U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 23-12-2013.

Regeling · BWBR0025277

Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 4 februari 2009, houdende regels met betrekking tot de eigen bijdrage voor de rechtzoekende in geval van verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand alsmede enige nadere regels omtrent de vaststelling van de financiële draagkracht van de rechtzoekende (Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand)Besluit eigen bijdrage rechtsbijstandWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 9 december 2008, nr. 5577912/08/6;

Gelet op de artikelen 25, zesde lid, 34a, vierde lid, 34d, derde lid, en 35 van de Wet op de rechtsbijstand;

De Raad van State gehoord (advies van 7 januari 2009, nr. W03.08.0545/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 23 januari 2009, nr. 5583098/09/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage4 februari 2009BeatrixDe Staatssecretaris van Justitie,N.Albayrakde twaalfde februari 2009De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

Met inachtneming van artikel 2, negende lid, is de rechtzoekende ingeval van een opvolgend deskundigenoordeel opnieuw een eigen bijdrage verschuldigd die gelijk is aan de eigen bijdrage die de rechtzoekende verschuldigd is ten behoeve van de toevoeging, tenzij het bestuur op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, geen eigen bijdrage heeft opgelegd. In laatstgenoemde gevallen is artikel 6, derde lid van toepassing.

Indien artikel 13 of 22 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van toepassing is, is de rechtzoekende, met inachtneming van artikel 2, negende lid, opnieuw een eigen bijdrage verschuldigd waarvan de hoogte gelijk is aan de eigen bijdrage die de rechtzoekende verschuldigd is voor de toevoeging, tenzij het bestuur op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, geen eigen bijdrage heeft opgelegd.

Vervallen

Indien een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand wordt verleend in een zaak waarin reeds een toevoeging ten behoeve van mediation is verleend, wordt op de eigen bijdrage, die de rechtzoekende voor de verlening van rechtsbijstand verschuldigd is, het bedrag dat de rechtzoekende als eigen bijdrage voor de verlening van mediation verschuldigd was in mindering gebracht.

De rechtzoekende is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de verlening van rechtshulp.

Indien de rechtzoekende minderjarig is, wordt voor de vaststelling van de financiële draagkracht het inkomen en vermogen van zijn ouder of ouders in aanmerking genomen, tenzij:

Indien de rechtzoekende een rechtspersoon is, kan hij bij de indiening van de aanvraag om een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand volstaan met het overleggen van de meest recente jaarrekening. Het bestuur kan verlangen dat de rechtspersoon in aanvulling hierop andere bescheiden overlegt.

Indien het inkomen of vermogen van de rechtzoekende in het jaar waarin de aanvraag om een toevoeging is gedaan, bedoeld in artikel 34c, eerste lid, van de wet, binnen de grenzen, genoemd in artikel 34, eerste en tweede lid, van de wet, valt, maar de terugval in het inkomen of vermogen, bedoeld in artikel 34c, eerste lid, van de wet, minder dan 15% bedraagt, wordt hem door het bestuur desondanks een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand verleend.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand.