U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 08-09-2009.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2008, nr. WJZ/8187684, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten op het terrein van starten, groeien en overdragen van ondernemingen (Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen)Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingenDe Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 4, 5, eerste, derde en vierde lid, 7, 9, 12, vierde lid, 13, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 14, 15, 17, 18, eerste en vijfde lid, 19, 23, onderdeel c, 25, 30, derde tot en met vijfde lid, 32, derde lid, 33, tweede lid, 34, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste en tweede lid, en 48, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 2.5, 3.3, 3.4, 4.1, 5.2, 5.3, 7.1, 7.2 en 8.2, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Den Haag3 december 2008De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van derHoeven

In deze regeling wordt verstaan onder

De vaste opslag voor indirecte kosten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit EZ-subsidies, bedraagt 50 procent van de loonkosten.

Deze regeling valt onder de verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L214).

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder een starter:

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als financier aangewezen een bank, niet zijnde een bank die tevens beleggingsonderneming is.

De subsidie, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, valt onder de de-minimis verordening.

Het formulier voor het indienen van een aanvraag om borgstelling als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, is opgenomen in bijlage 2.5.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De financier verstrekt geen risicokapitaal aan een MKB-ondernemer wier activiteiten in overwegende mate betrekking hebben op:

De garantstelling heeft uitsluitend betrekking op risicokapitaal waarbij de waarde van het risicokapitaal dat aan de MKB-ondernemer of, indien de MKB-ondernemer deel uitmaakt van een groep, aan de groep wordt verstrekt tezamen met de waarde van risicokapitaal dat door een andere financier met toepassing van dit hoofdstuk en van risicokapitaal dat met toepassing van hoofdstuk 4 van deze regeling aan de MKB-ondernemer onderscheidenlijk de groep is verstrekt of gelijktijdig wordt verstrekt, niet meer bedraagt dan € 5.000.000.

De minister verdeelt het subsidieplafond voor het toekennen van reserveringsquota op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om een reserveringsquotum indien:

Op gemeenschappelijk verzoek van een financier die beschikt over een reserveringsquotum en van een andere financier die een garantstellingsovereenkomst met de staat heeft, kan dit quotum geheel of gedeeltelijk voor de resterende periode worden overdragen aan de laatstgenoemde financier.

Jaarlijks vindt een evaluatie van de toepassing van deze regeling plaats, onder meer ter beoordeling of de inkomsten en de uitgaven ingevolge garantstellingen op grond van deze regeling met elkaar in evenwicht zijn.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie in de vorm van een garantstelling aan een financier voor de terugbetaling van een lening die de financier op grond van een overeenkomst aan een ondernemer heeft verstrekt voor de duur van de overeenkomst met een maximum van acht jaar.

De financier verstrekt geen lening aan een ondernemer wiens activiteiten in overwegende mate betrekking hebben op:

In bijlage 3.6 is een model opgenomen voor een garantstellingsovereenkomst ten aanzien van leningen.

De minister verdeelt het subsidieplafond voor garantstellingen op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor een garantstelling indien:

Het formulier voor:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als financier aangewezen een startersfonds.

De subsidie, bedoeld in artikel 4.2, is geen steun in de zin van artikel 87 en 88 EG-verdrag.

De geldlening die op grond van de overeenkomst van geldlening ten hoogste kan worden geleend, bedraagt 50 procent van het investeringsbudget.

In afwijking van artikel 30, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies bedraagt de termijn waarbinnen een overeenkomst tot stand moet zijn gekomen twee weken.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

Ten aanzien van de projectresultaten en de kennis die door het project is verkregen, verleent de subsidieontvanger medewerking aan de verdere verspreiding door de minister of door een door de minister aangewezen derde.

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een onderwijsinstelling of de deelnemers in een onderwijssamenwerkingsverband dat een ondernemerschapsonderwijsproject uitvoert.

De subsidie voor een ondernemerschapsonderwijsproject bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen dan wel een bestuursorgaan van een provincie of gemeente subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan 75 procent van de subsidiabele kosten.

Voor subsidie komen de volgende rechtstreeks aan het ondernemerschapsonderwijsproject toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en betaalde kosten in aanmerking:

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een hoger onderwijsinstelling of een CE-samenwerkingsverband dat een CE-project uitvoert.

De subsidie voor een CE-project bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten, maar niet meer dan € 3.000.000.

Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen dan wel een bestuursorgaan van een provincie of gemeente subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan 75 procent van de subsidiabele kosten.

Voor subsidie komen de volgende rechtstreeks aan het CE-project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en betaalde kosten in aanmerking:

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

De Adviescommissie ondernemerschap en onderwijs, bedoeld in artikel 6.7, heeft tevens tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de afwijzingsgronden voor een CE-project, met uitzondering van de afwijzingsgrond, bedoeld in artikel 22 van het Kaderbesluit EZ-subsidies, en de rangschikkingscriteria, bedoeld in artikel 6.21.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan de deelnemers in een samenwerkingsverband beroepsonderwijs dat een project uitvoert dat bestaat uit een samenhangend geheel van activiteiten die zijn gericht op:

De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Bij de toepassing van artikel 6 van het Kaderbesluit EZ-subsidies blijven de aanvullende vergoedingen op grond van de Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006-2009 en de Regeling stagebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2010 buiten beschouwing.

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies, is drie jaar voor de in artikel 7.2 genoemde activiteiten, met dien verstande dat voor de activiteiten, genoemd in artikel 7.2, onderdeel a, een termijn van zes maanden geldt.

In afwijking van artikel 46, vierde lid, en 47, tweede lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies bedraagt het voorschot 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

De subsidieontvanger neemt deel aan de jaarlijkse bijeenkomst van projectleiders voor projecten die wordt georganiseerd door het Ministerie van Economische Zaken in het kader van deze regeling en brengt op deze bijeenkomst verslag uit omtrent de uitvoering van het project.

De subsidie-ontvanger is verplicht binnen drie maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening te starten met de activiteiten, bedoeld in artikel 7.2.

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als financier aangewezen een bank, niet zijnde een bank die tevens beleggingsonderneming is.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Het model voor de overeenkomst van borgtocht is opgenomen in bijlage 8.1.

De overeenkomst van borgtocht bevat:

De minister beziet eenmaal per jaar of de bij hoofdstuk 8 van deze regeling gestelde voorwaarden moeten worden herzien.

Het formulier voor het indienen van een aanvraag om borgstelling is opgenomen in bijlage 8.2.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan:

De subsidie, bedoeld in artikel 9.2, valt onder de de-minimis verordening.

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

In afwijking van de artikelen 45 tot en met 47 van het Kaderbesluit EZ-subsidies worden door de minister geen voorschotten verstrekt.

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken,

hierna te noemen: de minister

en

ten deze vertegenwoordigd door ........... hierna te noemen: de Bank,

komen overeen als volgt:

Getekend te 's-Gravenhage op .....

De Minister van Economische Zaken,

(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van bedrijfsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Kaderbesluit EZ-subsidies en hoofdstuk 2 van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 19, eerste lid, niet is nagekomen.

Gelieerde bank(en) in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van deze overeenkomst is (zijn) ...........

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen:

de minister

en ....(inclusief de centrale Bank indien deze bedrijfsborgstellingskredieten verstrekt) ...., hierna gezamenlijk te noemen de Banken en ieder voor zich de Bank, ten deze vertegenwoordigd door...... hierna te noemen: de centrale Bank,

komen overeen als volgt:

Getekend te 's-Gravenhage op ......

De Minister van Economische Zaken,

(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Banken voor de terugbetaling van bedrijfsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Kaderbesluit EZ-subsidies en hoofdstuk 2 van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen en deze overeenkomst door de Banken worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank of de centrale Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de centrale Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 19, eerste lid, niet is nagekomen.

Gelieerde bank(en) in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van deze overeenkomst is (zijn) ...........

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen: de minister

en

ten deze vertegenwoordigd door ...... hierna te noemen: de Bank,

komen overeen als volgt:

Getekend te 's-Gravenhage op ......

De Minister van Economische Zaken,

(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van bodemsaneringsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Kaderbesluit EZ-subsidies en hoofdstuk 2 van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

De omvang van de borgstelling bedraagt per MKB-ondernemer 90 procent van hetgeen de MKB-ondernemer ten tijde van een overeenkomstig artikel 14 ingediende aanvraag uit hoofde van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of bodemsaneringsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste 90 procent van de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of de bodemsaneringsborgstellingskredieten.

Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet aan een MKB-ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

De Bank voldoet slechts aan de voor haar uit het bodemsaneringsborgstellingskrediet jegens de MKB-ondernemer voortvloeiende betalingsverplichtingen voor zover de MKB-ondernemer door het overleggen van facturen de verschuldigdheid van de kosten, die in de schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, ten 1° zijn aangemerkt als noodzakelijk voor de sanering van de bodem, heeft aangetoond.

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de Bank de betalingsverplichting bedoeld in artikel 20, eerste lid, niet is nagekomen.

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen: de minister

en (inclusief de centrale Bank indien deze bodemsaneringsborgstellingskredieten verstrekt), ...... hierna gezamenlijk te noemen de Banken en ieder voor zich de Bank, ten deze vertegenwoordigd door ........... hierna te noemen: de centrale Bank,

komen overeen als volgt:

Getekend te 's-Gravenhage op ....

De Minister van Economische Zaken,

(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Banken voor de terugbetaling van bodemsaneringsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Kaderbesluit EZ-subsidies en hoofdstuk 2 van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen en deze overeenkomst door de Banken worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

De omvang van de borgstelling bedraagt per MKB-ondernemer 90 procent van hetgeen de MKB-ondernemer ten tijde van een overeenkomstig artikel 14 ingediende aanvraag uit hoofde van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of bodemsaneringsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste 90 procent van de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of de bodemsaneringsborgstellingskredieten.

Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet aan een MKB-ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

De Bank voldoet slechts aan de voor haar uit het bodemsaneringsborgstellingskrediet jegens de MKB-ondernemer voortvloeiende betalingsverplichtingen voor zover de MKB-ondernemer door het overleggen van facturen de verschuldigdheid van de kosten, die in de schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, ten 1°, zijn aangemerkt als noodzakelijk voor de sanering van de bodem, heeft aangetoond.

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank of de centrale Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de centrale Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 20, eerste lid, niet is nagekomen.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Overeenkomst tussen:

Partijen zijn het volgende overeengekomen:

........., ten deze vertegenwoordigd door

Deze overeenkomst is getekend op ..... te Den Haag

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

Een verstrekking van risicokapitaal aan een MKB-ondernemer kan onder de garantstelling van de Staat worden gebracht indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

Alle betalingen in verband met deze overeenkomst door de financier geschieden door overmaking van de betreffende bedragen naar rekeningnummer ... bij de ... bank, ten name van SenterNovem, onder vermelding van het ... nummer.

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder

Deze overeenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de partijen.

Een aantal bepalingen van de in bijlage 3.1 en 3.2 opgenomen modellen komt letterlijk of materieel overeen met bepalingen in hoofdstuk 3 van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen. In deze toelichting op het model worden deze bepalingen niet opnieuw aan de orde gesteld.

Omdat het model voor de garantstellingsovereenkomst ten aanzien van door financiers verstrekte niet converteerbare achtergestelde leningen (bijlage 3.2) materieel niet verschilt van het model ten aanzien van achtergestelde leningen en aandelenkapitaal (bijlage 3.1), wordt volstaan met een toelichting van het laatstgenoemde model.

Dit artikel bevat de voorwaarden waaraan concrete verstrekkingen van risicokapitaal moeten voldoen om deze onder de garantstelling te kunnen brengen. Sommige van deze voorwaarden hebben betrekking op de kapitaalverstrekking zelf, andere betreffen de MKB-ondernemer waaraan het risicokapitaal wordt verstrekt. De financier is gehouden na te gaan of de MKB-ondernemer aan deze voorwaarden voldoet. De informatie waarover de financier bijgevolg beschikt of redelijkerwijs zou moeten beschikken is maatgevend voor de beoordeling op grond van artikel 4 of aan de voorwaarden is voldaan.

Het in onderdeel a opgenomen vereiste inzake continuïteit en rentabiliteit van de MKB-ondernemer, dat reeds in de toelichting bij artikel 31, onderdeel a, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is behandeld, wordt toegepast bij de beoordeling van de aanmelding overeenkomstig artikel 4 van de overeenkomst. De MKB-ondernemer dient derhalve op dat moment aan deze voorwaarde te voldoen. De ondernemer dient op zichzelf economisch gezond te zijn, maar ook is van belang dat niet een financiering plaatsvindt die de rentabiliteit en continuïteit van het bedrijf in gevaar brengt.

Onderdeel b betreft situaties waarin de ondernemer zonder dat dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering middelen aan de onderneming heeft onttrokken. Door deze gevallen uit te sluiten wordt voorkomen dat het garantstellingsbudget wordt benut voor financieringen die in zekere zin onnodig zijn.

In onderdeel e is bepaald dat de verstrekking van risicokapitaal niet anders dan met geld kan plaatsvinden. Bij financiering door de overdracht van bijvoorbeeld goederen of vorderingen kan gemakkelijk een intransparante situatie ontstaan.

In onderdeel f is een inhoudelijke voorwaarde gesteld ten aanzien van de kapitaalverstrekking om te voorkomen dat op oneigenlijke wijze gebruik wordt gemaakt van dit instrument. Daarvan kan in het bijzonder sprake zijn indien een financiering onder de garantstelling wordt gebracht om het risico van een andere financiering af te dekken. Indien de aankoop van aandelen tegen een abnormaal hoge prijs onder de garantstelling wordt gebracht terwijl daarnaast, ter compensatie, een lening tegen een zeer hoge rente wordt verstrekt, zou de financier na enkele jaren de aandelen tegen een veel lagere prijs kunnen verkopen en voor het geleden verlies een beroep op de garantie kunnen doen. Om dit te voorkomen wordt voor toepassing van de garantstelling vereist dat de kapitaalverstrekking als zodanig bijdraagt aan het realiseren van een actief en winstgericht beleid of, anders gezegd, commercieel interessant is.

Onderdeel g beoogt zeker te stellen dat zonodig zijdens de minister boekenonderzoek bij de MKB-ondernemer kan plaatsvinden. Onder omstandigheden kan twijfel bestaan of de feitelijke situatie van de MKB-ondernemer overeen komt met het beeld zoals dat naar voren komt uit de door de financier verstrekte informatie. Het is wenselijk dat alsdan de bevoegdheid bestaat toezicht uit te oefenen zoals dat gebruikelijk is in het kader van publiekrechtelijke subsidieverhoudingen. De essentie van de bepalingen van afdeling 5.2 van hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht is om die reden overgenomen in onderdeel g.

Indien een financier een garantstellingsovereenkomst met de Staat heeft gesloten en beschikt over een reserveringsquotum kan hij financieringen aangaan met gebruikmaking van de garantstelling. Om de financier zekerheid te kunnen bieden dat de financiering voldoet aan de in hoofdstuk 3 van de regeling en overeenkomst gestelde voorwaarden wordt de voorgenomen financiering aangemeld bij de Staat, dat wil zeggen agentschap SenterNovem van het Ministerie van Economische Zaken. SenterNovem constateert of de financiering aan de voorwaarden voldoet en informeert vervolgens de financier dat de financiering onder de garantstelling wordt gebracht of dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan.

Omdat de melding plaats vindt op basis van een ontwerp-financieringsovereenkomst, staat niet op voorhand vast dat de financiering ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat een MKB-ondernemer verschillende financiers om een offerte heeft gevraagd. Alsdan zou het mogelijk zijn dat verscheidene garanties voor één en dezelfde financiering worden verleend of dat garanties voor een MKB-ondernemer worden afgegeven tot boven het maximale financieringsbedrag van € 5.000.000. Om die reden is in het derde lid bepaald dat de garantie eerst geldig wordt nadat de definitieve financieringsovereenkomst is overgelegd en nadat is geconstateerd dat nog steeds wordt voldaan aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden.

Dit artikel bevat enkele algemene verplichtingen ten aanzien van de financier evenals bepalingen over wijzigingen van het aflossingsschema van een achtergestelde lening.

In het eerste lid is een algemene zorgplicht vastgelegd om een actief en winstgericht financieringsbeleid te voeren, rekening houdend met het belang van de garantsteller. Dit impliceert onder meer dat de financier op de hoogte moet zijn van belangrijke ontwikkelingen bij de MKB-ondernemer waarin is geïnvesteerd, opdat de financier en de Staat als garantsteller niet onnodig voor onaangename verrassingen worden gesteld. Het financieringsbeleid heeft betrekking op alle werkzaamheden die een goed huisvader betaamt, ongeacht of het de verstrekking, het beheren in enge zin of de vervreemding van het risicokapitaal betreft.

Het tweede, derde en vierde lid weerspiegelen de eisen die in artikel 24 van het Kaderbesluit EZ-subsidies zijn gesteld op het vlak van deskundigheid, betrouwbaarheid en integriteit. Financiers dienen aan de eisen die voor het sluiten van de garantstellingsovereenkomst worden gesteld, te blijven voldoen. Integriteit betreft onder meer het voorkomen van verstrengeling van tegengestelde belangen. Een voorbeeld van belangenverstrengeling en de mogelijke gevolgen daarvan is de situatie waarin een aandeelhouder van een participatiemaatschappij die tevens aandeelhouder is van een andere participatiemaatschappij, aandelen van de ene naar de andere maatschappij overdraagt tegen kunstmatige prijzen, waardoor de maatschappij benadeeld wordt.

Het vijfde lid betreft specifiek het risico van belangenverstrengeling in geval bij de financier betrokkenen investeringen doen door het verstrekken van krediet of risicokapitaal aan de MKB-ondernemer die met garantie is gefinancierd. Bij een dergelijke samenloop kan belangenverstrengeling aan de orde zijn, reden om te vergen dat die parallelle financieringen passen in een redelijk financieringsbeleid.

Ingevolge het zesde lid vergt een wijziging van het aflossingsschema die lagere aflossingen of een temporisering behelst, in beginsel de toestemming van de Staat. Op deze wijze kan worden getoetst of de beoogde aanpassing niet strijdig is met het belang van de ondernemer of met het (financiële) belang van de Staat. Het toestemmingsvereiste geldt niet voor zover de wijziging voortvloeit uit de eerste opschorting van aflossingen gedurende ten hoogste een jaar. Voor dergelijke wijzigingen met relatief beperkte gevolgen volstaat dat de Staat hierover wordt geïnformeerd overeenkomstig artikel 7, tweede lid.

Het zevende lid bevat de concrete criteria voor het verlenen van toestemming. Duidelijk moet zijn dat de opschorting noodzakelijk is vanwege liquiditeitsproblemen van de MKB-ondernemer (onderdeel a). Verder moeten voor de oplossing daarvan maatregelen worden genomen, waarbij ook het belang van de ondernemer op de langere termijn moet worden betrokken (onderdeel b). Het criterium van onderdeel c tenslotte betreft het belang van de Staat als garantsteller en beoogt in het bijzonder te voorkomen dat de aflossing van een gegarandeerde lening wordt opgeschort terwijl op andere leningen wel afgelost wordt. Op die wijze zou de financier zijn risico’s op de Staat kunnen afwentelen. Bij de noodzaak van evenwichtige aanwending van beschikbare middelen dient rekening te worden gehouden met de aard van de desbetreffende leningen. In het bijzonder kan een achterstellingsclausule reden zijn voor een niet evenredige aanwending van middelen voor aflossingen.

Onder omstandigheden kan de zesjaarstermijn averechts uitwerken, bijvoorbeeld indien de MKB-ondernemer in financieel zwaar weer is geraakt. Handhaving van de premieplicht zou dan de financier ertoe kunnen brengen faillissement van de ondernemer aan te vragen. Alsdan kan de premie op grond van het vijfde lid worden kwijtgescholden. Hiertoe dient de kapitaalverstrekker een beargumenteerd en gedocumenteerd verzoek te doen aan de Staat.

In dit artikel zijn verplichtingen opgenomen ten aanzien van de administratie en de informatieverstrekking van de financier aan het ministerie. Onder omstandigheden kan het ministerie nader inzicht willen hebben in de samenhang tussen de gegarandeerde en de andere financieringen die door de financier aan een MKB-ondernemer zijn verstrekt en in de gang van zaken bij de gefinancierde MKB-ondernemers. Het vierde lid verplicht de financier alsdan de desbetreffende informatie te verschaffen.

Dit artikel bevat regels omtrent het inroepen van de garantie. In het eerste lid is bepaald op welke situaties de garantie betrekking heeft.

Het tweede tot en met het zesde lid bevatten nadere voorwaarden voor het inroepen van de garantstelling om te voorkomen dat de garantie wordt gebruikt om onnodige verliezen af te wentelen. Het tweede lid betreft de situatie dat middelen aan de onderneming zijn onttrokken zonder dat dit een bedrijfsmatige reden heeft. Het kan bijvoorbeeld gaan om uitzonderlijk hoge management- of commissariskosten. Niet altijd is de financier op de hoogte van dergelijke kapitaalonttrekkingen of is de financier in staat deze te voorkomen. Om die reden is in de voorwaarde vermeld dat de financier op enigerlei wijze aan de onttrekking moet hebben meegewerkt. Het is in een voorkomend geval aan de financier om aan te tonen dat hij niet op de hoogte was en redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van de onttrekking, dan wel dat heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd om de onttrekking te voorkomen.

Voor het geval van verliesgevende verkoop van aandelenkapitaal gelden extra voorwaarden om te voorkomen dat hierbij de belangen van de Staat tekort wordt gedaan. Een vervreemding binnen twee jaar is niet gebruikelijk en bergt het risico in zich dat de participatie ten koste van de MKB-ondernemer wordt vervreemd. Verder moet ook voorkomen worden dat bij de vervreemding sprake is van een oneigenlijke belangenvermenging van de financier, beheerder en aandeelhouders of vennoten. In verband hiermee is in het tweede lid bepaald dat de vervreemding moet plaatsvinden tegen een prijs die past in het voeren van een actief en winstgericht beleid. Indien vervreemding plaats vindt aan betrokkenen bij de financier, kan de kans op belangenverstrengeling op voorhand aanwezig worden geacht. In dat geval worden aanvullende eisen gesteld om te voorkomen dat de prijsstelling op oneigenlijke wijze plaats vindt.

In het vierde lid worden nadere voorwaarden gesteld aan verliesdeclaraties vanwege kwijtschelding van achtergestelde leningen. Een financier kan verlies lijden op risicokapitaal als de desbetreffende ondernemer financieel in de problemen komt. Als een ondernemer failliet dreigt te gaan, kan de financier proberen dat te voorkomen door aanpassing van de financieringsvoorwaarden, bijvoorbeeld door een gedeeltelijke of gehele kwijtschelding van een achtergestelde lening. Op die wijze kan de overlevingskans van de onderneming worden vergroot, hetgeen ook in het belang is van de financier. Tegelijkertijd lijdt deze een verlies als gevolg van de kwijtschelding. Om die reden omvat de garantie van dit instrument ook deze vorm van verlies. Voorwaarde is dat de kwijtschelding noodzakelijk moet zijn – het moet gaan om een onontkoombaar verlies. Verder is van belang dat met het belang van de Staat rekening is gehouden en wordt gehouden, onder meer door een evenwichtige aanwending van eventuele baten. De liquiditeitsproblemen dienen niet eenzijdig op de gegarandeerde achtergestelde lening worden afgewenteld, ten voordele van andere financieringen aan de MKB-ondernemer. Dit betekent onder meer dat indien een financier twee achtergestelde leningen aan een MKB-ondernemer heeft verstrekt waarvan één onder de garantstelling is gebracht, de aflossingen naar rato aan beide leningen ten goede dienen te komen. Bij een combinatie van een gegarandeerde achtergestelde lening en een andere, niet achtergestelde lening kan ook een beperkter aflossing op de achtergestelde lening aanvaardbaar zijn.

Een enigszins vergelijkbare situatie doet zich voor indien de MKB-ondernemer niet in staat is aflossingen te doen – terwijl er geen reden is over te gaan tot kwijtschelding van de lening.

Dan lijdt de financier de facto een verlies. Van belang is of de aflossingen binnen een afzienbare termijn kunnen worden hervat of dat de financiële problemen van de ondernemer een structureel karakter dragen. Om die reden is het niet afgeloste deel van de lening eerst declarabel onder de garantie indien gebleken is dat de ondernemer feitelijk niet aan zijn aflossingsverplichtingen kan voldoen – ongeacht of aflossingen zijn opgeschort in overeenstemming met de financier – en indien naar verwachting ook in de nabije toekomst geen aflossingen zullen worden gedaan. Voorts geldt hier de hiervoor reeds besproken voorwaarde dat rekening is gehouden en wordt gehouden met het belang van de Staat als garantsteller.

In het zesde lid worden nadere voorwaarden geformuleerd voor verliesdeclaraties bij faillissement, surséance van betaling of toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ten eerste is van belang dat aannemelijk kan worden gemaakt dat ter zijner tijd daadwerkelijk een verlies zal worden geleden. Ten tweede geldt ook hier de voorwaarde dat rekening is gehouden met het belang van de Staat als garantsteller. Anders dan in de hiervoor besproken situaties geldt deze voorwaarde niet voor de toekomst omdat het faillissementsrecht daarvoor een eigen kader biedt. Dat kent de nodige waarborgen voor een evenwichtige afwikkeling van financieringsrelaties.

Op grond van het zevende lid hoeft uitbetaling op een verlies niet of niet geheel plaats te vinden indien de financier niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Bij de toepassing van deze bepaling wordt rekening gehouden met de aard van het verzuim. Een (gedeeltelijke) uitbetaling ligt bijvoorbeeld niet in de rede als de financier stelselmatig in gebreke is gebleven bij de betaling van de provisie. Het inroepen van deze clausule, althans een volledige strafkorting, ligt veel minder voor de hand indien het verzuim zich beperkt tot bijvoorbeeld het niet tijdig voldoen aan de in artikel 7, tweede en derde lid, bedoelde informatieverplichtingen. De in artikel 5, eerste tot en met vijfde lid, opgenomen verplichtingen hebben kort gezegd betrekking op een gezonde bedrijfvoering. Eerst bij wezenlijke misstanden zal er reden zijn niet tot een (volledige) uitbetaling over te gaan omdat alsdan niet valt uit te sluiten dat het verlies geheel of gedeeltelijk is veroorzaakt door de gebrekkige bedrijfsvoering. Een gezonde bedrijfsvoering veronderstelt dat ten aanzien van verstrekt risicokapitaal de noodzakelijke beheersmaatregelen worden getroffen. Om die reden is tevens bepaald dat de financier dit zonodig moet kunnen aantonen. Krachtens artikel 5 van de overeenkomst is de financier onder meer verplicht het risicokapitaal actief en winstgericht te beheren en zorg te dragen voor de deskundigheid van de betrokkenen. Bijgevolg geldt als maatstaf dat die maatregelen zijn getroffen die een redelijk handelend en redelijk bekwaam beheerder in het kader van een actief en winstgericht beleid zou hebben getroffen.

Ingevolge het achtste lid bedraagt het voor de garantie relevante verlies het verschil tussen de feitelijke waarde en de restwaarde die uiteindelijk is verkregen. Daarnaast gelden de dividendinkomsten als aftrekpost voor aandelenkapitaal. Op deze wijze wordt voorkomen dat de financier inkomsten genereert die impliciet later voor 50% ten koste van de garantsteller komen.

In geval van verscheidene financieringen kan onduidelijkheid bestaan over de omvang van het verlies. Indien bijvoorbeeld meermalen met garantie aandelenkapitaal is verschaft waarop gedeeltelijk verlies wordt geleden, is op grond van het negende lid de waarde van het eerst verkregen aandelenkapitaal bepalend voor de berekening van het verlies. Het tiende lid betreft de situatie waarin niet alle verstrekkingen van risicokapitaal onder de garantstelling zijn gebracht. Indien bijvoorbeeld 60% van de financieringen gegarandeerd was, zal bij verlies op een deel van het risicokapitaal voor slechts 60% van dat verlies een beroep op de garantie kunnen worden gedaan.

Dit artikel betreft de procedure voor het inroepen van de garantie.

Bij afschrijving van een achtergestelde lening is niet sprake van een definitief verlies. Het is mogelijk dat naderhand alsnog een aflossing op de lening plaatsvindt. Het tweede lid van artikel 12 verplicht de financier in deze gevallen alsdan de helft van deze aflossingen aan de Staat te betalen. Bij faillissement e.d. is nog niet sprake van een daadwerkelijk verlies, althans het verlies staat nog niet definitief vast. Indien de financier ontvangsten heeft uit het akkoord of uit de liquidatie-uitkering, dienen deze eveneens voor 50% te worden doorbetaald aan de Staat.

Zonodig kan de overeenkomst door de Staat worden opgezegd op de in het eerste lid genoemde gronden. Op grond van onderdeel a kan opzegging plaatsvinden indien de financier zijn verplichtingen niet nakomt. Daarnaast is opzegging door de Staat mogelijk indien de status van de financier is gewijzigd, hetzij indien faillissement of een vergelijkbare voorziening is aangevraagd, hetzij bij ontbinding van de rechtspersoon van de financier. Tenslotte kan de Staat de overeenkomst opzeggen indien deze als gevolg van Europeesrechtelijke ontwikkelingen niet langer in overeenstemming zou zijn met de regels van de Europese Gemeenschap ten aanzien van staatsteun.

Voor zover deze opzeggingsgronden verband houden of verband kunnen houden met een tekortkoming die hersteld kan worden, dient op grond van het tweede lid de Staat daarvoor de gelegenheid te bieden.

Het ligt in de rede dat de partijen bij opzegging van de overeenkomst in onderhandeling treden en in een vaststellingsovereenkomst regelen hoe de garantstellingsovereenkomst dient te worden afgewikkeld. Afhankelijk van de omstandigheden kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat lopende garantieverplichtingen niet worden aangetast door een opzegging van de overeenkomst, onder gelijktijdige afkoop van de nog niet betaalde premies. Indien de overeenkomst wordt opgezegd in verband met Europeesrechtelijke verplichtingen, is het in elk geval wenselijk de lopende garanties te ontzien. Daarom is in het derde lid bepaald dat alsdan de verplichtingen ingevolge bestaande garanties onverlet blijven.

Overeenkomst tussen:

Partijen zijn het volgende overeengekomen:

........., ten deze vertegenwoordigd door

Deze overeenkomst is getekend op ..... te Den Haag

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

Een niet converteerbare achtergestelde lening aan een MKB-ondernemer kan onder de garantstelling van de Staat worden gebracht indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

Alle betalingen in verband met deze overeenkomst door de financier geschieden door overmaking van de betreffende bedragen naar rekeningnummer PM PMxxxxx bij de ---financier, ten name van SenterNovem, onder vermelding van het PM PM---nummer

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder

Deze overeenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de partijen.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Aanvraagformulier garantstellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 3.13, tweede lid, sub c, van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen, paragraaf 3. Tijdelijke garantie ondernemingsfinanciering

Ten behoeve van de behandeling van uw aanvraag wordt u verzocht een aantal vragen te beantwoorden. U kunt bij de beantwoording gebruik maken van reeds bestaande stukken.

De verstrekte informatie is van belang om vast te kunnen stellen of een aanvraag al dan niet voldoet aan de regeling en een beeld te vormen over het functioneren, de deskundigheid, de betrouwbaarheid en de financiële positie van de financier. De middels het aanvraagformulier verstrekte informatie kan worden voorgelegd aan de adviescommissie. Zonodig zullen bij u aanvullende gegevens worden opgevraagd.

Beoogd financieringsbeleid en beschikbare expertise.

Geef aan hoeveel per jaar en in welke doelgroepen men wil financieren met de leningen, welke soort ondernemingen: wat is de levensfase en eventuele focus (type ondernemingen, levensfase, geografische indeling, etc.). Hoe verhoudt dit zich tot de beschikbare deskundigheid en ervaring binnen de organisatie van de financier.

Wat zijn de criteria voor het selecteren van ondernemingen waaraan leningen zullen worden verstrekt.

Beschrijf de marketingstrategie en hoe worden ondernemers benaderd.

Is er sprake van een combinatie/samenwerking met andere partijen en of financiers, zo ja welke? Beschrijf de aard van de samenwerking.

Wordt er een onafhankelijke investeringstoets door de financier uitgevoerd? Hoe verloopt het toetsingsproces (risico-inschatting, doorlichting van vennootschappen)?

Hoe ziet het besluitvormingsproces over de verstrekking van de lening er uit? Beschrijf de fiatteringprocedure.

Hoe ziet het beheer gedurende de looptijd van de lening er uit?

Hoe ziet het bijzonder beheer eruit?

Wat is het track record van uw instelling met betrekking tot de verstrekking van leningen zoals eerder beschreven, mede in termen van volumes, marges, verliezen & voorzieningen. Hoe lang is uw instelling op dit terrein al actief.

Geef aan welke gedragslijn wordt gehanteerd om belangenverstrengeling te voorkomen.

Model garantstellingsovereenkomst Tijdelijke garantie ondernemingsfinanciering, bedoeld in artikel 3.12g van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen

Overeenkomst tussen:

Partijen zijn het volgende overeengekomen:

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

Een lening aan een ondernemer kan onder de garantstelling van de Staat worden gebracht indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

Alle betalingen in verband met deze overeenkomst door de financier geschieden door overmaking van de betreffende bedragen naar rekeningnummer PM PMxxxxx bij de ---bank, ten name van SenterNovem, onder vermelding van het PM PM---nummer.

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder

Deze overeenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de partijen.

........., ten deze vertegenwoordigd door

Deze overeenkomst is getekend op ..... te Den Haag

Ligt ter inzage bij SenterNovem, Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Overeenkomst tussen:

Partijen zijn het volgende overeengekomen:

........., ten deze vertegenwoordigd door

Deze overeenkomst is getekend op ..... te Den Haag

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder 1 gemelde partij worden gericht aan

Ministerie van Economische Zaken,

TechnoPartner, SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder 2 gemelde partij worden gericht aan

.....

Alle betalingen in verband met deze overeenkomst door het startersfonds geschieden door overmaking van de betreffende bedragen naar rekeningnummer 19.23.24.217 bij de Rabobank, ten name van TechnoPartner/SenterNovem, onder vermelding van het projectnummer

Deze overeenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de partijen.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Partijen:

en

in aanmerking nemende dat:

zijn overeengekomen als volgt:

Overzicht

EVD referentie nr.

BBS 05...

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

Indien uit de informatie, bedoeld in artikel 6, of anderszins aan de Staat of aan de Bank blijkt dat er een concreet risico bestaat dat de Scheepswerf haar verplichtingen op grond van de Kredietovereenkomst niet zal nakomen, treden de Bank en de Staat in overleg.

De Bank betaalt het in artikel 3, eerste lid, genoemde percentage van nagekomen betalingen op het Kredietbedrag aan de Staat, en wel binnen één maand na ontvangst van die opbrengsten.

Aldus is overeengekomen en in tweevoud ondertekend te 's-Gravenhage op ....................

De Minister van Economische Zaken, .............

(naam en functie vertegenwoordiger Bank)

Indien één of meer bepalingen van deze Borgstellingsovereenkomst nietig blijken te zijn, of door de rechter vernietigd worden, behouden de overige bepalingen van deze Borgstellingsovereenkomst hun rechtskracht. Partijen zullen over eerstbedoelde bepalingen overleg voeren teneinde een vervangende regeling te treffen waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de door nietigheid of vernietiging getroffen bepaling en bij de overige bepalingen en strekking van de Borgstellingsovereenkomst. Bij een vervangende regeling wordt de strekking van de Borgstellingsovereenkomst hoe dan ook niet aangetast.

Bepalingen die naar hun aard bestemd zijn om ook na afloop van de Borgstellingsovereenkomst voort te duren, behouden nadien hun werking.

BBS referentie nr.

Bank

Naam:

Adres:

Scheepswerf

Naam:

Adres:

Deel uitmakend van een groep?

Zo ja, eventueel mede-verbonden vennootschappen:

Opdrachtgever:

Opdrachtgever

Naam:

Adres:

Bouwnummer schip:

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze Borgstellingsovereenkomst bestemd voor de Staat worden gestuurd naar EVD, Unit internationale financiering, Postbus 20105, 2500 EC Den Haag

Bankrekening nr. EVD:

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.