U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-11-2014.

Ministeriële regeling · BWBR0024539

Uitvoeringsregeling visserij

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 september 2008, nr. TRCJZ/2007/3190, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de visserij (Uitvoeringsregeling visserij)Uitvoeringsregeling visserijDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, onderdelen a en b, en vijfde lid, 2c, eerste lid, 17, eerste en derde lid, en 24 van de Visserijwet 1963;

Gelet op de artikelen 3, 4 en 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Gelet op de artikelen 1, eerste lid, onderdeel g, tweede en derde lid, 6, derde lid, 8, 10a, eerste en tweede lid, 11, 12 en 13 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

Den Haag19 september 2008De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,G.Verburg

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als vissen, onderscheidenlijk schaal- en schelpdieren als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet, worden aangewezen de in de bijlage 1 opgenomen soorten.

Vervallen

Als middelen, bedoeld in artikel 2c, eerste lid, van de wet, waarmee het verboden is vis te bedwelmen, te verwonden of te doden, worden aangewezen:

Als water waarvoor de bepalingen van paragraaf 5 van de wet betreffende de huur en verhuur van visrecht niet gelden, wordt aangewezen: het Grevelingenmeer.

Vervallen

De afmeting, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Visserijwet 1963, bedraagt:

Het tijdvak, bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Visserijwet 1963, is

Vervallen

Alle bewijsstukken of bescheiden waarin de gegevens, bedoeld in artikel 8, zijn vastgelegd, moeten vanaf het tijdstip van hun opstelling of verkrijging tot het tijdstip waarop drie kalenderjaren zijn verlopen, worden bewaard.

De verplichting om een administratie bij te houden als bedoeld in artikel 7, eerste lid, geldt niet voor:

Vervallen

Het is verboden te vissen in het gebied, genoemd in bijlage 3.

Het recreatief gebruik van vistuig van het type staand want in de visserijzone is verboden.

Het is verboden te vissen met:

Het is verboden de visserij uit te oefenen met een vissersvaartuig waarvan het motorvermogen groter is dan het motorvermogen dat staat vermeld op de ten behoeve van dat vissersvaartuig verleende vergunning als bedoeld in artikel 70, eerste lid.

Het is verboden te vissen met mechanische vistuigen, geschikt voor het vangen van kokkels in de kustwateren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970.

Het is verboden te vissen met enig vistuig, geschikt voor het vangen van schelpdieren, in:

Het is verboden schelpdieren uit te zaaien of uit te zetten in de visserijzone, het zeegebied en de kustwateren.

Het is verboden te vissen met vistuigen, geschikt voor het vangen van garnalen in het gebied, genoemd in bijlage 6.

Het is verboden te vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van garnalen in de visserijzone, het zeegebied en de kustwateren met uitzondering van de Westerschelde.

Het is verboden om van vrijdag 12.00 uur tot de daaropvolgende zondag 24.00 uur buiten de haven te zijn met een vaartuig dat enig vistuig aan boord heeft geschikt voor het vangen van garnalen.

Het is verboden op of in de nabijheid van enig water, behorend tot de visserijzone, het zeegebied of de kustwateren, een vistuig voorhanden te hebben, indien en voor zover het gebruik van dat vistuig in dat water ingevolge het bepaalde in de artikelen 11 tot en met 22 verboden is.

Als wateren waarin het ingevolge artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, is verboden te vissen tussen twee uur na zonsondergang en één uur vóór zonsopgang worden aangewezen de in bijlage 2 opgenomen wateren.

Als water waarin het verboden is te vissen met de hengel in de periode van 1 april tot en met 31 mei, wordt aangewezen de in bijlage 7 opgenomen wateren.

Als water, waarin het verboden is te vissen met enig vistuig wordt aangewezen: de Geul, bovenstrooms van de grens tussen de gemeenten Valkenburg en Meerssen en haar zijbeken, de Voerenbeek en de Noorbeek met dien verstande, dat het van 1 april tot en met 30 september toegestaan is te vissen met de hengel, voor zover deze niet is geaasd met worm of nabootsing daarvan.

Vervallen

Het uitzetten van graskarpers is verboden in:

Het is verboden de volgende rivierkreeften in de binnenwateren uit te zetten:

Het is verboden te vissen met de schietfuik binnenvisserij in de gebieden in het IJsselmeer, genoemd in bijlage 8.

Het is verboden te vissen met de aaskuil in de gebieden in het IJsselmeer, genoemd in bijlage 9.

Het is verboden om te vissen met de zegen in de havens van het IJsselmeer.

Het is verboden bij het vissen met de zegen in de gebieden in het IJsselmeer om meerdere zegennetten aan elkaar te binden.

Een vrijstelling als bedoeld in artikel 33, wordt niet verleend voor het rapen van schelpdieren in het gebied, genoemd in bijlage 3.

De Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde in de artikelen 23b en 28b voor het verrichten van onderzoek. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden. De ontheffing kan worden geschorst of ingetrokken.

Het verbod, bedoeld in artikel 23, geldt niet indien het vistuig zodanig is verpakt of in zodanige toestand is, dat dadelijk gebruik daarvan niet mogelijk is.

Van het bepaalde in artikel 21, wordt vrijstelling verleend voor het vissen in de visserijzone en het zeegebied:

Van artikel 79, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij wordt vrijstelling verleend voor vaartuigen, andere dan vissersvaartuigen:

De vrijstellingen, bedoeld in de artikelen 39 en 40, worden slechts verleend voor vaartuigen met één boomkor als bedoeld in artikel 38, tweede lid, of met één bordennet waarvan de hoogte van de visborden niet meer bedraagt dan 70 centimeter en waarvan de lengte van de bovenpees, inclusief stroppen en kabels, niet meer bedraagt dan 225 centimeter, gemeten vanaf de achterzijde van het ene tot de achterzijde van het andere bord.

Van het bepaalde in artikel 17 wordt vrijstelling verleend voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van:

Van het verbod in artikel 19 wordt vrijstelling verleend voor zover het betreft het uitzetten of uitzaaien van mosselen, kokkels, oesters en Japanse oesters.

De vrijstelling, bedoeld in artikel 44, wordt slechts verleend voor zover het betreft het vissen met een vissersvaartuig met korren, waarvan de opening niet breder is dan 1.90 meter.

Onverminderd het bepaalde in artikel 46 is het vissen van mosselen, zeesterren en oesters, met uitzondering van het vissen op verwaterpercelen, verboden:

Van het verbod in artikel 18, derde lid, wordt vrijstelling verleend aan:

Van het verbod, bedoeld in artikel 21, is vrijgesteld degene, die anders dan met behulp van een vaartuig op garnalen vist.

Het verbod, bedoeld in artikel 22, geldt niet

Van het verbod in artikel 12 wordt vrijstelling verleend aan de rechthebbende op het visrecht in staatswateren met vaste vistuigen in een visvak, voor het vissen in dit visvak met die vistuigen waarop het visrecht betrekking heeft.

Van het bepaalde in artikel 2, eerste lid en artikel 5, eerste lid, van het Reglement voor de Binnenvisserij 1985 wordt vrijstelling verleend voor zover het betreft het vissen met de oesterkor in het Grevelingenmeer.

Van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 wordt vrijstelling verleend voor zover het betreft het vissen met de hengel, geaasd met enig kunstaas, in het Oostvoornsemeer.

Van het verbod, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, is vrijgesteld degene die de visrechthebbende of de houder van de schriftelijke toestemming, bedoeld in de artikelen 55, eerste lid, en 56, eerste lid, behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend.

Artikel 55, eerste lid, en de vrijstellingen, bedoeld in de artikelen 56, eerste en tweede lid, en 57 gelden onder de voorwaarde dat eidragende zeekreeften, pas verschaalde zeekreeften en zeekreeften die zijn gevangen tussen 15 juli en de laatste donderdag van maart, onmiddellijk na de vangst worden teruggezet.

Werknemers die vissen in dienst van de visrechthebbende of de houder van een schriftelijke toestemming, bedoeld in de artikelen 55, eerste lid, en 56, eerste lid, hebben het bewijs van dit dienstverband bij de uitvoering van de visserij bij zich.

De Minister bevestigt binnen drie weken de ontvangst van de melding, bedoeld in de artikelen 55, eerste lid, onderdeel b, en 56, eerste lid, onderdeel b, en de ontvangst van het assurance-rapport, bedoeld in artikel 55, eerste lid, onderdeel c.

Van artikel 1 en 2 van het Reglement minimummaten en gesloten tijd 1985 en artikel 7a van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 is vrijgesteld, degene die ten gevolge van plotselinge vissterfte, of van de dreiging daarvan, gebruik maakt van de vistuigen, bedoeld in artikel 7a van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, mits de vis, die met dat gebruik wordt verkregen, onverwijld wordt uitgezet in een nabij gelegen water waar een dergelijke dreiging zich niet voordoet.

Vervallen

Het verbod, bedoeld in artikel 30, geldt niet gedurende de door de Minister krachtens artikel 65, eerste lid, vastgestelde periode.

Aan de aangeslotenen bij de Coöperatieve Producentenorganisatie Nederlandse Vissersbond-IJsselmeer U.A. wordt vrijstelling verleend als bedoeld in artikel 67, eerste lid.

Een vergunning, als bedoeld in artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, wordt slechts verleend, voor zover:

Een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie wordt op aanvraag door de Minister verleend aan rechthebbenden op een vergunning als bedoeld in artikel 36 om met een vissersvaartuig op mosselen te vissen in de Waddenzee.

Een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie wordt op aanvraag door de Minister verleend aan personen die in de jaren 2008 en 2009 met een mosselzaadinvanginstallatie hebben geëxperimenteerd in de kustwateren en waarvoor door de Minister een ontheffing van het verbod, bedoeld in artikel 17, is verleend.

Vissen, schaal- en schelpdieren, bedoeld in artikel 1, tweede lid, letter a, onderscheidenlijk letter b, van de wet:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

53°29.7110' NB en 06°36.8450' OL

53°31.9450' NB en 06°37.2260' OL

53°32.4210' NB en 06°37.0408' OL

53°32.5704' NB en 06°36.9446' OL

53°32.9445' NB en 06°36.5232' OL

53°32.5774' NB en 06°31.1897' OL

53°33.2763' NB en 06°28.9006' OL

53°33.4951' NB en 06°27.3228' OL

53°32.9249' NB en 06°26.3971' OL

53°32.2225' NB en 06°27.2745' OL

53°31.8188' NB en 06°27.5629' OL

53°31.1084' NB en 06°27.7142' OL

53°30.8232' NB en 06°27.8172' OL

53°30.5652' NB en 06°27.8245' OL

53°30.2091' NB en 06°27.8895' OL

53°29.9693' NB en 06°27.9813' OL

53°29.4464' NB en 06°28.0920' OL

53°28.5000' NB en 06°29.1850' OL

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied gelegen binnen de grenzen van de volgende punten en coördinaten; In het westen en het zuiden begrensd door de kust van Noord-Holland vanaf het sectorlicht achter Berghaven te Den Helder, en de lijn die gevormd wordt door de volgende coördinaten:

Het gebied gelegen tussen de kust van Terschelling en de lijn die loopt over de volgende coördinaten:

Het gebied gelegen tussen de lijn die gevormd wordt door de volgende coördinaten:

Het gebied in het noorden begrensd door de basislijn van de territoriale zee van Nederland tussen coördinaten:

In het oosten begrensd door de lijn die gevormd wordt door de volgende coördinaten:

In het zuiden begrensd door de kust van de Provincie Groningen, door de lijn:

53.27.74 N 06.50.14 O (Westelijk havenhoofd Eemshaven);

tot positie:

53.26.28 N– 06.34.81 O (Haven Noordpolderzijl).

Het volgens de nieuwste uitgave van de Hydrografische kaart nr. 1812.6 droogvallend gebied van de Hond en de Paap, inclusief de geultjes en prielen.

Het gebied in het zuidwesten begrensd door een lijn tussen de sectorlichten van de Hoek van Ouwerkerk (51°36.8664' NB en 03°58.2515' OL); en de haven van Stavenisse (51'35.6824' NB en 04°⁠00.2696' OL) en ten noordwesten van de lijn begrensd door de kusten van Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint-Philipsland, alsmede de Grevelingendam en de Philipsdam. Onder het gesloten gebied zijn het Slaak en de Krabbenkreek mede begrepen.

Het gebied dat wordt begrensd door de Waddenzeekust van Terschelling en de lijn lopend over de volgende coördinaten:

doch met uitzondering van de hierna genoemde drie gebiedjes:

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

Het gebied, begrensd door de lijn lopend over de punten met de coördinaten:

de havens van het IJsselmeer, voor zover gelegen landinwaarts van de lijn lopende over het groene en rode licht van de haveningang(en), met inbegrip van de Vluchthaven van het Oostvaardersdiep en de havens van Lelystad en met inbegrip van de Pampushaven voor zover gelegen landinwaarts van de lijn lopende over het rode licht van de haveningang en het punt met de coördinaat 52°22.84' NB en 005°07.48' OL.

Vervallen

1 De bijlage dient als volgt te worden gelezen: een grote fuik heeft een omrekenwaarde van 5 (vangst)eenheden; aan een dergelijk vistuig is 1 merkje bevestigd.

Overzicht van gebieden en mosselkweekpercelen waarvoor een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie kan worden verleend.

Gebieden en mosselkweekpercelen waarvoor aan de personen, bedoeld in artikel 77a, een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie kan worden verleend.

Gebieden en mosselkweekpercelen waarvoor aan de personen, bedoeld in artikel 77b, een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie kan worden verleend.

Gemeenten waarvoor de vrijstelling, bedoeld in artikel 52b, eerste lid, geldt

Schiermonnikoog

Ameland

Terschelling

Vlieland

Texel

Zijpe

Katwijk

Westland

Zandvoort