U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-11-2009.

Ministeriële regeling · BWBR0025040

Mediaregeling 2008

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 december 2008, nr. WJZ/84447 (8240), houdende uitvoeringsregels van de Mediawet 2008 (Mediaregeling 2008)Mediaregeling 2008De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 2.20, derde lid, 2.30, vierde lid, 2.44, tweede lid, 2.69, 2.157, eerste lid, 2.165, 2.187, tweede lid, 3.1, derde lid, 3.30, tweede lid, 6.5, tweede lid, 8.8, eerste lid, en artikel 9.6 van de Mediawet 2008 en de artikelen 6 en 29 van het Mediabesluit 2008;

Besluit:

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

In deze regeling wordt verstaan onder:

De Stichting dient het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, telkens in voor 1 maart van het kalenderjaar waarin de concessieperioden, bedoeld in artikel 2.19, derde lid, van de wet, eindigen.

De aanvraag voor een aanwijzing, bedoeld in artikel 2.65 van de wet, gaat vergezeld van:

Als een aangewezen regionale of lokale publieke media-instelling voor een aansluitende periode van vijf jaar aangewezen wil worden, dient zij uiterlijk zes maanden voor het einde van de lopende aanwijzingsperiode de aanvraag voor een nieuwe aanwijzing in.

Het Commissariaat kan in bijzondere gevallen afwijken van artikel 6.

Een besluit tot intrekking van de aanwijzing op grond van artikel 2.67, eerste lid, en 2.68. eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, gaat onmiddellijk in.

De regels over het verstrekken van voorschotten in artikel 12 zijn van overeenkomstige toepassing op de Wereldomroep, met dien verstande dat de bevoegdheden aan het Commissariaat toekomen en de hoogte van de voorschotten mede wordt bepaald op basis van de begroting, bedoeld in artikel 2.160 van de wet.

De stichting Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties, genoemd in artikel 2.125 van de wet, dient jaarlijks vóór 15 september een begroting in.

De evaluatiecommissies brengen telkens voor 1 mei van het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de concessieperioden, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet, eindigen, rapport als bedoeld in artikel 2.187, tweede lid, van de wet, uit.

De aanvraag voor toestemming, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de wet, gaat vergezeld van:

Een commerciële media-instelling die een toestemming, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet, heeft verkregen, dient de aanvraag voor een toestemming voor een aansluitende periode uiterlijk vijf maanden voor het einde van de lopende toestemmingsperiode in.

Een commerciële omroepinstelling is voor elke verkregen toestemming voor het verzorgen van een omroepdienst jaarlijks aan het Commissariaat toezichtskosten verschuldigd berekend volgens de bij deze regeling gevoegde bijlage.

Het Commissariaat dient jaarlijks vóór 15 september een begroting in.

Het percentage, bedoeld in artikel 8.8, eerste lid, onderdeel a, van de wet, bedraagt nul. In afwijking van de eerste volzin wordt in het jaar 2009 ten hoogste vier procent van de inkomsten uit reclame- en telewinkelboodschappen van de landelijke publieke mediadienst in 2008 uitgekeerd ten behoeve van het Stimuleringsfonds voor de pers.

Het Stimuleringsfonds kan aan de subsidie verplichtingen verbinden met betrekking tot:

Het Stimuleringsfonds kan ook een subsidieverlening intrekken en verstrekte voorschotten terugvorderen als binnen een jaar na de subsidieverlening een surseance van betaling of een faillissement van de aanvrager is uitgesproken.

Het Stimuleringsfonds dient jaarlijks vóór 15 september een begroting in.

In afwijking van artikel 3, eerste lid, dienen de omroepverenigingen en de educatieve media-instelling, bedoeld in artikel 2.28 van de wet, de aanvraag voor een erkenning of voorlopige erkenning, bedoeld in artikel 2.30 van de wet, voor de erkenningperiode die begint op 1 september 2010, in het tijdvak 27 juli tot en met 31 juli 2009 in bij het Commissariaat.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Deze regeling wordt aangehaald als: Mediaregeling 2008.

Als een commerciële omroepinstelling beschikt over zowel een toestemming waarop artikel 1 van deze bijlage van toepassing is als een toestemming waarop artikel 2 van deze bijlage van toepassing is, en zij het programma-aanbod van beide toestemmingen steeds aansluitend op hetzelfde kanaal van een omroepnet verspreidt, is de omroepinstelling ten hoogste € 20.400 aan toezichtskosten verschuldigd.