Ministeriële regeling · BWBR0023730
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Afdeling Stadstoezicht van de gemeente Eindhoven 2008
Handelende in overeenstemming met de betrokken Ministers;
Gelezen het verzoek van het hoofd van de Afdeling Stadstoezicht van de gemeente Eindhoven;
Gelet op:
– artikel 142, eerste lid, onder b en c, en het derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
– artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten;
– artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993;
Besluit:
Dit besluit wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Den Haag27 maart 2008De Minister van Justitie, namens deze:de teammanager BTR, P.W.C.CollardIn dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar, de door het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven aangestelde buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij de Afdeling Stadstoezicht van de gemeente Eindhoven.
Maximaal 100 personen werkzaam bij de Afdeling Stadstoezicht van de gemeente Eindhoven en belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in artikel 1, is bevoegd tot opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
de Wegenverkeerswet 1994; De toepassing van de hiervoor vermelde bevoegdheid dient zich te beperken tot stilstaand verkeer, met uitzondering van de artikelen 5, 6, 10, 60, 62 en 82 RVV 1990;
de in artikel 1a van de WED genoemde wetten alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED; de Wet Ruimtelijke Ordening; de Woningwet; Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
de artikelen 157, 173, 173a, 173b, 174, 175, 177, 177a, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 198, 199, 225, 266, 267, 427, 435, onder ten vierde, 461 en 447e van het Wetboek van Strafrecht;
Verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is tevens bevoegd tot het opsporen van andere strafbare feiten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie is belast voor de duur van dat onderzoek.
De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Eindhoven.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is tot 1 januari 2009 bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, van dit besluit genoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden bedoeld in:
- a.
- b.
artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn dienst als buitengewoon opsporingsambtenaar gebruik maken van handboeien en een korte wapenstok, beiden van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type tot 1 januari 2009.
De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt daadwerkelijk uitgerust met handboeien en een korte wapenstok nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van het omgaan met handboeien en een korte wapenstok tot 1 januari 2009.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Hertogenbosch.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Brabant Zuid Oost.
Het college van burgemeester en wethouders of namens hen het hoofd van de Afdeling Stadstoezicht van de gemeente Eindhoven brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
- a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
- b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
- c.
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst JUSTIS, afd. BTR/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de overige benoemingsbescheiden, afgegeven op basis van de individuele akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaar die in dienst zijn van de Afdeling Stadstoezicht van de gemeente Eindhoven in de functie van parkeercontroleur of milieuopsporingsambtenaar, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden mede op basis van het onderhavige besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Afdeling Stadstoezicht van de gemeente Eindhoven 2008.