Ministeriële regeling · BWBR0024256

Regeling aquacultuur

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 juli 2008, nr. TRCJZ/2008/2015, houdende regels inzake aquacultuur (Regeling aquacultuur)Regeling aquacultuurDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op Verordening (EG) nr. 136/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 januari 2004 tot vaststelling van procedures voor de veterinaire controles in de grensinspectieposten van de Gemeenschap bij het binnenbrengen van producten uit derde landen (PbEU 21), Verordening (EG) nr. 282/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 februari 2004 betreffende de vaststelling van een document voor de aangifte en de veterinaire controle van uit derde landen afkomstige dieren die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEU L 49), Richtlijn nr. 89/662/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 395/13), Richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224/29), Richtlijn nr. 91/496/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen nrs. 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG (PbEG L 268/56), Richtlijn nr. 96/22/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 betreffende het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen nrs. 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PbEG L 125), Richtlijn nr. 97/78/EG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 24), Richtlijn nr. 2006/88/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 oktober 2006 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PbEG L 328);

Gelet op artikel 2b van de Visserijwet 1963, artikel 19 van de Landbouwwet, en de artikelen 10, 11, 13, 15, 19, tweede lid, 25, 26, 30, 78, 100, 102, 107 en 111 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Gelet op artikel 3 van het Reglement zee- en kustvisserij, de artikelen 2 en 4 van het Besluit inzake het in de handel brengen van dieren en producten en de toepassing van maatregelen met betrekking tot in Nederland gebrachte dieren en producten, artikel 3, onderdeel hh, en artikel 5, eerste lid, onderdeel ff, van het Besluit verdachte dieren;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.Verburg

In deze regeling wordt verstaan onder:

In deze regeling wordt verstaan onder:

Ingeval in een bepaling van deze regeling is verwezen naar een communautaire uitvoeringsmaatregel, maar niet een dergelijke communautaire uitvoeringsmaatregel geldt, geldt voor de toepassing van deze regeling dat er is voldaan aan de desbetreffende bepaling van deze regeling.

Een communautaire uitvoeringsmaatregel, of een wijziging daarvan, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop daaraan uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven, of bij gebreke daarvan, de dag waarop de maatregel is vastgesteld.

Het is verboden aquacultuurdieren en producten in Nederland te brengen in geval op grond van een communautaire maatregel voor lidstaten een verplichting geldt om:

Op het brengen in en buiten Nederland van aquacultuurdieren en de producten daarvan vanuit, onderscheidenlijk naar Noorwegen en IJsland zijn:

Deze regeling is niet van toepassing op:

Titel 2, 3, 5, paragrafen 5.1 tot en met 5.4, en 5.6 zijn niet van toepassing wanneer waterdieren voor sierdoeleinden worden gehouden in dierenwinkels, tuincentra, tuinvijvers, commerciële aquaria of bij groothandelaren:

Vervallen

De vergunning, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, wordt door de Minister op aanvraag verleend aan een aquacultuurverwerkingsbedrijf dat aquacultuurdieren slacht met het oog op ziektebestrijding, indien dit bedrijf bij de aanvraag:

In afwijking van de artikelen 2.1.2 en 2.1.3 wordt een vergunning niet verleend indien uit de vergunningaanvraag blijkt dat de activiteiten van het bedrijf leiden tot een onaanvaardbaar risico van verspreiding van de ziekten naar kwekerijen, kweekgebieden van weekdieren of bestanden van wilde waterdieren in de omgeving van kwekerijen of kweekgebieden van weekdieren.

Een vergunninghoudend aquacultuurproductiebedrijf:

Een vergunninghoudend aquacultuurverwerkingsbedrijf:

Bij een aanvraag tot registratie als bedoeld in artikel 2.1.1, tweede lid, worden door de exploitant de gegevens, genoemd in bijlage II, deel I, onderdeel 1, subonderdelen a en f, van richtlijn nr. 2006/88/EG, verstrekt.

Vervoerders van aquacultuurdieren houden een register bij met daarin de volgende gegevens:

Het is verboden om aquacultuurdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde ziekten, voor uitzetting in het wild of voor uitzetting in put-en-take-visbedrijven in de handel te brengen, die:

Deze paragraaf is niet van toepassing op de handel in aquacultuurdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde ziekten, of de producten daarvan, die:

De verboden, bedoeld in deze titel, zijn niet van toepassing op het in de handel brengen van aquacultuurdieren en de producten daarvan voor wetenschappelijke doeleinden, mits de Minister daarvoor op aanvraag toestemming heeft verleend.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ‘handelaar’ verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon die aquacultuurdieren met het oog op de verhandeling onder zich heeft.

De in- en doorvoer van aquacultuurdieren is verboden.

Het verbod, bedoeld in artikel 6.1.2, is niet van toepassing op de in- en doorvoer van aquacultuurdieren die zijn verzonden:

mits, voor zover van toepassing, wordt voldaan aan verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, en aan artikel 6.2.7.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien de aquacultuurdieren zijn verzonden vanuit een lidstaat en bestemd zijn voor een derde land:

Vervallen

In geval een partij aquacultuurdieren of een partij producten van aquacultuurdieren afkomstig is uit Nieuw-Zeeland, mag deze vergezeld gaan van een certificaat dat is vastgesteld bij een communautaire maatregel ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57), indien:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De ingevoerde aquacultuurdieren die voor een derde land zijn bestemd, gaan tijdens het vervoer vanaf een grenscontrolepost, per partij, vergezeld van het document, bedoeld in artikel 5.1.1, tweede lid, onderdeel b.

Vervallen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ‘handelaar’ verstaan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon zijnde de eerste ontvanger op Nederlands grondgebied van een partij producten van aquacultuurdieren.

De in- en doorvoer van producten van aquacultuurdieren is verboden.

Het verbod, bedoeld in artikel 7.1.2, is niet van toepassing op de in- en doorvoer van producten van aquacultuurdieren die zijn verzonden:

mits, voor zover van toepassing, voldaan is aan verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In geval een partij aquacultuurdieren afkomstig is uit Nieuw-Zeeland, mag deze vergezeld gaan van een certificaat dat is vastgesteld bij een communautaire maatregel ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57), indien:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk is de begripsomschrijving ‘handelaar’ zoals bepaald in artikel 7.1.1, van overeenkomstige toepassing.

Het vervoeren van een in Nederland verzamelde partij aquacultuurdieren van enige plaats in Nederland naar het grondgebied van en bestemd voor een lidstaat is verboden.

De partij aquacultuurdieren dient, in de gevallen, bedoeld in artikel 14 van richtlijn nr. 2006/88/EG, vergezeld te gaan van het diergezondheidscertificaat.

Indien de aquacultuurdieren zijn bestemd om via het grondgebied van een lidstaat naar een derde land te worden vervoerd:

Vervallen

Vervallen

Dit hoofdstuk heeft betrekking op het brengen in Nederland van aquacultuurdieren en producten daarvan.

Als voorschriften als bedoeld in artikel 4 van het Besluit uitvoering verordening officiële controles diergezondheid worden aangewezen:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Wijzigt de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.

Wijzigt de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria.

Wijzigt het Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit.

De Regeling aquicultuur wordt ingetrokken.

Wijzigt de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten.

Wijzigt de Regeling varkenssperma.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2008.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aquacultuur.