Ministeriële regeling · BWBR0024993
Regeling aanwijzing bewerker en mandaat register beëdigde tolken en vertalers
Gelet op de artikelen 10:3, 10:4, eerste lid, 10:5, tweede lid,10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2, tweede en derde lid, van de Wet beëdigde tolken en vertalers;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Justitie, N.AlbayrakIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
Minister: de Minister van Justitie;
- b.
raad: de raad voor rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch;
- c.
Wet: de Wet beëdigde tolken en vertalers;
- d.
Besluit: het Besluit beëdigde tolken en vertalers;
- e.
lijst: de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet.
De raad wordt op grond van artikel 2, tweede lid, van de Wet aangewezen als de instelling die het register bewerkt.
De raad wordt op grond van artikel 2, derde lid, van de Wet aangewezen als de instelling die de lijst bijhoudt.
Aan de raad wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van de aan de Minister toekomende bevoegdheden en handelingen betreffende de aangelegenheden, bedoeld in de Wet en het Besluit, met uitzondering van de bevoegdheden en handelingen, bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, 4, vijfde lid, 16, vierde lid, 28, tweede lid, en 34 van de Wet en artikelen 7, vierde lid, 9 tweede lid en 12 van het Besluit.
Het krachtens het eerste lid verleende mandaat en de machtiging kunnen verder worden doorgegeven aan onder de raad ressorterende functionarissen.
Aan de raad wordt mandaat en machtiging verleend om bezwaar en beroep te behandelen als bedoeld in de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Algemene wet bestuursrecht en klachten te behandelen als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Het krachtens het eerste lid verleende mandaat en de machtiging kunnen verder worden doorgegeven aan onder de raad ressorterende functionarissen, waarbij niet wordt toegestaan dat functionarissen besluiten nemen in bezwaar of klachten behandelen over besluiten of gedragingen waarbij zij zelf betrokken zijn geweest.
Aan de raad wordt mandaat en machtiging verleend om besluiten te nemen en andere handelingen te verrichten betreffende verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet bescherming persoonsgegevens.
Het krachtens het eerste lid verleende mandaat en de machtiging kunnen verder worden doorgegeven aan onder de raad ressorterende functionarissen, tenzij het een besluit betreft dat belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.
Ingetrokken worden:
- a.
- b.
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2009.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing bewerker en mandaat register beëdigde tolken en vertalers.