U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2017.

Ministeriële regeling · BWBR0025040

Mediaregeling 2008

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 december 2008, nr. WJZ/84447 (8240), houdende uitvoeringsregels van de Mediawet 2008 (Mediaregeling 2008)Mediaregeling 2008De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 2.20, derde lid, 2.30, vierde lid, 2.44, tweede lid, 2.69, 2.157, eerste lid, 2.165, 2.187, tweede lid, 3.1, derde lid, 3.30, tweede lid, 6.5, tweede lid, 8.8, eerste lid, en artikel 9.6 van de Mediawet 2008 en de artikelen 6 en 29 van het Mediabesluit 2008;

Besluit:

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

In deze regeling wordt verstaan onder:

De NPO dient het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, telkens in voor 1 maart van het kalenderjaar waarin de concessieperioden, bedoeld in artikel 2.19, derde lid, van de wet, eindigen.

De aanvraag voor een aanwijzing, bedoeld in artikel 2.65 van de wet, gaat vergezeld van:

Als een aangewezen regionale of lokale publieke media-instelling voor een aansluitende periode van vijf jaar aangewezen wil worden, dient zij uiterlijk zes maanden voor het einde van de lopende aanwijzingsperiode de aanvraag voor een nieuwe aanwijzing in.

Het Commissariaat kan in bijzondere gevallen afwijken van artikel 6.

Een besluit tot intrekking van de aanwijzing op grond van artikel 2.67, eerste lid, en 2.68. eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, gaat onmiddellijk in.

De RPO dient het concessiebeleidsplan RPO telkens in vóór 1 april van het laatste jaar waarop het lopende concessiebeleidsplan RPO betrekking heeft.

Een experimentele nevenactiviteit is zodanig in omvang beperkt dat de totale inbreng van de NPO of een publieke media-instelling in de experimentele nevenactiviteit niet meer bedraagt dan 150.000 euro.

Als binnen de maximale looptijd van een experimentele nevenactiviteit voor die nevenactiviteit een aanvraag voor toestemming als bedoeld in artikel 2.132, eerste lid, van de wet bij het Commissariaat is ingediend, kan de desbetreffende nevenactiviteit worden voortgezet totdat het Commissariaat op de aanvraag heeft beslist.

Het moment, bedoeld in artikel 2.152 van de wet, is 1 januari 2014.

Vervallen

De evaluatiecommissies brengen telkens voor 1 mei van het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de concessieperioden, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet, eindigen, rapport als bedoeld in artikel 2.187, tweede lid, van de wet, uit.

De aanvraag voor toestemming, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de wet, gaat vergezeld van:

Een commerciële media-instelling die een toestemming, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet, heeft verkregen, dient de aanvraag voor een toestemming voor een aansluitende periode uiterlijk vijf maanden voor het einde van de lopende toestemmingsperiode in.

Een commerciële media-instelling is voor elke verkregen toestemming, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet, en voor elke van haar mediadiensten op aanvraag, bedoeld in artikel 3.29a van de wet, jaarlijks aan het Commissariaat toezichtskosten verschuldigd berekend volgens de bij deze regeling gevoegde bijlage.

Het Commissariaat dient jaarlijks vóór 15 september een begroting in.

Het percentage, bedoeld in artikel 8.8, eerste lid, onderdeel a, van de wet, bedraagt nul. In afwijking van de eerste volzin wordt in het jaar 2009 ten hoogste vier procent van de inkomsten uit reclame- en telewinkelboodschappen van de landelijke publieke mediadienst in 2008 uitgekeerd ten behoeve van het Stimuleringsfonds voor de pers.

Het Stimuleringsfonds kan aan de subsidie verplichtingen verbinden met betrekking tot:

Het Stimuleringsfonds kan voorschotten verstrekken tot ten hoogste vijftig procent van het verleende subsidiebedrag.

Het Stimuleringsfonds kan een subsidieverlening intrekken en verstrekte voorschotten terugvorderen als binnen een jaar na de subsidieverlening een surseance van betaling of een faillissement van de aanvrager is uitgesproken.

Het Stimuleringsfonds dient jaarlijks vóór 15 september een begroting in.

Voor de toepassing van de aanvraagprocedure, bedoeld in artikel 2.170, eerste lid, van de wet, worden voor het jaar 2014 als voorschriften als bedoeld in artikel 2.170, vijfde lid, onderdelen b en c, van de wet aangemerkt de desbetreffende provinciale voorschriften.

In afwijking van artikel 9c dient de RPO het concessiebeleidsplan RPO in 2017 in vóór 1 juli.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Deze regeling wordt aangehaald als: Mediaregeling 2008.

Een commerciële media-instelling is per toestemming voor het verzorgen van een televisieomroepdienst jaarlijks aan het Commissariaat een bijdrage in de toezichtskosten verschuldigd volgens de onderstaande tabellen in euro’s:

* Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘aantal huishoudens’ verstaan: het aantal huishoudens dat een televisieomroepdienst technisch in Nederland kan ontvangen.

** Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘marktaandeel’ verstaan: het percentage kijkers naar de televisieomroepdienst, gepercenteerd op het totale kijkerspubliek binnen de doelgroep.

*** Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘uitzenduren’ verstaan: de gemiddelde duur van het verzorgde programma-aanbod per dag in het desbetreffende kalenderjaar.

* Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘marktaandeel’ verstaan: het percentage kijkers naar de televisieomroepdienst, gepercenteerd op het totale kijkerspubliek binnen de doelgroep. Als een televisieomroepdienst zich op meerdere landen richt, is het hoogste marktaandeel in één land van toepassing.

** Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘uitzenduren’ verstaan: de gemiddelde duur van het verzorgde programma-aanbod per dag in het desbetreffende kalenderjaar.

Een commerciële media-instelling is per toestemming voor het verzorgen van een radio-omroepdienst jaarlijks aan het Commissariaat een bijdrage in de toezichtskosten verschuldigd volgens de onderstaande tabellen in euro’s:

* Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘aantal huishoudens’ verstaan: het aantal huishoudens dat een radio-omroepdienst technisch in Nederland kan ontvangen.

** Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘uitzenduren’ verstaan: de gemiddelde duur van het verzorgde programma-aanbod per dag in het desbetreffende kalenderjaar.

Tabel 4. Toezichtskosten radio-omroepdiensten die zich uitsluitend of in overwegende mate op het buitenland richten

* Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘uitzenduren’ verstaan: de gemiddelde duur van het verzorgde programma-aanbod per dag in het desbetreffende kalenderjaar.

Een commerciële media-instelling is per toestemming voor het verzorgen van een televisieomroepdienst die bestaat uit het veelvuldig en aaneensluitend herhalen van programma-aanbod dat uitsluitend of vrijwel uitsluitend bestaat uit stilstaande beelden jaarlijks aan het Commissariaat een bijdrage in de toezichtskosten verschuldigd volgens de onderstaande tabellen in euro’s:

* Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘aantal huishoudens’ verstaan: het aantal huishoudens dat een radio-omroepdienst technisch in Nederland kan ontvangen.

** Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘uitzenduren’ verstaan: de gemiddelde duur van het verzorgde programma-aanbod per dag in het desbetreffende kalenderjaar.

* Voor de toepassing van de tabel wordt onder ‘uitzenduren’ verstaan: de gemiddelde duur van het verzorgde programma-aanbod per dag in het desbetreffende kalenderjaar.

Een commerciële media-instelling die toestemmingen heeft voor het verzorgen van meerdere televisieomroepdiensten of meerdere radio-omroepdiensten waarbij:

is voor deze televisieomroepdiensten respectievelijk deze radio-omroepdiensten tezamen niet meer verschuldigd dan éénmaal het desbetreffende hoogste bedrag uit de toepasselijke tabel.

Als een toestemming voor het verzorgen van een commeriële omroepdienst in de loop van een kalenderjaar is verleend, vervallen of ingetrokken, worden de bedragen in de tabellen van de artikelen 1 tot en 3 naar evenredigheid van de overgebleven maanden in het kalenderjaar vastgesteld, met een minimum van 200 euro voor radio-omroepdiensten en voor televisieomroepdiensten als bedoeld in tabel 5 van artikel 3 en een minimum van 400 euro voor overige televisie-omroepdiensten.

Een commerciële media-instelling is per mediadienst op aanvraag jaarlijks aan het Commissariaat een bedrag van 200 euro voor toezichtskosten verschuldigd.

De in deze bijlage genoemde bedragen worden jaarlijks bijgesteld met de door het Centraal Planbureau voor het desbetreffende jaar geraamde consumentenprijsindex.