U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 13-03-2008.

Ministeriële regeling · BWBR0023612

Regeling experiment microklimaat Rijsenhout

Wijzigingen Officiële bron
Regeling experiment microklimaat RijsenhoutRegeling experiment microklimaat Rijsenhout De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 8.23a, eerste lid, van de Wet luchtvaart;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.Eurlings

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het experiment beoogt een gunstig effect op de hinderbeleving te bewerkstelligen door gedurende het gebruiksjaar 2008 te onderzoeken of met het nauwkeuriger vliegen van de bocht bij Rijsenhout door startende vliegtuigen van de Kaagbaan de geluidhinder voor bewoners van Rijsenhout afneemt en te beoordelen of dit leidt tot toename van de geluidhinder elders.

In plaats van de grenswaarden, genoemd in bijlage 2 van het LVB gelden tijdens dit experiment voor het gedeelte van het gebruiksjaar 2008 vanaf 13 maart 2008 voor de in de onderstaande tabel genoemde handhavingspunten de volgende grenswaarden:

In plaats van de grenswaarden, genoemd in bijlage 3 van het LVB gelden tijdens dit experiment voor het gedeelte van het gebruiksjaar 2008 vanaf 13 maart 2008 voor de in de onderstaande tabel genoemde handhavingspunten de volgende grenswaarden:

Het experiment houdt in dat alle straalvliegtuigen die starten vanaf de Kaagbaan (naar het zuidwesten) op de vertrekroutes naar het zuiden en het oosten (SID’s LOPIK, LEKKO, ARNEM en ANDIK) nauwkeuriger zullen vliegen door gebruik te maken van een andere codering van deze routes in het FMS.

Als gevolg van het experiment zal naar verwachting het aantal slaapverstoorden en het aantal ernstig gehinderden in het onderzoeksgebied afnemen. Gedurende het experiment zullen de effecten regelmatig worden gemonitord.

De criteria die onderdeel vormen van de afweging en de beoordeling of het experiment wordt omgezet in een wijziging van het LVB zijn:

In onvoorziene gevallen kunnen op advies van de belanghebbenden de minister van Verkeer en Waterstaat en de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer overgaan tot het bijsturen, opschorten of vroegtijdig stopzetten van het experiment.

De termijn van het experiment betreft de periode van 13 maart 2008 tot en met 31 oktober 2008.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 13 maart 2008.