Wijzigingen Officiële bron
Besluit houdende vaststelling van twee vergunningen voor digitale omroep zoals deze na de procedure van veiling zullen worden verleendBesluit vaststelling twee vergunningen voor digitale omroep zoals na procedure van veiling worden verleendDe Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3, derde lid, onderdeel c, van het Frequentiebesluit;

Besluit:

Ingevolge het besluit van de Minister van 5 november 2008 (Stcrt. 2008, 227) worden twee vergunningen voor digitale omroep verdeeld. Beide vergunningen alsmede de voorschriften en beperkingen die hieraan zullen worden verbonden zijn in de bijlagen A en B vastgesteld. Die onderdelen van de vergunning die pas na de procedure van veiling kunnen worden vastgesteld, zijn niet opgenomen in de bijlagen A en B. Hierbij valt te denken aan de naam van de toekomstige vergunninghouder. De inhoud van de CD-rom, bedoeld in bijlage III van beide vergunningen, kan tot en met 31 mei 2009 worden geraadpleegd op de website van Agentschap Telecom, www.agentschap-telecom.nl.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, namens deze:Hoofd Spectrummanagement, J.T.M.Derksen

De Staatssecretaris van Economische Zaken

Gelezen de aanvraag van [naam] te [plaats] van [datum], kenmerk [kenmerk];

Gelet op de artikelen 3.3 en 3.5 van de Telecommunicatiewet en op artikel 16 van het Frequentiebesluit;

Besluit:

Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

namens deze:

Hoofd Spectrummanagement, Agentschap Telecom,

J.T.M. Derksen

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag waarop zij is verzonden een bezwaarschrift indienen bij de afdeling Juridische zaken van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken, Postbus 450, 9700 AL te Groningen. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van de beschikking waartegen het is gericht, en de gronden van het bezwaar te bevatten.

In deze beschikking wordt verstaan onder:

Het gebruik van de frequentieruimte vindt plaats met inachtneming van het Spectrum mask for T-DAB transmitters operating in sensitive cases en de technische beschrijving zoals deze beide in de bijlagen I en III zijn opgenomen.

Onverminderd artikel 7 veroorzaakt de vergunninghouder geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radiozendapparaten in andere radiozend- of ontvangstapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen.

Vergunninghouder stelt de Minister van elke ingebruikneming van (onderdelen van) de frequentieruimte tenminste vier weken van tevoren schriftelijk op de hoogte en overlegt daarbij de gegevens bedoeld in bijlage II.

Vergunninghouder stelt de Minister onverwijld in kennis van technische en andere wijzigingen die verband houden met de vergunning, waaronder begrepen wijzigingen in de samenstelling van zijn rechtspersoon en de zeggenschapsverhoudingen binnen zijn rechtspersoon.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven.

Deze vergunning treedt in werking op [datum verlening] en geldt tot en met [datum]. PM looptijd 15 jaar.

De figuur, bedoeld in artikel 3, is als volgt:

Figuur 1: Spectrum mask for T-DAB transmitters operating in sensitive cases

Bron: GE06 pagina 169

De technische beschrijving, bedoeld in artikel 3, luidt als volgt:

Het regionale kavel 2 heeft de omtrek beschreven in figuur 2.0. Het kavel is opgebouwd uit de GE06 allotments 23 FR, 23 NH, 23 GR, 23 DR, 23 FL, 23 OV, 23 GL, 23 UT, 23 RM, 23 WE, 23 ZL, 23 NB, 23 LN, 23 LZ.

De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn in een CD-ROM neergelegd. De CD-ROM maakt onderdeel uit van bijlage I.

Figuur 2.0: Geografische indeling van de frequentieruimte

Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 174,160 MHz–175,696 MHz.

Figuur 2.1: Overzicht frequentieblok 5A, allotment 23 FR

Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.

Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentie netwerk.

Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.

Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale afspraak. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.

Het gebied gemarkeerd met 5B heeft betrekking op frequentieblok 175,872 MHz–177,408 MHz en bestaat uit de allotments 23WE, 23RM, 23ZL.

Figuur 2.2: Overzicht frequentieblok 5B, allotments 23 RM, 23 WE en 23 ZL

Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.

Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentie netwerk.

Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.

Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.

Het gebied gemarkeerd met 5C heeft betrekking op frequentieblok 177,584 MHz–179,120 MHz en bestaat uit de allotments 23 LN en 23 NB.

Figuur 2.3: Overzicht frequentieblok 5C, allotments 23 LN en 23 NB

Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.

Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentie netwerk.

Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.

Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.

Het gebied gemarkeerd met 5D heeft betrekking op frequentieblok 179,296 MHz–180,832 MHz.

Figuur 2.4: Overzicht frequentieblok 5D, allotment 23 FL

Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.

Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentie netwerk.

Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.

Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.

Het gebied gemarkeerd met 7C heeft betrekking op frequentieblok 191,584 MHz–193,120 MHz en is samengesteld uit de allotments 23 DR en 23 GR.

Figuur 2.5: Overzicht frequentieblok 7C, allotments 23 DR en 23 GR

Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.

Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.

Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.

Het gebied gemarkeerd met 8C heeft betrekking op frequentieblok 198,592 MHz–200,128 MHz.

Figuur 2.6: Overzicht frequentieblok 8C, allotment 23 LZ

Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.

Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.

Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.

Ter bescherming van het Nederlandse DVB-T allotment 903H is op de grens de maximale interferentieveldsterkte veroorzaakt door het Nederlandse T-DAB allotment 23 ZL beperkt tot 44 dB(μV/m). De veldsterkte wordt gemeten over een bandbreedte van 7 MHz.

Ter bescherming van het Nederlandse T-DAB allotment 23 ZL is op de grens de maximale interferentieveldsterkte veroorzaakt door het Nederlandse DVB-T allotment 903H beperkt tot 35 dB(μV/m). De veldsterkte wordt gemeten over een bandbreedte van 1,75 MHz.

Het gebied gemarkeerd met 11A heeft betrekking op frequentieblok 216,160 MHz–217,696 MHz.

Figuur 2.7: Overzicht frequentieblok 11A, allotment 23 NH

Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.

Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.

Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Voor het gebruik van deze frequentieruimte is nodig dat mhet notificatieverzoek, bedoeld in artikel 4, noodzakelijk.

Het gebied gemarkeerd met 11B heeft betrekking op frequentieblok 217,872 MHz–219,408 MHz.

Figuur 2.8: Overzicht frequentieblok 11B, allotment 23 OV

Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.

Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.

Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.

Het gebied gemarkeerd met 12 B heeft betrekking op frequentieblok 224,880 MHz–226,416 MHz en samengesteld uit de allotments 23 GL en 23 UT.

Figuur 2.9: Overzicht frequentieblok 12B, allotments 23 GL en 23 UT

Gedurende de conferentie is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen. In GE06 worden als regel de rechten van analoge televisie tot 2015 beschermd. Voor Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit niet van toepassing.

Indien in tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Tabel 1 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 jo. Section II of Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ GE06.

Tabel 2 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken welke na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel I.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage III. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in tabel 2 en de afspraken, opgenomen in bijlage III, prevaleren de laatstgenoemde.

Tabel 3 bevat een indicatie van aanvullende verruimingen. Deze verruimingen zijn een verruiming ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 1 en tabel 2 en zijn indicatief. Met de hier genoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. Deze frequentieruimte kan slechts worden gebruikt na registratie in het MIFR.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Met de onderhavige vergunning worden de frequentiegebruiksrechten geregeld voor digitale omroep, althans gebruik in overeenstemming met het vigerende nationaal frequentieplan. Aan de vergunning liggen de volgende beleidsuitgangspunten ten grondslag.

De radioplanning waarop de frequentie-indeling is gebaseerd volgt hoofdzakelijk uit internationale afspraken, waarvan de GE06-afspraken de meest in het oog springende afspraken zijn. De frequentieruimte bestaat uit verschillende frequentieblokken die in vast omlijnde geografische gebieden in Nederland inzetbaar zijn. Tijdens en na GE06 zijn nadere internationale afspraken gemaakt, doorgaans bilaterale afspraken, die als doel hebben om de inzetbaarheid en beschikbaarheid van de frequentieruimte voor digitale omroep in Nederland te verruimen. Van alle afspraken zijn overzichten samengesteld die u in de bijlagen aantreft. De afspraken zelf zijn ook bijgevoegd.

Deze frequentieruimte bedoeld in de vergunning bevindt zich in de VHF-band III. binnen het frequentiebereik 174,160 MHz–175,696 (frequentieblok 5A), 175,872 MHz–177,408 MHz (frequentieblok 5B), 177,584 MHz–179,120 MHz (frequentieblok 5C), 179,296 MHz–180,832 MHz (frequentieblok 5D), 191,584 MHz–193,120 MHz (frequentieblok 7C), 198,592 MHz–200,128 MHz (frequentieblok 8C), 216,160 MHz–217,696 MHz (frequentieblok 11A), 217,872 MHz–219,408 MHz (frequentieblok 11B), 224,880 MHz–226,416 MHz (frequentieblok 12B), binnen de met betrekking tot de onderscheidenlijke frequentiegebieden in bijlage I opgenomen geografische gebieden

De resultaten van de GE06 gelden vanaf 17 juni 2006 en zijn gemaakt voor een eindsituatie waarin omroep in Band III alleen nog digitaal plaats vindt en daarnaast een aantal andere primaire diensten (other primary services) bestaan.

In de periode tot aan 17 juni 2015 is er in Europa een overgangssituatie waarin naast digitale omroep ook analoge omroep en andere diensten in band III geaccommodeerd zijn en nog beschermd moeten worden tegen interferentie.

Om de beschikbaarheid van de frequentieruimte voor digitale omroep in de overgangsperiode te vergroten zijn ook na de GE06-conferentie nog aanvullende afspraken met de buurlanden gemaakt. Een overzicht van de aanvullende afspraken staat in de tabellen van de bijlage I omschreven.

Aan het gebruik van frequentieruimte is een aantalvoorschriften en beperkingen verbonden. Het frequentiegebruik is gebonden aan een spectrummasker. Een spectrummasker is ingesteld om doelmatig ethergebruik te bevorderen. Door toepassing van een spectrummasker wordt storing op naastliggende frequentieblokken (nabuurkanaalinterferentie) beperkt.

In deze vergunning is er bijzondere aandacht voor nabuurkanaalinterferentie tussen de frequentieblok 12B en frequentieblok 12 C. Nabuurkanaalinterferentie is het gevolg van de technische apparatuureigenschappen van zenders en ontvangers. Nabuurkanaalinterferentie is niet uniek voor T-DAB-netwerken maar treedt ook op in andere radiosystemen. Voor het gebruik van de frequentieruimte bedoeld in frequentieblok 12C is in 2003 een vergunning verleend aan de publieke en omroep. In deze vergunning zijn de opstelpunten die de vergunninghouder mag gebruiken voorgeschreven.

Een zender die werkt binnen de frequentieruimte van het frequentieblok 12B kan in de nabijheid van zijn opstelpunt over één of meerdere frequentieblokken (‘nabuurkanalen’) interferentie veroorzaken. In het geval van deze vergunning kan nabuurkanaalinterferentie optreden op die ontvangstlocaties waar het verzorgingsgebied van de geïnstalleerde 12B zender en het verzorgingsgebied van het publieke omroep (nabuurkanaal 12 C) T-DAB-netwerk elkaar overlappen. Een gevolg hiervan is dat binnen het 12C T-DAB netwerk een zogenoemd ‘verzorgingsgat’ kan ontstaan. Binnen dit verzorgingsgat is een goede ontvangst van het 12C-kanaal niet mogelijk. De omvang van het verzorgingsgat is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bij het ontwerpen en implementeren van het 12B zendernetwerk dient de vergunninghouder rekening te houden met deze nabuurkanaalinterferentie en deze te voorkomen. De periode waarin deze regel geldt tot en met augustus 2010, dat is de nog resterende looptijd van de vergunning van de publieke omroep voor het gebruik van frequentieruimte in frequentieblok 12C.

In opdracht van het Ministerie van economische zaken is naar nabuurkanaalinterferentie onderzoek gedaan door de universiteit Twente (Schiphorst, R., A T-DAB field trial using a low-mast infrastructure, university of Twente, paragraaf 4.5.5, november 2006). Dit document is beschikbaar op de website van Agentschap Telecom; www.agentschap-telecom.nl en op de website van het Ministerie van economische zaken www.ez.nl.

De voorschriften en beperkingen opgenomen in deze vergunning zijn mede op dit onderzoek gebaseerd, maar er is ook rekening gehouden met ervaringen met digitale omroep in Groot Brittannië (OFCOM-Industry MOU to permit the use of transmission sites, not contained within the Reserved Assignments List, to enhance coverage of licensed T-DAB broadcast networks, Appendix B, v1.0, 14november 2006.

Ten aanzien van de te gebruiken technologie zijn geen bijzondere eisen gesteld.

De in de vergunning genoemde frequentieruimte dient binnen 72 maanden in gebruik genomen te zijn (en in gebruik gehouden te worden). Bij het bepalen van de termijn is gelet op de verschillende potentiële businesscases en is rekening gehouden met het feit dat T-DAB nog in de aanloopfase zit qua ontwikkeling. Hierdoor is een zware uitrolverplichting niet opportuun. Voor elk frequentieblok moet uiteindelijk tenminste een opstelpunt in gebruik worden genomen, en in gebruik worden gehouden. Het gaat in casu om minimaal negen opstelpunten na 72 maanden, evenveel opstelpunten als het aantal frequentieblokken vervat in de vergunning. De looptijd van de vergunning is vijftien jaar.

Wellicht ten overvloede zij er op gewezen dat de opstelpunten steeds binnen de grenzen van het allotment en naar good engineering practice moeten worden geplaatst en gebruikt. Indien daartoe aanleiding bestaat zal de vergunning worden aangepast.

In artikel 1 zijn de begripsomschrijvingen opgenomen.

In artikel 2 wordt omschreven aan welke rechtspersoon de vergunning is toegekend en voor welke frequentieruimte dat is gebeurd. Voorts is de bestemming van de vergunning gekoppeld aan de bestemming in het geldende Nationaal Frequentieplan (NFP), zodat wijzigingen in het NFP direct doorwerken in de vergunning.

Artikel 3 verwijst naar het voorgeschreven spectrummasker en naar de overige technische voorwaarden verbonden aan het gebruik van de frequentieruimte. Het spectrummasker is een set regels die de maximale bandbreedte van het radiosignaal regelt en is van belang om doelmatig ethergebruik te bevorderen. De voorwaarden zijn opgesomd in bijlage I van deze vergunning.

Er is gekozen voor het zogenoemde ‘gevoelige’ spectrummasker, omdat dit de kans op nabuurkanaalinterferentie belangrijk verkleint. Dat is noodzakelijk gelet op het huidig gebruik, maar ook met betrekking tot toekomstig gebruik. Met het voorschrijven van het ‘gevoelige spectrummasker’ wordt bereikt dat het afgestraalde out of band spectrum in het 1e nabuurkanaal meer dan 10 dB wordt onderdrukt ten opzichte van het spectrummasker voor ‘niet kritische gevallen’.

Dit komt aan het doelmatig gebruik van schaarse frequentieruimte ten goede. Er zijn meerdere redenen aan te wijzen om een voorkeur te hebben voor een gevoelig masker, die hierna zijn beschreven. Het hierna beschreven overzicht is niet uitputtend.

Met het in gebruik nemen van frequentieblok 5 A (174,160 MHz–175,696 MHz) in de provincie Friesland kan hinder en/of storing worden ervaren door de gebruikers van zogenoemde draadloze ‘microfonen voor hulpbehoevenden’ (hearing aids). Deze toestellen werken in het frequentiegebied van 173,965 MHz–174,015 MHz dat grenst aan frequentieblok 5A. Met het toepassen van het ‘gevoelige spectrummasker’ wordt de afgestraalde energie binnen het banddeel waarin deze microfonen voor hulpbehoevenden zich bevinden met 47 dB onderdrukt ten opzichte van de afgestraalde energie binnen frequentieblok 5A. Hierdoor zal storing veroorzaakt door de inzet van frequentieblok 5A op deze hoortoestellen belangrijk verminderen. Daarnaast heeft Nederland tijdens de GE06-conferentie gebruiksrechten verworven voor de frequentieblokken 6 (A t/m D), 7 (A t/m D), 8 (A t/m D) en 9 (A t/m D). Indien de toekomstige vergunninghouder(s) in de Flevopolder en Noord-Oostpolder een netwerk met frequentieblok 6 uitrolt moeten de zenders in deze gebieden aan de onderzijde van frequentieblok 6 A voldoen aan de karakteristieken van het ‘gevoelige masker’ om storing te voorkomen op – ondermeer – frequentieblok 5D en vice versa.

Het spectrummasker is grafisch weergeven in bijlage I van deze vergunning en toont een (denkbeeldige) omhullende in een frequentieblok waarbinnen het frequentiegebruik plaats kan vinden. De waarden die bij dit ‘gevoelige’ spectrummasker horen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Het masker is ontleend aan GE06 Final Acts of the Regional Radiocommunication Conference for the planning of the digital terrestrial broadcasting service in parts of regions 1 and 3, in the frequencybands 174-230 MHz and 470-862 MHz (RRC06), chapter 3 to annex 2, chapter 3.6.1.

Out of band spectrumtabel voor het gevoelige masker:

In bijlage I wordt per frequentieblok omschreven in welk geografisch gebied binnen Nederland de frequentieruimte kan worden gebruikt en onder welke voorwaarden. De geografische gebieden zijn geschetst aan de hand van tijdens GE06 afgesproken grenspunten. De illustraties van de gebieden in Nederland zijn gebaseerd op deze grenspunten. Op de bijgesloten CD-ROM staan de geografische grenzen van elk frequentieblok nader gespecificeerd en is ook informatie te vinden over de ligging van een frequentieblok ten opzichte van andere frequentieblokken (in de GE06-terminologie: allotments) elders in West-Europa. De vergunninghouder moet zijn netwerk zo dimensioneren dat de waarden genoemd in de tabellen van bijlage I niet worden overschreden, zodat geen storing ontstaat op laatstgenoemde buitenlandse frequentieblokken.

Dit artikel beschrijft de procedure om opgenomen te worden in het Master International Frequency Register (MIFR), het frequentieregister van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU). Dit register is ingesteld om in het geval van storing tussen zenders te kunnen bepalen wie (internationaal) welke rechten heeft ten aanzien van het gebruik van de betwiste frequentieruimte. Opname in het register gaat per zenderopstelpunt (assignment) en kan niet voor een geheel frequentieblok (allotment) plaatsvinden. Omdat deze vergunning frequentiegebruiksrechten in de vorm van frequentieblokken bevat, zodat een vergunninghouder zijn eigen netwerk kan plannen, moet – indien de vergunninghouder voor zijn frequentiegebruik internationaal gezien bescherming wenst – elk opstelpunt worden aangemeld bij het MIFR. De procedure is facultatief, echter internationale bescherming van de frequentieruimte is volgens de ITU-regels pas bij inschrijving in het MIFR definitief. Voordat tot inschrijving wordt overgegaan worden de gegevens eerst ter inzage gelegd (notificatieprocedure). Inschrijving/notificatie gebeurt op basis van de gegevens bedoeld in bijlage II. Deze gegevens zijn gerangschikt in de vorm van een formulier, voor het gemak van de vergunninghouder kan het formulier kan ook elektronisch worden ingevuld. Het tijdige aanleveren van gegevens in een elektronisch bestand verdient de voorkeur. Een bestandsformaat voor het aanleveren van de gegevens is opgenomen op CD-ROM die bij deze vergunning hoort.

Dit artikel regelt de ingebruiknameverplichting van de frequentieruimte. Na 36 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning moet in tenminste vijf van de negen allotments frequentiegebruik zijn. Na 72 maanden geldt dit voor alle negen allotments. Uiteraard dient het gebruik in overeenstemming te zijn met de bestemming in het vigerende Nationaal Frequentieplan (NFP), zie daarvoor artikel 2 van deze vergunning.

Uitgangspunt bij de keuze voor de ingebruiknameverplichting is dat het niet in gebruik nemen van uitgegeven frequentieruimte ondoelmatig is. Tevens is een uitgangspunt dat, gelet op de uiteenlopende bussinesscasus en onzekerheid over de verdere ontwikkeling van de markt voor digitale omroep, geen te zware ingebruiknameverplichting moet worden opgelegd. De gekozen ingebruiknameverplichting voldoet aan beide uitgangspunten. Uiteindelijk dient voor elk frequentieblok tenminste een opstelpunt in gebruik genomen te worden en in gebruik gehouden te worden. Dat zijn dus tenminste negen opstelpunten, verspreid over Nederland.

Mocht in de praktijk blijken dat een vergunninghouder om defensieve redenen niet verder uitrolt dan strikt noodzakelijk is om aan de ingebruiknameverplichting te voldoen, dan zal worden bezien of het uit oogpunt van doelmatig ethergebruik nodig is om de uitrolverplichting aan te scherpen. Artikel 17 van het Frequentiebesluit biedt hiervoor de basis.

In artikel 6 is een (tijdelijke) bescherming van frequentieblok 12C voor nabuurkanaalinterferentie veroorzaakt door frequentieblok 12B vastgelegd. Uitgangspunt is dat op basis van onderzoek nabuurkanaalinterferentie van beperkte omvang kan worden verwacht indien geen bijzondere maatregelen worden getroffen.

Onderzoeksresultaten tonen aan dat nabuurkanaalinterferentie hinderlijke storing veroorzaakt indien op de ontvangstlocatie het vermogensverschil tussen de ontvangstsignalen van de twee (T-DAB) netwerken tussen de eerste nabuurkanalen (12B en 12C) met meer dan 23 dB wordt overschreden. Om de omvang van de nabuurkanaalinterferentie te kunnen schatten kunnen de onderzoeksresultaten voor band III T-DAB ontvangers van de Universiteit van Twente en van OFCOM – de Engelse administratie – worden gebruikt.Op deze onderzoeken zijn de navolgende nabuurkanaalprotectietabellen gebaseerd. De in de vergunning gebruikte verhouding (23 dB) is gebaseerd op een statistisch gecorrigeerde protectieverhouding bij eerste nabuurkanaalinterferentie (zie tabel 2).

Standaard deviatie = 4,3 dB (buitenomgeving)

Standaard deviatie = 7,41dB (binnenshuis)

Om verschil van inzicht omtrent de omvang van de nabuurkanaalinterferentie te voorkomen worden de nabuurkanaalinterferentieberekeningen volgens de in de GE06 overeenkomst beschreven procedures en het planningsmodel ITU-R P1546 steeds als uitgangspunt genomen.

Indien de vergunninghouder zijn netwerken uitrolt naar het principe van ‘good engineering practice’ kan veel storing in het geografische gebied dat hoort bij een frequentieblok worden voorkomen (notabene, het frequentieblok 12B wordt gevormd door het samenvoegen van de alltoments 23 GL (Gelderland) en 23UT (Utrecht])en omvat ruwweg het gebied Gelderland en Utrecht. ‘Good engineering practice’ houdt onder andere in dat de vergunninghouder mag het netwerk uitrolt op basis van de Referentie Planning Configuratie 4. De mediane verzorgingsveldsterkte bedraagt in de buitenomgeving op de rand van het verzorgingsgebied minimaal 60 dB(μV/m) gemeten op een antennehoogte van 10 m. Deze veldsterkte is in artikel 6 als randvoorwaarde opgenomen.

Er zijn meerdere oplossingsrichtingen, geschikt voor het voorkomen van nabuurkanaalinterferentie, onder andere:

De bepaling van artikel 6 geldt tot en met augustus 2010, de einddatum van de huidige 12C-vergunning.

Dit artikel regelt het oplossen van storingsproblematiek op kabeltelevisienetwerken, voorzover het de ontvangst van kabeltelevisie betreft. De reden hiervoor is dat de frequentieruimte die zich bevindt in band III, en daarmee ook de frequentieruimte genoemd in deze vergunning),ook voor de verspreiding van televisiesignalen via kabelnetwerken gebruikt wordt. In beginsel beïnvloeden beiden netwerken elkaar niet tenzij bepaalde veldsterktegrenswaarden worden overschreden. In het artikel is geregeld dat in die gevallen de vergunninghouder voor oplossing zorgt draagt.

Met de inwerkingtreding van het Besluit van 5 juli 2005 tot wijziging van de artikelen 8, 16 en 17 van het Frequentiebesluit, Stb. 2005, 386, is aan de Minister van Economische Zaken de bevoegdheid toegekend om aan een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte voorschriften en beperkingen te verbinden ter voorkoming van storingen of belemmeringen door het gewenste signaal van een radiozendapparaat in andere apparaten. De Minister heeft, onverminderd de bepalingen ten aanzien van interferentie in kabeltelevisienetwerken bedoeld in artikel 7, als vaste beleidslijn dat in iedere vergunning waarin géén voorschriften over het maximale zendvermogen zijn opgenomen, het voorschrift op te nemen dat de vergunninghouder geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal mag veroorzaken. Op pagina 17 van de nota van toelichting bij het eerdergenoemde besluit is aangekondigd dat in een beleidsregel nader zal worden uitgewerkt wanneer er sprake is van een ontoelaatbare belemmering door het gewenste signaal.

Als frequentieruimte in gebruik wordt genomen, informeert de vergunninghouder Agentschap Telecom tijdig (uiterlijk vier weken van tevoren) zodat eventuele storingen, zoals storing op kabelnetwerken of op buitenlandse allotments, snel opgelost of voorkomen kunnen worden, bijvoorbeeld in overleg met de stichting aanpak interferentie of buitenlandse administraties.

Voor de melding bedoeld in dit artikel kan gebruik gemaakt worden van het formulier bedoeld in bijlage II. Voor het gemak van de vergunninghouder kan het formulier kan ook elektronisch worden ingevuld. Een bestandsformaat voor het aanleveren van de gegevens is opgenomen op CD-ROM die bij deze vergunning hoort.

Deze artikelen regelen dat kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning aan Agentschap Telecom moeten worden gezonden.

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de vergunning. De vergunning heeft een looptijd van vijftien jaar.

De Staatssecretaris van Economische Zaken

Gelezen de aanvraag van [naam] te [plaats] van [datum], kenmerk [kenmerk];

Gelet op de artikelen 3.3 en 3.5 van de Telecommunicatiewet en op artikel 16 van het Frequentiebesluit;

Besluit:

Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

namens deze:

Hoofd Spectrummanagement, Agentschap Telecom,

J.T.M. Derksen

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag waarop zij is verzonden een bezwaarschrift indienen bij de afdeling Juridische zaken van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken, Postbus 450, 9700 AL te Groningen. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van de beschikking waartegen het is gericht, en de gronden van het bezwaar te bevatten.

In deze beschikking wordt verstaan onder:

Het gebruik van de frequentieruimte in de frequentieblokken LA en LP respectievelijk LB tot en met LO, vindt plaats met inachtneming van het Spectrum mask for T-DAB out of band emissions case 1, respectievelijk het Spectrum mask for T-DAB out of band emissions case 2, opgenomen in figuur 1, alsmede met inachtneming van de technische beschrijving, opgenomen in de bijlage I en III.

De vergunninghouder veroorzaakt geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radiozendapparaten in andere radiozend- of ontvangstapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen.

Vergunninghouder stelt de Minister van elke ingebruikneming van (onderdelen van) de frequentieruimte tenminste vier weken van tevoren schriftelijk op de hoogte en overlegt daarbij de gegevens bedoeld in bijlage II

Vergunninghouder stelt de Minister onverwijld in kennis van technische en andere wijzigingen die verband houden met de vergunning, waaronder begrepen wijzigingen in de samenstelling van zijn rechtspersoon en de zeggenschapsverhoudingen binnen zijn rechtspersoon.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken te Groningen, tenzij door of vanwege de Minister anders wordt aangegeven.

Deze vergunning treedt in werking op [datum verlening] en geldt tot en met [datum]. PM looptijd 15 jaar.

De figuur, bedoeld in artikel 3, is als volgt:

De technische beschrijving, bedoeld in artikel 3, luidt als volgt:

Het L-band kavel bestaat uit 117 (verzorgings)gebieden welke zijn samengesteld uit 141 allotments. De gebieden zijn gemarkeerd door 16 L-band-frequentieblokken, te weten de frequentieblokken LA, LB, LC, LD, LE, LF, LG, LH, LI, LJ, LK, LL, LM, LN, LO, LP.

In de figuren 2.1 t/m 2.16 en de bijbehorende tabellen zijn alle gebieden, inclusief de allotments waaruit de blokken zijn samengesteld, grafisch weergegeven.

Tijdens CEPT-bijeenkomsten zijn een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Tevens zijn er binnen Nederland zelf afspraken gemaakt. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft afgesloten. De afspraken zijn opgenomen in bijlage IV (op CD-ROM). Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in M-Sup Info A van de MA02revCO07 overeenkomst prevaleren de laatstgenoemde.

In kolom 2 van de tabellen is voor ieder allotment de identifier aangegeven. De identifiers zijn opgenomen in M-Annex 1 Part 2 van de MA02revCO07 overeenkomst. Eveneens is in kolom 2 het toegepaste referentienetwerk (2 of 3) vermeld die voor het allotment geldt. In de derde kolom staat vermeld of er bi-laterale afspraken zijn met andere landen die afwijken van de standaardprocedures voor storing en bescherming beschreven in de MA02revCO07-overeenkomst. Van deze afspraken is telkens het codenummer vermeld (bijvoorbeeld ‘T-DAB_0203’). In gevallen waarin het een afspraak betreft in relatie tot een buitenlands L-band-allotment, is ook het betreffende buitenlandse allotment weergegeven. De afspraken zijn vermeld in de aanvullende informatie M-Sup Info A van de MA02revCO07 overeenkomst.

De afspraken die tijdens MA02 gemaakt zijn om kleine incompatibiliteiten op te heffen, zijn in de tabellen niet opgenomen.

De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn in een CD-ROM neergelegd. De CD-ROM maakt onderdeel uit van bijlage I, de inhoud van de CD-ROM wordt beschreven in bijlage III.

Figuur 2.1: Overzicht frequentieblok LA
Figuur 2.2: Overzicht frequentieblok LB
Figuur 2.3: Overzicht frequentieblok LC
Figuur 2.4: Overzicht frequentieblok LD
Figuur 2.5: Overzicht frequentieblok LE
Figuur 2.6: Overzicht frequentieblok LF
Figuur 2.7: Overzicht frequentieblok LG
Figuur 2.8: Overzicht frequentieblok LH
Figuur 2.9: Overzicht frequentieblok LI
Figuur 2.10: Overzicht frequentieblok LJ
Figuur 2.11: Overzicht frequentieblok LK
Figuur 2.12: Overzicht frequentieblok LL
Figuur 2.13: Overzicht frequentieblok LM
Figuur 2.14: Overzicht frequentieblok LN
Figuur 2.15: Overzicht frequentieblok LO
Figuur 2.16: Overzicht frequentieblok LP

Met de onderhavige vergunning worden de frequentiegebruiksrechten geregeld voor digitale omroep, althans gebruik in overeenstemming met het vigerende nationaal frequentieplan. Aan de vergunning liggen de volgende beleidsuitgangspunten ten grondslag.

De radioplanning waarop de frequentie-indeling is gebaseerd volgt hoofdzakelijk uit internationale afspraken, waarvan de MA02-afspraken de meest in het oog springende afspraken zijn. De frequentieruimte bestaat uit verschillende frequentieblokken die in vast omlijnde geografische gebieden in Nederland inzetbaar zijn. Van de MA-02 afspraken (MA02revCO07: Final Acts of the CEPT Multi-lateral Meeting for de frequency band 1452–1479,5 MHz, Constanta 2007(MA02revCO07) zijn overzichten samengesteld die u in de bijlagen aan treft. De afspraken zelf zijn in de MA02revCO07 overeenkomst opgenomen.

Deze frequentieruimte bedoeld in de vergunning bevindt zich in de L-band, binnen het frequentiebereik 1452,192 MHz–1479,408 MHz. De frequentieruimte is verdeeld in zestien afzonderlijke frequentieblokken, LA tot en met LP. De precieze geografische ligging van de blokken is aan de hand van een stelsel van grenspunten (boundary points) te vinden op de CD-ROM die bij deze vergunning hoort.

Aan het gebruik van frequentieruimte zijn een aantal voorschriften en beperkingen verbonden. Het frequentiegebruik is gebonden aan een spectrummasker. Een spectrummasker is ingesteld om doelmatig ethergebruik te bevorderen. Door toepassing van een spectrummasker wordt storing op naastliggende frequentieblokken (nabuurkanaalinterferentie) beperkt. Het voorgeschreven spectrummasker is stijler voor de grensblokken LA en LP dan voor de overige blokken LB tot en met LO.

In opdracht van het Ministerie van economische zaken is naar nabuurkanaalinterferentie onderzoek gedaan door de universiteit Twente (Schiphorst, R., A T-DAB field trial using a low-mast infrastructure, university of Twente, paragraaf 4.5.5, november 2006). Dit document is beschikbaar op de website van Agentschap Telecom; www.agentschap-telecom.nl en op de website van het Ministerie van economische zaken www.ez.nl.

De voorschriften en beperkingen opgenomen in deze vergunning zijn mede gebaseerd op de gegevens in M-Annex 2, paragraaf 4.1.2 van de Final Acts MA02revCO07.

Ten aanzien van de te gebruiken technologie zijn geen bijzondere eisen gesteld.

De in de vergunning genoemde frequentieruimte dient binnen 36 maanden in gebruik genomen te zijn (en in gebruik gehouden te worden) in tenminste zestien van de 117 allotmentgebieden. Na 72 maanden geldt dat voor 94 van de 117 allotmentgebieden Bij het bepalen van de termijnen is gelet op de verschillende potentiële businesscases en is rekening gehouden met het feit dat deze vorm van digitale omroep nog in de aanloopfase zit qua ontwikkeling. Hierdoor is een zware uitrolverplichting niet opportuun. De looptijd van de vergunning is vijftien jaar.

Wellicht ten overvloede zij er op gewezen dat de opstelpunten steeds binnen de grenzen van het allotment en naar good engineering practice moeten worden geplaatst en gebruikt. Indien daartoe aanleiding bestaat zal de vergunning worden aangepast.

In artikel 1 zijn de begripsomschrijvingen opgenomen.

In artikel 2 wordt omschreven aan welke rechtspersoon de vergunning is toegekend en voor welke frequentieruimte dat is gebeurd. Voorts is de bestemming van de vergunning gekoppeld aan de bestemming in het geldende Nationaal Frequentieplan (NFP), zodat wijzigingen in het NFP direct doorwerken in de vergunning.

Artikel 3 verwijst naar het voorgeschreven spectrummasker en naar de overige technische voorwaarden verbonden aan het gebruik van de frequentieruimte. Het spectrummasker is een set regels die de maximale bandbreedte van het radiosignaal regelt en is van belang om doelmatig ethergebruik te bevorderen. De voorwaarden zijn opgesomd in bijlage I van deze vergunning.

Nederland heeft tijdens de CEPT MA02revCO07 bijeenkomst de frequentie gebruiksrechten verworven voor het L-band T-DAB layer met de frequentieblokken LA tot en met LP. Aan de bovenzijde grenst het T-DAB frequentieblok LP aan het frequentieblok 1479,5 MHz–1492 MHz. Omroep, S-DAB is in het vigerend Nationaal Frequentieplan de bestemming voor bovengenoemd frequentieblok. Ter voorkoming van inter-systeeminterferentie met S-DAB moeten de zenders van frequentieblok LP worden uitgerust met het spectrummasker ‘Case 1’.

Aan de onderzijde grenst het T-DAB frequentieblok LA aan het frequentieblok 1429 MHz–1452 MHz. Mobiele communicatie – toegewezen aan het Ministerie van defensie – is in het vigerend Nationaal Frequentieplan de bestemming voor het laatst genoemde frequentieblok. Ter voorkoming van inter-systeeminterferentie met de defensietoepassing moeten de zenders van frequentieblok LA worden uitgerust met het (gespiegelde) spectrummasker ‘Case 1’. Het toepassen van dit spectrummasker vermindert de kans op inter-systeeminterferentie.Dat is noodzakelijk gelet op het huidige gebruik maar ook met betrekking tot toekomstig gebruik. Met het voorschrijven van het spectrummasker’Case 1’ wordt bereikt dat het afgestraalde out of band spectrum in het 1e nabuurkanaal meer dan 10 dB wordt onderdrukt ten opzichte van het spectrummasker voor ‘Case 2’. Dit komt het doelmatig gebruik van schaarse frequentieruimte ten goede.

Bij het ontwerpen en implementeren van T-DAB zendernetwerken in de L-Band wordt van de vergunninghouder verwacht dat deze rekening houdt met nabuurkanaalinterferentie. De vergunninghouder draagt zelf de zorg voor het vermijden en oplossen van nabuurkanaalinterferentie.

Als scenario kunnen een T-DAB zendernetwerk gemarkeerd met frequentieblok LC (bijvoorbeeld gebied L074) in het grensgebied met het TDAB zendernetwerk gemarkeerd met frequentieblok LB (bijvoorbeeld gebied L077) wederzijds nabuurkanaalinterferentie veroorzaken. Nabuurkanaalinterferentie kan op die ontvangstlocaties optreden waar het verzorgingsgebied LC en het verzorgingsgebied LB elkaar raken. Er wordt een zogenoemd ‘verzorgingsgat’ geslagen.

Nabuurkanaalinterferentie is het gevolg van de technische apparatuur-eigenschappen van T-DAB zenders en T-DAB ontvangers. Dit effect is niet uniek voor T-DAB netwerken maar treedt ook op in andere radiosystemen.

In M-Annex 2, paragraaf 4.1.2 van de Final Acts MA02revCO07 is de maximum interferentie veldsterkte beschreven om nabuurkanaalinterferentie te voorkomen. Nabuurkanaalinterferentie kan worden voorkomen als op een ontvangstlocatie in het grensgebied van twee aan elkaar grenzende allotments de equivalente nabuurfrequentieblokinterferentieveldsterkte van 81 dB(μV/m) niet wordt overschreden. Dit onder de voorwaarde dat de frequentieblokken van de aangrenzende allotments het 1e nabuurfrequentieblok van elkaar zijn. Voor referentie netwerk 2 en referentienetwerk 3 moet de veldsterktewaarde van 81 dB(μV/m) met respectievelijk 2 en 4 dB worden verhoogd.

Van de vergunninghouder/zenderoperator wordt verwacht dat deze het T-DAB netwerk in de L-Band uitrolt naar het principe van ‘good engineering practice’. ‘Good engineering’ practice houdt onder andere in dat van de vergunninghouder mag worden verwacht dat het netwerk is uitgerold op basis van de Referentie Netwerk 2 of Referentie Netwerk 3. De mediane verzorgingsveldsterkte voor 1470 MHz en voor 99% locatiewaarschijnlijkheid bedraagt in de buitenomgeving op de rand van het verzorgingsgebied minimaal 69 dB(μV/m) gemeten op een antennehoogte van 10 m.

Zie voor meer informatie omtrent deze interferentieproblematiek de Final Acts of the CEPT Multi-lateral Meeting for de frequency band 1452–1479,5 MHz Constanta 2007(MA02revCO07) M-Annex 2 chapter 4.1.2

De spectrummaskers ‘Case 1’ en ‘Case 2’ zijn grafisch weergeven in bijlage I van deze vergunning en toont een (denkbeeldige) omhullende in een frequentieblok waarbinnen het frequentiegebruik plaats kan vinden. De waarden die bij het ‘Case 1’ spectrummasker horen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Het masker is ontleend aan MA02. revCO07 M-Annex 2 chapter 5.3.

Out of band spectrumtabel voor de Case1 en Case 2 maskers:

In bijlage I wordt per frequentieblok omschreven in welk geografisch gebied binnen Nederland de frequentieruimte kan worden gebruikt en onder welke voorwaarden. De geografische gebieden zijn geschetst aan de hand van tijdens MA02 afgesproken grenspunten. De illustraties van de gebieden in Nederland zijn gebaseerd op deze grenspunten. Op de bijgesloten CD-ROM staan de geografische grenzen van elk frequentieblok nader gespecificeerd. De vergunninghouder moet zijn netwerk zo dimensioneren dat de waarden genoemd in de tabellen van bijlage 1 niet worden overschreden, zodat geen storing ontstaat op laatstgenoemde buitenlandse frequentieblokken.

Dit artikel beschrijft de procedure om opgenomen te worden in het Master International Frequency Register (MIFR), het frequentieregister van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU). Dit register is ingesteld om in het geval van storing tussen zenders te kunnen bepalen wie (internationaal) welke rechten heeft ten aanzien van het gebruik van de betwiste frequentieruimte. Opname in het register gaat per zenderopstelpunt (assignment) en kan niet voor een geheel frequentieblok (allotment) plaatsvinden. Omdat deze vergunning frequentiegebruiksrechten in de vorm van frequentieblokken bevat, zodat een vergunninghouder zijn eigen netwerk kan plannen, moet – indien de vergunninghouder voor zijn frequentiegebruik internationaal gezien bescherming wenst – elk opstelpunt worden aangemeld bij het MIFR. De procedure is facultatief, echter internationale bescherming van de frequentieruimte is volgens de ITU-regels pas bij inschrijving in het MIFR definitief. Voordat tot inschrijving wordt overgegaan worden de gegevens eerst ter inzage gelegd (notificatieprocedure) Inschrijving/notificatie gebeurt op basis van de gegevens bedoeld in bijlage II en kan ook via het European Radiocommunications Office (ERO) verlopen. Deze gegevens zijn gerangschikt in de vorm van een formulier, voor het gemak van de vergunninghouder kan het formulier kan ook elektronisch worden ingevuld. Het tijdige aanleveren van gegevens in elektronisch bestand verdient de voorkeur. Een bestandsformaat voor het aanleveren van de gegevens is opgenomen op CD-ROM die bij deze vergunning hoort.

Dit artikel regelt de ingebruiknameverplichting van de frequentieruimte. Uiterlijk 36 maanden na de inwerkingtreding van de vergunning moet in tenminste zestien van de 117 gebieden bedoeld in de figuren 2.1 tot en met 2.16 een opstelpunt in gebruik zijn genomen. Na 72 maanden geldt dit voor 94 van de 117 gebieden. Uiteraard dient het gebruik in overeenstemming te zijn met de bestemming in het vigerende Nationaal Frequentieplan (NFP), zie daarvoor artikel 2 van deze vergunning.

Uitgangspunt bij de keuze voor de ingebruiknameverplichting is dat het niet in gebruik nemen van uitgegeven frequentieruimte ondoelmatig is. Tevens is een uitgangspunt dat, gelet op de uiteenlopende businesscasus en onzekerheid over de verdere ontwikkeling van de markt voor digitale omroep, geen te zware ingebruiknameverplichting moet worden opgelegd. De gekozen ingebruiknameverplichting voldoet aan beide uitgangspunten.

Mocht in de praktijk blijken dat een vergunninghouder om defensieve redenen niet verder uitrolt dan strikt noodzakelijk is om aan de ingebruiknameverplichting te voldoen, dan zal worden bezien of het uit oogpunt van doelmatig ethergebruik nodig is om de uitrolverplichting aan te scherpen. Artikel 17 van het Frequentiebesluit biedt hiervoor de basis.

Met de inwerkingtreding van het Besluit van 5 juli 2005 tot wijziging van de artikelen 8, 16 en 17 van het Frequentiebesluit, Stb. 2005, 386, is aan de Minister van Economische Zaken de bevoegdheid toegekend om aan een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte voorschriften en beperkingen te verbinden ter voorkoming van storingen of belemmeringen door het gewenste signaal van een radiozendapparaat in andere apparaten. De Minister heeft als vaste beleidslijn dat in iedere vergunning waarin géén voorschriften over het maximale zendvermogen zijn opgenomen, het voorschrift op te nemen dat de vergunninghouder geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal mag veroorzaken. Op pagina 17 van de nota van toelichting bij het eerdergenoemde besluit is aangekondigd dat in een beleidsregel nader zal worden uitgewerkt wanneer er sprake is van een ontoelaatbare belemmering door het gewenste signaal.

Als frequentieruimte in gebruik wordt genomen, informeert de vergunninghouder Agentschap Telecom tijdig (uiterlijk vier weken van tevoren) zodat eventuele storingen snel opgelost of voorkomen kunnen worden.

Voor de melding bedoeld in dit artikel kan gebruik gemaakt worden van het formulier bedoeld in bijlage II. Voor het gemak van de vergunninghouder kan het formulier kan ook elektronisch worden ingevuld. Een bestandsformaat voor het aanleveren van de gegevens is opgenomen op CD-ROM die bij deze vergunning hoort.

Deze artikelen regelen ook dat kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning aan Agentschap Telecom moeten worden gezonden.

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de vergunning. De vergunning heeft een looptijd van vijftien jaar.