U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 22-12-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0023118

Regeling EFRO doelstelling 3 programmaperiode 2007–2013

Wijzigingen Officiële bron
Regeling EFRO doelstelling 3 programmaperiode 2007–2013Regeling EFRO doelstelling 3 programmaperiode 2007–2013 De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 56, derde lid, van Kaderverordening 1083/2006, artikel 3 en 8, eerste lid, van de Kaderwet EZ-subsidies en de artikelen 2 en 3 van het Besluit EFRO programmaperiode 2007–2013;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag16 december 2007De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van derHoeven

In deze regeling wordt verstaan onder samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen.

Als Europees Programma, bedoeld in artikel 3, eerste lid en artikel 4 van het Besluit EFRO programmaperiode 2007–2013 wordt aangewezen:

Het subsidieplafond voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is:

De aanvraag om subsidieverlening wordt gedaan bij de managementautoriteit van het desbetreffende Europees Programma, genoemd in artikel 2.

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag aan rijkscofinanciering op volgorde van binnenkomst van de aanvraag, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip, tenzij de managementautoriteit heeft ingestemd met het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project.

De Minister verbindt zodanig voorwaarden aan de subsidie dat de subsidieontvanger aan de certificeringsautoriteit en de auditautoriteit de voor hun taakvervulling nodige medewerking verleent.

Als toezichthouder op deze regeling voor het programma, bedoeld in artikel 2, onder c, worden aangewezen de ambtenaren van de Auditdienst van het Ministerie van Economische Zaken.

De programma’s, genoemd in artikel 2, worden ter inzage gelegd bij het Informatiecentrum van het Ministerie van Economische Zaken, Bezuidenhoutseweg 30 te Den Haag.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling EFRO doelstelling 3 programmaperiode 2007–2013.