ZBO-regeling · BWBR0023116

Beleidsregels verenigingsactiviteiten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van het Commissariaat voor de Media van 4 december 2007 houdende beleidsregels omtrent verenigingsactiviteiten omroepverenigingen (beleidsregels verenigingsactiviteiten) Beleidsregels verenigingsactiviteitenHet Commissariaat voor de Media,Gelet op de artikelen 134 en 135 van de Mediawet;Gelet op de artikelen 4:81 en 5:16 van de Algemene wet bestuursrecht;Besluit:Het Commissariaat voor de Media

De Beleidsregels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

In deze regeling wordt verstaan onder:

Onder verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de wet worden verstaan:

Onder verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 4, onder a, van deze regeling worden verstaan bijeenkomsten waar leden een feitelijk vaststelbare bijdrage kunnen leveren aan het goed en democratisch functioneren van de omroepvereniging én waar leden in staat worden gesteld op democratisch aanvaardbare wijze invloed uit te oefenen op het beleid van de omroepvereniging.

Onder verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 4, onder b, van deze regeling worden verstaan:

De aard van de activiteit is bepalend voor de beoordeling van de activiteit en niet de wijze van financiering.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

1. Instellingen die zendtijd hebben verkregen zijn met al hun activiteiten, behoudens het bepaalde in de artikelen 26, 43a, 52 en 52b, niet dienstbaar aan het maken van winst door derden. Desgevraagd tonen zij dit ten genoegen van het Commissariaat voor de Media aan.

1. Alle activiteiten en werkzaamheden van een instelling die zendtijd heeft verkregen, die niet rechtstreeks verband houden met of ten dienste staan van de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 13c, eerste lid, worden aangemerkt als nevenactiviteiten, met uitzondering van de verenigingsactiviteiten van een omroepvereniging.

1. Alle inkomsten van een instelling die zendtijd heeft verkregen, waaronder de inkomsten uit nevenactiviteiten en vermogen, worden, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, aangewend voor de verzorging van het programma waarvoor zij zendtijd heeft verkregen.

2. In afwijking van het eerste lid, kunnen inkomsten uit programmabladen van omroepverenigingen tot ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag worden besteed aan verenigingsactiviteiten.

1. Omroepverenigingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep: