Wijzigingen Officiële bron
Besluit van het Commissariaat voor de Media van 17 juni 2008, houdende beleidsregels omtrent de verlening van toestemming aan natuurlijke of rechtspersonen om door middel van een omroepzender een programma voor een bijzonder doel uit te zenden dat een beperkt bereik heeft of van beperkte duur is (Beleidsregels toestemming programma voor bijzonder doel 2008)Beleidsregels toestemming programma voor bijzonder doel 2008 Het Commissariaat voor de Media,

Gelet op de artikelen 134 en 135 van de Mediawet;

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op artikel 82c, eerste en derde lid, van de Mediawet;

Besluit:

Commissariaat voor de Media Voorzitter, I.BrakmanCommissaris, T.Bahlmann

De beleidsregels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Een toestemming om via een omroepzender een programma voor een bijzonder doel uit te zenden dat een beperkt bereik en een beperkte duur heeft kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:

Ten aanzien van de inhoud van het programma dat op grond van de in artikel 2 bedoelde toestemming wordt uitgezonden gelden dezelfde reclamebepalingen als die gelden voor de inhoud van het programma dat op grond van een toestemming voor commerciële omroep wordt uitgezonden.

Een toestemming om via een omroepzender een programma voor een bijzonder doel uit te zenden dat een beperkt bereik heeft kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:

Ten aanzien van de inhoud van het programma dat op grond van de in artikel 4 bedoelde toestemming wordt uitgezonden geldt dat het niet is toegestaan reclameboodschappen van derden uit te zenden.

1. Het Commissariaat voor de Media kan aan natuurlijke of rechtspersonen toestemming verlenen door middel van een zender een programma voor een bijzonder doel uit te zenden dat een beperkt bereik heeft of van beperkte duur is.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de begrippen bijzonder doel, beperkt bereik en beperkte duur, bedoeld in het eerste lid, nader omschreven worden.

3. Het Commissariaat kan aan het verlenen van toestemming als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden.