U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 07-10-2009.

Ministeriële regeling · BWBR0024452

Tijdelijke energieregeling markt en innovatie

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 2 september 2008, nr. WJZ / 8123674, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van verduurzaming van de energiehuishouding (Tijdelijke energieregeling markt en innovatie)Tijdelijke energieregeling markt en innovatieDe Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van bijlage 2, 6 en 7, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem te weten de vestiging aan de Juliana van Stolberglaan 3, 2509 AC Den Haag en die aan de Catharijnesingel 59, 3503 RE Utrecht.

Den Haag2 september 2008De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van derHoeven

In deze regeling wordt verstaan onder:

Op subsidies op grond van deze regeling zijn de bepalingen van het Kaderbesluit EZ-subsidies van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 5 en 9 en andere bepalingen voor zover deze in de volgende hoofdstukken buiten toepassing worden verklaard.

In aanvulling op de artikelen 22 en 23 van het Kaderbesluit EZ-subsidies beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie:

Vervallen

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

In aanvulling op artikel 23 van het Kaderbesluit EZ-subsidies beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:

De subsidie-ontvanger geeft binnen zes maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening opdracht tot uitvoering van de duurzame warmtemaatregel.

Een aanvraag om subsidie en een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, opgenomen in bijlage 6.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Op een subsidie voor een unieke kansen warmte/koudeproject zijn niet van toepassing de artikelen 10, derde lid, 23, onderdeel g, 38, eerste lid, onderdeel b tot en met d en 41 van het Kaderbesluit EZ-subsidies.

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen om subsidie voor unieke kansen warmte/koudeproject, ontvangen in de periode van de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 1 december 2008, 17:00 uur, bedraagt € 10.000.000.

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Op een subsidie voor een EOS-demonstratieproject zijn niet van toepassing de artikelen 10, derde lid, 23, onderdeel g, 38, eerste lid, onderdeel b tot en met d en 41 van het Kaderbesluit EZ-subsidies.

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Op een subsidie voor een unieke kansen project scholen/kantoren zijn niet van toepassing de artikelen 10, derde lid, 38, eerste lid, onderdeel b tot en met d, en 41 van het Kaderbesluit EZ-subsidies.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Voor subsidie komen in aanmerking de rechtstreeks aan de technische maatregelen, bedoeld in artikel 7.2, onderdeel b, toe te rekenen gemaakte en betaalde kosten.

De subsidie voor het treffen van technische maatregelen als bedoeld in artikel 7.2, onderdeel b, bedraagt:

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Het formulier voor het indienen van een aanvraag om een subsidie is opgenomen in bijlage 16.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke energieregeling markt en innovatie.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag en te Utrecht.

De technische voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1, definitie duurzame warmtemaatregel, zijn:

Voor kleine zonneboilers wordt de subsidie gebaseerd op de opbrengsttesten van de norm NEN-EN 12976 (Thermische zonne-energiesystemen en componenten: fabrieksmatig geproduceerde systemen). De Nederlandse testcondities zijn vastgelegd in de Nederlandse praktijkrichtlijn NPR 7976 (in Annex A) en met deze praktijkrichtlijn kunnen de testresultaten worden omgerekend naar Nederlandse standaardomstandigheden. Deze NPR kan ook gebruikt worden om de opbrengst te bepalen van zonneboilers die zijn afgeleid van een getest systeem, maar een afwijkende collectoroppervlakte en/of vatinhoud hebben. De warmtapwatervraag waarbij de opbrengst bepaald moet worden is volgens deze regeling 110 liter per dag.

Als collectoroppervlakte geldt de apertuur oppervlakte, volgens NEN-EN 12975.

Hoogbouw zonneboilersystemen, die opgebouwd zijn uit meerdere zonneboilers, waarbij de collectoren zijn gekoppeld als een groot collectorveld, worden beschouwd als een aantal kleine zonneboilers met elk een collectoroppervlak dat een evenredig deel is van het grote collectorveld. De energetische opbrengst van zo’n hoogbouwsysteem is gelijk aan de som van de energetische opbrengsten, bepaald conform NPR 7976, van de individuele (kleine zonneboiler-)systemen waaruit het hoogbouwsysteem is opgebouwd.

Bij kleine zonneboilers, die naast warm tapwater ook een bijdrage leveren aan de ruimteverwarming, worden deze systemen getest met de ruimteverwarmingsfunctie uitgeschakeld.

Om de conformiteit met de NEN 5128:2004 te handhaven, worden ook opbrengsten geaccepteerd die bepaald zijn met de NPR 7976 voor een opwarmtraject van 10 ºC (koud water) naar 60 ºC (warm water).

De opbrengst in GJ wordt op één decimaal nauwkeurig afgerond.

Voor grote zonneboilers is er nog geen geaccepteerde internationale methode voor het bepalen van de systeemopbrengst. Voor deze zonneboilers wordt de opbrengst voor de subsidie bepaald op basis van de prestaties van de collectoren, conform NEN-EN 12975.

De opbrengst (GJ) = A * η * Gj

Met A: de collectoroppervlakte volgens de apertuur (in m2); η: het rendement en Gj: de jaarlijkse instraling op de collector in Nederland, die voor deze regeling op 4 GJ/m2 is gesteld.

Het rendement wordt bepaald met collectorcurve volgens NEN-EN-12975.

Het rendement η = η0 - a1 T* - a2 G (T*)2

Met η0, a1, en a2 de coëfficienten die uit de test volgen, volgens Annex D van NEN-EN 12975.

T* de gereduceerde temperatuur, die voor deze regeling op 0,078 K.m2/W gesteld is.

G: de instraling, die voor deze regeling en volgens de norm op 1000 W/m2 genomen wordt.

De opbrengst in GJ wordt op één decimaal nauwkeurig afgerond.

De subsidie voor de warmtepomp, niet zijnde een lucht/waterwarmtepomp, wordt bepaald op basis van het thermisch vermogen geleverd door de condensor van de warmtepomp in kWth op basis van de normen en testcondities, genoemd in artikel 2.1.

De COP en het thermisch vermogen, kWth, worden op één decimaal nauwkeurig afgerond.

De subsidie voor de lucht/waterwarmtepomp wordt bepaald op basis van het thermisch vermogen geleverd door de condensor van de warmtepomp in kWth met een maximum van 2 kWth, op basis van de normen en testcondities, genoemd in artikel 2.1.

De COP en het thermisch vermogen, kWth, worden op één decimaal nauwkeurig afgerond.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag en te Utrecht.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag en te Utrecht.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag en Utrecht.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag en Utrecht.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag en Utrecht.

>>U kunt nu verder gaan met deel 2 van het formulier<<

>>U kunt nu verder gaan met deel 3 van het formulier<<

>>U kunt nu het formulier bij deel 4 ondertekenen<<