U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 03-12-2015.

Ministeriële regeling · BWBR0024285

Examenregeling frequentiegebruik 2008

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 14 juli 2008, nr. WJZ 8086374, houdende regels ten aanzien van het afnemen van examens ten behoeve van frequentiegebruik (Examenregeling frequentiegebruik 2008)Examenregeling frequentiegebruik 2008De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 11, eerste lid, onder b en c, en tweede lid, en 20, eerste lid, van het Frequentiebesluit en gelet op de artikelen 5 en 6 van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag14 juli 2008De Staatssecretaris van Economische Zaken, F.Heemskerk

In deze regeling wordt verstaan onder:

Indien een examen door een kandidaat wordt afgelegd bij een examinerende instelling wordt de vergoeding voor het afnemen van het examen, door die kandidaat, voorafgaand aan het examen, aan die instelling voldaan.

Examens worden in Nederland afgenomen.

Een radiozendamateur voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 opgenomen voorwaarde dat hij met goed gevolg een examen afgelegd moet hebben, indien:

De examens in de categorie N, genoemd in artikel 7, onder a, b en c en de examens in de categorie F, genoemd in artikel 7, onder d, e en f, voldoen aan respectievelijk de bijlagen 1 en 2.

De examens hebben een tijdsduur van minimaal dertig minuten en van maximaal twee uur en worden schriftelijk afgenomen.

Aan de in artikel 4, eerste lid, van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 of aan de in artikel 5 Regeling aanvraag en toelating van vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte opgenomen voorwaarde dat de gebruiker dan wel vergunninghouder voor maritiemmobiele communicatie dient te beschikken over een certificaat van bediening is voldaan, indien:

De examens, bedoeld in artikel 13, eerste, tweede en derde lid, voldoen aan respectievelijk de bijlagen 3, 4 en 5.

Voor deelname aan een examen als bedoeld in artikel 13 moet de kandidaat de leeftijd van elf jaar hebben bereikt.

Indien de examinerende instelling niet meer voldoet aan de criteria op basis waarvan hij is aangewezen, bericht hij dit onverwijld schriftelijk aan de Minister.

De examinerende instelling neemt per examencategorie, waarvoor zij is aangewezen ten minste het volgens onderstaande tabel bepaalde aantal examens af.

De Minister kan de aanwijzing opschorten indien:

De Minister kan de aanwijzing geheel of gedeeltelijk intrekken indien:

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist de Minister.

De Examenregeling frequentiegebruik wordt ingetrokken.

Wijzigt de Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2008.

Wijzigt de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008.

Deze regeling treedt in werking per 1 augustus 2008.

Deze regeling wordt aangehaald als: Examenregeling frequentiegebruik 2008.

Aan de hand van deze exameneisen wordt getoetst of de kandidaat met goed gevolg een examen voor categorie N heeft afgelegd.

De exameneisen zijn beperkt tot onderwerpen die relevant zijn bij het doen van technische onderzoekingen en het gebruik van zendinrichtingen. Hieronder vallen ook schakelingen met hun schema's. Hierin kunnen zowel geïntegreerde schakelingen als discrete componenten voorkomen.

De tijdens het examen te stellen vragen worden gebaseerd op de praktische toepassing van de onderwerpen die in dit programma worden genoemd.

1.1. Stroomgeleiding

1.2. Bronnen

1.3. Radiogolven

1.4. Sinusvormige signalen

1.5. Audio en digitale signalen

1.6. Gemoduleerde signalen

1.7. Vermogen

2.1. Weerstand

2.2. Condensator

2.3. Spoel

2.4. Overige componenten (toepassingen)

3.1. Combinatie van componenten

3.2. Filter

4.1. Uitvoering

4.2. Blokschema’s

4.3. Werking en functies van de volgende schakelingen

5.1. Blokschema's

5.2. Werking en functies van de volgende schakelingen

5.3. Zendereigenschappen

6.1. Antennetypen (alleen opbouw, richteigenschappen en polarisatie)

6.2. Transmissielijnen

7.1. Propagatie

7.2. Frequentiespectrum

8.1. Meten

Het meten van:

8.2. Meetinstrumenten

Het meten met:

9.1. Storing in elektronische apparatuur

9.2. Oorzaak van de storing in elektronische apparatuur

9.3 Maatregelen tegen storingen

Voorzieningen ter voorkoming en opheffing van storingen:

10.1. Het menselijk lichaam

10.2. Netvoeding

10.3. Gevaren

10.4. Bliksemontlading

Aan de hand van deze eisen wordt getoetst of de kandidaat met goed gevolg een examen voor categorie F heeft afgelegd.

De exameneisen zijn beperkt tot onderwerpen die relevant zijn bij het doen van proeven met en het gebruik van zendinrichtingen door radiozendamateurs. Hieronder vallen ook schakelingen met hun schema's. Hierin kunnen zowel geïntegreerde schakelingen als discrete componenten voorkomen.

De tijdens het examen te stellen vragen worden gebaseerd op de praktische toepassing van de onderwerpen die in dit programma worden genoemd inclusief de onderliggende aspecten nodig voor het begrip van deze onderwerpen.

1.1. Stroomgeleiding

1.2. Bronnen

1.3. Elektrisch veld

1.4. Magnetisch veld

1.5. Elektromagnetisch veld

1.6. Sinusvormige signalen

1.7. Niet-sinusvormige signalen

1.8. Gemoduleerde signalen

1.9. Vermogen en energie

1.10. Digitalisering van analoge signalen

2.1. Weerstand

2.2. Condensator

2.3. Spoel

2.4. Toepassing en gebruik van transformatoren

2.5. Diode

Gebruik en toepassing van diodes:

2.6. Transistor

2.7. Overige componenten

3.1. Combinatie van componenten

3.2. Analoge filters

3.3. Voeding

3.4 .Versterker

3.5. Detector

3.6. Oscillator

3.7. Phase Locked Loop [PLL]

3.8. Mengtrap

3.9. Digitale signaalverwerking

4.1. Uitvoering

4.2. Blokschema's

4.3. Werking en functies van de volgende schakelingen [alleen als onderdeel van een blokschema]

4.4. Ontvangerspecificaties

5.1. Uitvoering

5.2. Blokschema's

5.3. Werking en functies van de volgende schakelingen [ alleen als onderdeel van het blokschema]

5.4. Zenderspecificaties

6.1. Antennetypen

6.2. Antenne-eigenschappen

6.3. Transmissielijnen

7.1. Algemeen

7.2. HF

7.3. VHF en hoger

8.1. Meten

Het meten van:

Meetfouten:

8.2. Meetinstrumenten

Het meten met:

9.1. Storing in elektronische apparatuur

9.2. Oorzaak van de storing in elektronische apparatuur

9.3. Maatregelen tegen storingen

Voorzieningen ter voorkoming en opheffing van storingen:

10.1. Het menselijk lichaam

10.2. Netvoeding

10.3. Hoge spanningen

10.4. Bliksemontlading

10.5. Opstelling

13.1. Maatschappelijke verantwoordelijkheden van de radiozendamateur

13.2. Operationele vaardigheden

Het examen bestaat uit een theoretische toets en omvat in elk geval de volgende onderdelen:

1.1. Soorten communicatie in de Maritime Mobile Service

1.2. Soorten stations in de Maritime Mobile Service

1.3. Elementaire kennis en eigenschappen van frequenties

1.4. Frequenties toegewezen aan de Maritime Mobile Service

1.1. VHF-radioinstallatie

1.2. Begrip ATIS

1.3. Antennes

1.4. Batterijen

2.1. Begrip MMSI

2.2. Gebruik van het VHF-kanaal 70

1.1. Gebruik van het internationale fonetisch alfabet

1.2. Keuze van de juiste taal in het radioverkeer op de binnenwateren

2.1 Effectief gebruik van verplichte documenten en publicaties

3.1. Verkeerslijsten

3.2. Radiotelefonieverbinding

3.3. Kosten verbonden aan verkeer

3.4. De voorschriften met betrekking tot:

3.5. Controle, overtredingen van de (radio)voorschriften

Het examen bestaat uit theoretische en praktische toetsen en omvat in elk geval de volgende onderdelen:

1.1. Soorten communicatie in de Maritime Mobile Service

1.2. Soorten stations in de Maritime Mobile Service

1.3. Eigenschappen van frequenties

1.4. Frequenties toegewezen aan de Maritime Mobile Service

1.1. VHF-radioinstallatie

1.2. Antennes

1.3. Batterijen

1.4. Radioapparatuur voor groepsreddingmiddelen

2.1. Berichtopbouw (format specifier)

2.2. Het MMSI-nummersysteem (o.a. adressen selecteren)

2.3. Categorieën

2.4. Telecommando’s en verkeersinformatie

2.5. Gebruik van het VHF-kanaal 70

1.1. Indeling van de zeegebieden A1 t/m A4 en het GMDSS masterplan

1.2. Bewaken van noodfrequenties zoals vermeld in het Radio Reglement, het SOLAS-verdrag en het STCW-verdrag

1.3. Functionele eisen voor scheepsstations

1.4. Uitrustingseisen voor scheepsstations

1.5. Energievoorzieningen van scheepsstations inclusief hoofd-, nood- en reservebronnen

1.6. Waarborgen van de beschikbaarheid van het scheepsradiostation

1.7. Vergunningen, (radio)veiligheidscertificaten, bedieningscertificaten, inspecties en periodieke onderzoeken.

2.1. Het NAVTEX-systeem

2.2. NAVTEX-ontvanger

3.1. Satelliet EPIRB’s

4.1. Search and Rescue Radar Transponder (SART )

5.1. Noodcommunicatie

5.2. Spoed- en veiligheidscommunicatie

5.3. Ontvangst van maritieme veiligheidsinformatie (MSI)

5.4. Bescherming van noodfrequenties

7.1. De functie van RCC’s

7.2. International Aeronautical and Maritime Search and Rescue Manual (IAMSAR)

7.3. Maritieme reddingsorganisaties

7.4. Meldingssystemen voor schepen

1.1. Gebruik van het Internationale Seinboek en het Standard Marine Communication Phrases (SMCP)

1.2. Erkende standaardafkortingen en veel gebruikte woorden en uitdrukkingen

1.3. Gebruik van het internationale fonetisch alfabet (ITU)

1.4.. Gebruik van de voorgeschreven boekwerken inclusief technische handleidingen

1.5. Begrip van ontvangen berichten

2.1. Effectief gebruik van verplichte documenten en publicaties

2.2. Bijhouden van radiogegevens

2.3. Kennis van de het reglement en de afspraken met betrekking tot de tot de Maritime Mobile Service en de Maritime Mobile Satellite Service

3.1. Radiotelefonieverbinding

3.3. De voorschriften met betrekking tot:

3.4. Belangrijkste scheepsroutes en bijbehorende communicatieroutes met betrekking tot schepen die binnen de grenzen van zeegebied A1 varen.

3.5 Controle van de (radio)voorschriften

Het examen bestaat uit theoretische en praktische toetsen en omvat in elk geval de volgende onderdelen:

1.1. Soorten communicatie in de Maritime Mobile Service

1.2. Soorten stations in de Maritime Mobile Service

1.3. Elementaire kennis van frequenties en frequentiebanden

1.4. Eigenschappen van frequenties

1.5. Kennis van verschillende vormen van communicatie

1.6. Kennis van verschillende soorten modulaties en klassen van uitzending

1.7. Frequenties toegewezen aan de Maritime Mobile Service

2.1. Basiskennis van satellietcommunicatiesystemen

2.2. Soorten stations in de Maritime Mobile-Satellite Service

1.1. Wachtontvangers

1.2. VHF-radioinstallatie

1.3. MF/HF-radioinstallatie

1.4. Antennes

1.5. Batterijen

1.6. Radioapparatuur voor groepreddingsmiddelen

2.1. Berichtopbouw (format specifier)

2.2. Het MMSI-nummersysteem (o.a. adressen selecteren)

2.3. Categorieën

2.4. Telecommando’s en verkeersinformatie

2.5. Testoproepen

3.1. NBDP-systemen

3.2. Radio-Telex-apparatuur

4.1. INMARSAT-Scheepsstations

4.2. INMARSAT EGC-ontvanger

4.3 INMARSAT-C Scheepsstation

5.1. Het opsporen van elementaire van fouten met behulp van ingebouwde meetinstrumenten of software in overeenstemming met de handleidingen van de apparatuur. Het herstellen van elementaire fouten, zoals vervangen van zekeringen, controlelampjes, e.d.

1.1. Zeegebieden en het GMDSS masterplan

1.2. Bewaken van noodfrequenties zoals vermeld in het Radio Reglement, het SOLAS-verdrag en het STCW-verdrag

1.3. Functionele eisen voor scheepsstations

1.4. Uitrustingseisen voor scheepsstations

1.5. Energievoorzieningen van scheepsstations inclusief hoofd-, nood- en reservebronnen

1.6. Waarborgen van de beschikbaarheid van het scheepsradiostation

1.7. Vergunningen, (radio)veiligheidscertificaten, bedieningscertificaten, inspecties en periodieke onderzoeken

1.8. Het selecteren van het (de) meest geschikte communicatiemiddel(en) en de daarmee verband houdende routering van de berichtgeving

1.9. Het kunnen opzoeken, cq beschikbaar hebben en gebruiken van de noodfrequenties in de VHF-MF- en HF-banden.

2.1. INMARSAT-Scheepsstation

2.2. INMARSAT-C Scheepsstation

2.3. INMARSAT EGC

3.1. Het NAVTEX-systeem

3.2. NAVTEX-ontvanger

4.1. Satelliet EPIRB’s

5.1. Search and Rescue Radar Transponder (SART)

6.1. Noodcommunicatie

6.2. Spoed- en veiligheidscommunicatie

6.3. Ontvangst van maritieme veiligheidsinformatie (MSI)

6.4. Bescherming van noodfrequenties

8.1. De functie van RCC’s

8.2. International Aeronautical and Maritime Search and Rescue Manual ( IAMSAR)

8.3. Maritieme reddingsorganisaties

8.4. Meldingssystemen voor schepen

1.1. Gebruik van het Internationale Seinboek en het Standard Marine Communication Phrases (SMCP)

1.2. Erkende standaardafkortingen en veel gebruikte woorden en uitdrukkingen

1.3. Gebruik van het internationale fonetisch alfabet (ITU)

1.4. Gebruik van de boekwerken inclusief technische handleidingen

1.5. Begrip van ontvangen berichten

2.1. Effectief gebruik van verplichte documenten, voorgeschreven boekwerken en publicaties

2.2. Bijhouden van radiogegevens

2.3. Kennis van het reglement en de afspraken met betrekking tot de Maritime Mobile Service en de Maritime Mobile-Satellite Service

3.1. Kiezen van de juiste communicatiemethodes in verschillende situaties

3.2. Verkeerslijsten

3.3. Radiotelefonieverbinding

3.4. Kosten verbonden aan verkeer

3.5. Positieberichten (TR)

3.6. Wereldgeografie, vooral de belangrijkste scheepsroutes en bijbehorende communicatieroutes

3.7. De voorschriften met betrekking tot:

3.8. Controle, overtredingen van de (radio)voorschriften