotingsjaar en ten minste de drie daarop volgende jaren opgenomen:

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de uitvoeringsinformatie. Deze kunnen mede regels bevatten in het belang van bedrijfsvergelijking.

Indien de informatie voor derden niet voldoende inzicht biedt, kan Onze Minister een deelverantwoording als bedoeld in artikel 5.1 van het waterschap vragen.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

accountant: de accountant, bedoeld in artikel 109, tweede lid, van de wet;

deelverantwoording: een in opdracht van het algemeen bestuur opgestelde afzonderlijke verantwoording van een deel van de organisatie van het waterschap.

Naast de kwantitatieve fouten en onzekerheden in de controle houdt de accountant bij de controle en de oordeelsvorming rekening met kwalitatieve aspecten. Indien kwalitatieve aspecten daartoe aanleiding geven kan de accountant een goedkeurende accountantsverklaring onthouden.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De kostendelen, bedoeld in artikel 120, vierde lid, van de wet, worden vastgesteld op basis van de onderlinge verhoudingen tussen de waarden in het economische verkeer van:

binnen het gebied van het waterschap.

De waarde van de ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen, is de som van de waarden in het economische verkeer van de:

De gemiddelde waarde per hectare van bouwpercelen wordt bepaald op basis van de waarden die voor de binnen het gebied van het waterschap gelegen bouwpercelen op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken zijn vastgesteld.

De gemiddelde waarde per hectare van de ongebouwde onroerende zaken, bedoeld in artikel 6.3, onderdeel e, wordt gesteld op de gemiddelde waarde per hectare van de agrarische gronden binnen het gebied van het waterschap.

De waarde in het economische verkeer van de gebouwde onroerende zaken is de som van de waarden die voor deze gebouwde onroerende zaken zijn vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

inspecteur: de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, van de wet, bedoelde ambtenaar van het waterschap.

administratieplichtig: gehouden om op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat de gegevens die van belang zijn voor de heffing van de waterschapsbelastingen ten aanzien van de belastingplichtige, hieruit duidelijk blijken;

informatieplichtig: gehouden om de gegevens en inlichtingen aan de inspecteur te verstrekken welke voor de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van derden van belang kunnen zijn en gehouden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de inspecteur -– die van belang kunnen zijn voor de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van derden, voor dit doel beschikbaar te stellen.

De in artikel 6.14, eerste lid, bedoelde administratieplichtige die niet of niet volledig voldoet aan de vordering van de inspecteur om de in artikel 6.14 bedoelde gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, wordt voor de toepassing van artikel 25, zesde lid, en artikel 27e, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geacht niet volledig te hebben voldaan aan de verplichting ingevolge artikel 52 van die wet, tenzij aannemelijk is dat het niet, dan wel niet volledig voldoen aan de vordering van de inspecteur het gevolg is van overmacht.

De Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen worden ingetrokken met dien verstande dat zij op grond van artikel 98a van de wet, van toepassing blijven op de inrichting van de meerjarenraming, de begroting, de jaarverslaggeving, de uitvoeringsinformatie en de informatieverstrekking aan derden alsmede de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2008.

Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964:

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Waterschapsbesluit.

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

In geval van een goedkeuring van de jaarrekening (goedkeurend getrouwheidsconclusie en geen materiële onrechtmatigheden en/of onzekerheden over de rechtmatigheid; fout ≤ 1%; onzekerheid ≤ 3%) dient bij het opstellen van de accountantsverklaring de volgende tekst te worden aangehouden door de accountant.

Aan: Opdrachtgever

Wij hebben de (in dit rapport/verslag opgenomen 1) jaarrekening.. (jaartal) van waterschap.. (naam waterschap), bestaande uit de balans per 31 december .... (jaartal) en de exploitatierekeningen naar programma´s, naar kostendragers en naar kosten- en opbrengstsoorten over .... (jaartal) met de toelichtingen 2, gecontroleerd.

Het dagelijks bestuur van waterschap .... (naam waterschap) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.

Deze houdt onder meer in dat de jaarrekening zowel de baten en lasten als de activa en passiva getrouw dient weer te geven en dat de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Rechtmatige totstandkoming betekent in overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen waaronder verordeningen van het waterschap zelf.

Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa en passiva, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van de Waterschapswet. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit. 3 Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico´s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa en passiva, alsmede het voor de naleving van de wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn, maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van het waterschap. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving, van de redelijkheid van schattingen die het dagelijks bestuur van het waterschap heeft gemaakt, en een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten ...% en voor onzekerheden ...% van de totale bruto-lasten. Deze goedkeuringstolerantie is door het algemeen bestuur bij besluit van .............. (datum, nummer) vastgesteld.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van waterschap .............. (naam waterschap) een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over .... (jaartal) als van de activa en passiva per 31 december ... (jaartal) in overeenstemming is met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder verordeningen van het waterschap zelf.

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 109, derde lid, onderdeel d, van de Waterschapswet melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.