ZBO-regeling · BWBR0024413

Reglement erkenning leerbedrijven 2008

Wijzigingen Officiële bron
Reglement erkenning leerbedrijven 2008Reglement erkenning leerbedrijven 2008

In dit reglement wordt verstaan onder:

Uitsluitend bedrijven en organisaties die voldoen aan de bepalingen in dit reglement en die door het kenniscentrum als zodanig erkend zijn, mogen optreden als leerbedrijf, praktijkcentrum of uitzendorganisatie.

Voor de erkenning als leerbedrijf wordt het bedrijf of de organisatie geacht:

Ad. 1 en 2

De deelnemer moet in het leerbedrijf op een zodanige wijze worden ingezet dat de werkzaamheden die hij uitvoert zo dicht mogelijk liggen bij de feitelijke werksituatie waarvoor opgeleid wordt.Hiervoor is het nodig dat het leerbedrijf beschikt over de juiste (productie)middelen om de competenties te kunnen leren en/of over voldoende kennis en ervaring op het gebied van management, werkvoorbereiding, calculatie, personeelsbeleid, enz. (Het voorafgaande is afhankelijk van het niveau/de niveaus waarvoor het bedrijf erkend wordt).

Met behulp van checklisten wordt bekeken voor welke beroepen een bedrijf als leerbedrijf kan dienen.

De resultaten van die inventarisatie worden met het leerbedrijf besproken. Indien zich in het leerbedrijf omstandigheden voordoen die van invloed zijn op de erkenning, is het leerbedrijf verplicht dit te melden bij de opleidingsadviseur van het kenniscentrum.

Ad. 5

Voor het opleidingsproces is het belangrijk dat het leerbedrijf beschikt over medewerkers die zowel over vaktechnische kennis als didactische kennis en vaardigheden beschikken. Vaktechnische kennis kan worden aangetoond doordat de praktijkopleider tenminste dezelfde vakopleiding heeft gevolgd als voor het beroep c.q. niveau waarvoor wordt opgeleid. Danwel door het feit dat de praktijkopleider d.m.v. ervaring over de noodzakelijke kennis beschikt. Voor een goede begeleiding van de deelnemer is het noodzakelijk dat de praktijkopleider over didactische- en sociale vaardigheden beschikt. Het bedrijf stelt de praktijkopleider in staat, indien noodzakelijk en op dringend advies van de opleidingsadviseur, gerichte trainingen te volgen.

Ad. 8

In het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs is het kenniscentrum belast met het toezicht houden op de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming. In dat kader worden leerbedrijven erkend als leerbedrijf en wordt d.m.v. kwaliteitszorg BPV nagegaan of deze leerbedrijven de BPV op de juiste wijze en vorm en inhoud geven. Het kenniscentrum begeleidt het leerbedrijf bij dit kwaliteitsbevorderend proces. Indien er in onvoldoende mate inhoud wordt gegeven aan het proces, kan de erkenning worden ingetrokken. Dit gebeurt indien essentiële onderdelen binnen de BPV onder de norm worden ingevuld.

Ad. 9

Met behulp van de checklisten wordt geïnventariseerd welke werkprocessen in het bedrijf uitgevoerd kunnen worden en welke ontbreken. De ontbrekende werkprocessen (praktijkvervangende afspraken) worden voorgelegd aan de organisatie, die verantwoordelijk is dit elders, onder verantwoording van de organisatie, uit te (laten) voeren. De werkprocessen en de ontbrekende werkprocessen worden via de website aan derden getoond.

Aanvullende artikelen voor samenwerkingsverbanden en uitzendorganisaties.

Aanvulling ad. 1 en 2.

Hier wordt met het leerbedrijf bedoeld het uitlenende leerbedrijf. Het samenwerkingsverband of de uitzendorganisatie verplicht zich tot het plaatsen van de deelnemer bij bedrijven die in het register van erkende leerbedrijven van SH&M zijn opgenomen. Bij een samenwerkingsverband is er in beginsel sprake van dat dit samenwerkingsverband valt onder de werkingssfeer van de CAO voor de houthandel, meubelindustrie- of timmerindustrie.

Bij een uitzendorganisatie voldoet de organisatie aan de wettelijke bepalingen die zijn vastgelegd in de wet van 14 mei 1998, houdende regels voor de niet-openbare arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, zoals gepubliceerd in het staatsblad (Staatsblad 1998-306).

Het plaatsen van deelnemers vanuit een uitzendorganisatie bij erkende leerbedrijven bedraagt ten minste een periode van zes maanden.

Het samenwerkingsverband of de uitzendorganisatie houdt de opleidingsadviseur van SH&M op de hoogte van de locatie waar de BPV van de deelnemer plaatsvindt.

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het kenniscentrum.

Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 augustus 2008

Wijzigingen in het reglement worden vastgesteld door het kenniscentrum.