Ministeriële regeling · BWBR0025268
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerker recherche KMar 2009
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten, artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 6 van de Politiewet 1993 en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar,
Besluit:
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Den Haag28 januari 2009De Minister van Justitie, namens deze:de teammanager BTR, P.W.C.CollardIn dit besluit wordt bestaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Maximaal 50 burgerambtenaren, werkzaam bij de Koninklijke marechaussee in de functie van medewerker recherche, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Commandant van de Koninklijke marechaussee.
De Commandant van de Koninklijke marechaussee brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie en aan de toezichthouder verslag uit over:
- a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was als medewerker recherche;
- b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
- c.
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen voor dat examen zijn geslaagd.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 januari 2009 en vervalt op 31 januari 2014.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerker recherche KMar 2009.