Wijzigingen Officiële bron
Circulaire Sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012Circulaire Sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor deze:de directeur-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk , R.IJ.M.Kuipers

In de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2007–2010 van 25 mei 2007 hebben partijen onder meer afspraken gemaakt over de onderwerpen:

Over de uitwerking van deze afspraken hebben partijen overleg gevoerd.

Wat betreft ruimte voor ambtenaren bij het ontwikkelen en realiseren van loopbaanplannen hebben partijen in de CAO Rijk 2007–2010 afgesproken hierover een Arbeidsmarktconvenant op te stellen. Dit convenant zal een aantal beleidsafspraken bevatten op basis van een gezamenlijke visie op de positie en belangen van de werkgever en de (potentiële) rijksambtenaren op de arbeidsmarkt Rijk en de benodigde infrastructuur, instrumenten en faciliteiten, rechten en plichten om tot optimale match van vraag en aanbod te komen. Deze overeenkomst bevat over deze onderwerpen al een aantal afspraken conform de CAO Rijk 2005–2006 en de CAO Rijk 2007–2010. Partijen spreken af over deze thematiek waar nodig nadere afspraken te maken. Daarbij wordt met name het perspectief op de ontwikkeling van de arbeidsmarkt voor de sector Rijk op de langere termijn betrokken.

Inzake het thema ‘anders organiseren’ hebben partijen een drietal fasen van organisatieontwikkeling beschreven. Het criterium voor het onderscheid tussen de fasen van organisatieontwikkeling is de mate waarin personele problematiek (in de zin van overtolligheid) is te verwachten of zich al voordoet. Partijen zijn het eens geworden over de mogelijkheden tot het doorvoeren van veranderingen in de organisatie in deze fasen op basis van het bestaande ARAR en over de vergroting van de ruimte voor ambtenaren tot loopbaanontwikkeling in deze fasen. In de fase waarin de organisatie en de medewerkers zijn gedwongen om in beweging te komen worden de inspanningen van werkgever en medewerkers erop gericht het aanwijzen tot herplaatsingskandidaten zoveel mogelijk te voorkomen (zie bijlage 1).

Partijen hebben de ambitie om in de toekomst te komen tot een verdere invulling van de dynamisering van het proces van (re)organiseren in de zin van het concept ‘flexibel en veilig’, zoals aangeduid in de CAO Rijk 2007–2010. Partijen hebben daarom afgesproken dat dit thema onderwerp van overleg blijft. Op basis van evaluaties in de eerste kwartalen van 2009 en 2010 van de ervaringen die zijn opgedaan met het bovengenoemde onderscheid in fasen van organisatieontwikkeling, zullen partijen vervolgafspraken maken over de verdere invulling van de dynamisering van het proces van (re)organiseren.

Naast de beschrijving van de verschillende fasen van organisatieontwikkeling hebben partijen afspraken gemaakt over:

Onderstaand worden deze punten nader toegelicht.

Partijen hechten aan een goede ondersteuning voor de medewerkers bij het ontwikkelen en realiseren van hun loopbaanplannen. Beide partijen willen dat in sterkere mate faciliteren. Binnen dit kader worden de volgende maatregelen genomen:

In opdracht van partijen worden met inschakeling van het A+O fonds Rijk:

Partijen zijn van opvatting dat voor elk van bovengenoemde in de CAO Rijk 2007–2010 opgenomen onderwerpen een transparante en goed functionerende rijksbrede arbeidsmarkt van groot belang is. Vanuit dat perspectief zal de ruimte voor ontwikkeling van medewerkers worden vergroot door:

a. Hierbij neemt de werkgever de volgende maatregelen:Het maken, invullen en beheren van een ‘functieraster’, dat ervoor zorg draagt dat functies tussen (onderdelen van) departementen vergelijkbaar worden. Het raster brengt de bestaande functies binnen de sector overzichtelijk in beeld en heeft louter een verwijsfunctie. Het raster heeft geen rechtspositionele betekenis of gevolgen. Over het functieraster zal overleg in het SOR plaatsvinden.

b. Het optimaliseren van bestaande arbeidsmarkt ondersteunende systemen, zodat de functionaliteiten hiervan met betrekking tot de volgende aspecten verbeteren:

In het tijdelijk sociaal flankerend beleid 2008–2012 sector Rijk wordt extra nadruk gelegd op maatregelen die kunnen bijdragen aan het voorkomen van de aanwijzing van herplaatsingskandidaten. Dit komt ondermeer tot uiting in de gekozen systematiek waarin de beschikbare voorzieningen afhankelijk zijn gemaakt van de mate waarin personele problemen (in de toekomst) zijn te verwachten. De vastgestelde ‘pakketten’ van sociaal flankerend beleid zijn gerelateerd aan de ontwikkelingsfase waarin een organisatieonderdeel zich bevindt. Het pakket beschikbare voorzieningen wordt zwaarder naarmate de kans op overtolligheid binnen een functie of groep functies in een organisatieonderdeel of binnen een functie of groep functies die voorkomt in meerdere onderdelen toeneemt. Het zwaarste pakket komt beschikbaar wanneer ondanks de inspanningen in de voorgaande fasen uiteindelijk toch herplaatsingskandidaten moeten worden aangewezen.

In Bijlage 1 bij deze overeenkomst is een beschrijving van de verschillende ontwikkelingsfasen en van de bijbehorende pakketten van sociaal flankerend beleid voor de periode 2008–2012 opgenomen.

Partijen komen overeen de vaste regelgeving op een vijftal punten aan te passen aan de gemaakte afspraken in dit onderhandelaarsakkoord. Partijen spreken daartoe het volgende af:

Partijen spreken af de onder a tot en met d genoemde wijzigingen zo spoedig mogelijk door te voeren.

Het organisatiebeleid en meer bijzonder het sociaal flankerend beleid is er op gericht het aanwijzen van herplaatsingskandidaten zoveel als mogelijk te voorkomen. Het relateren van pakketten sociaal flankerend beleid aan de ontwikkelingsfase van de organisatie maakt het mogelijk om meer dan in het verleden al ruim voor sprake is van het aanwijzen van herplaatsingskandidaten alle beschikbare middelen in te zetten om gewenste mobiliteit te genereren en daarmee aanwijzing te voorkomen. Waar desondanks aanwijzing niet te voorkomen is, moet alle inspanning gericht zijn op het vinden van een geschikte plaats voor de kandidaat. De herplaatsingstatus is niet bedoeld en moet niet worden ingevuld als voortraject naar een ontslag, maar als traject naar een nieuwe functie binnen en als daar met de medewerker afspraken over zijn gemaakt buiten de sector Rijk. Om die doelstelling te realiseren hebben partijen afspraken gemaakt over een tijdelijke aanpassing van de duur en invulling van de herplaatsingstermijn voor medewerkers die voor 1 januari 2012 worden aangewezen als herplaatsingskandidaat.

De standaard herplaatsingstermijn bedraagt 18 maanden. Met de koppeling van verschillende pakketten van sociaal flankerend beleid aan de ontwikkelingsfase van de organisatie ontstaan nieuwe mogelijkheden om al in de fase voorafgaand aan de aanwijzing van herplaatsingskandidaten mogelijke problemen binnen groepen functies aan te pakken. De periode waarin organisatie en medewerkers maatregelen kunnen nemen is dus aan de voorkant verlengd. Alleen in twee specifieke situaties vindt automatisch verlenging van de herplaatsingstermijn van een individuele medewerker plaats.

Gedurende de herplaatsingsperiode wordt de voortgang periodiek per zes maanden geëvalueerd. Vaste onderdelen van de evaluatie zijn de geleverde inspanning van partijen (ondernomen acties en behaalde resultaten), de inzet van voorzieningen en het nakomen van de wederzijds verplichtingen volgend uit de algemene regels en uit de afspraken die in het herplaatsingsplan zijn opgenomen. Naar aanleiding van de evaluatie wordt het herplaatsingsplan zo nodig bijgesteld. Evaluatie vindt plaats aan de hand van een evaluatieformulier dat door de drie betrokken partijen wordt ingevuld en besproken (medewerker, verantwoordelijk management en trajectbegeleider). Van de evaluatie-bespreking wordt door het verantwoordelijk management een verslag gemaakt dat door partijen voor gezien wordt ondertekend. Formulieren en verslag worden opgenomen in het personeelsdossier.

Het bevoegd gezag rapporteert in het DGO over voortgang en resultaten van de trajectbegeleiding van de groep herplaatsingskandidaten. In het DGO kunnen afspraken gemaakt worden over de wijze en frequentie van de rapportages en over de verdere betrokkenheid van het DGO bij de begeleiding van herplaatsingskandidaten.

Mede naar aanleiding van de wijziging van de WW per 1 oktober 2006, is in het SOR reeds een aantal keren gesproken over aanpassing van de bovenwettelijke WW-regeling van de sector Rijk. Besproken is dat afspraken over dit onderwerp zullen worden gemaakt in het kader van de besprekingen over het nieuwe sociaal flankerend beleid.

Partijen spreken nu af de bovenwettelijke WW-regeling voor de sector Rijk aan te passen. De overeengekomen aanpassingen zijn van kracht met ingang van 1 januari 2012 .

Gekozen is voor de volgende uitgangspunten:

Overeengekomen zijn de volgende aanpassingen:

De nieuwe afspraken over de duur van de bovenwettelijke uitkeringen komen in de plaats van artikel 2 van het huidige Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk.

In de eerste helft van 2008 wordt een promotiecampagne gestart met als doel medewerkers bewust te maken van de mogelijkheden die de afgesproken maatregelen bieden voor hun loopbaanontwikkeling.

Vervallen