U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2014.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 26 januari 2009, houdende nadere regeling van de rechtspositie van de vice-president van de Raad van State, de staatsraden, de president en overige leden van de Algemene Rekenkamer, alsmede van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen (Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman)Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsmanWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 december 2008, 2008-00000558625, directie Constitutionele Zaken en Wetgeving,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, en 3, tweede lid, van de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman en artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 7 januari 2009, nr. W04.08.0567/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 januari 2009, nr. 2009-0000011628;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage26 januari 2009BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, G. terHorstde twaalfde februari 2009De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

Aan de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen worden informatie- en communicatievoorzieningen en lectuur, daarbij inbegrepen de hiervoor benodigde aansluitingen en abonnementen, ter beschikking gesteld voor de duur van de vervulling van hun ambt.

De vice-president van de Raad van State en de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de leden van de Raad van State en de staatsraden, de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen hebben recht op de vergoeding van gemaakte kosten voor verlies, diefstal of beschadiging van voor de dienstreis meegenomen noodzakelijke bagage tot ten hoogste het bedrag vastgesteld op grond van artikel 13, tweede lid, van het Reisbesluit buitenland.

Aan de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen worden de overige voorzieningen ter beschikking gesteld die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun ambt.

De vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen ontvangen een vergoeding voor de door hen gemaakte kosten van voorzieningen die niet voor hun eigen rekening komen en die aantoonbaar door hen zijn aangewend voor de vervulling van hun ambt.

De vergoeding die de staatsraden in buitengewone dienst en de leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer per gehele of gedeeltelijke werkdag ontvangen voor het deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad van State onderscheidenlijk de Algemene Rekenkamer, is gelijk aan de vergoeding die raadsheren in buitengewone dienst van de Hoge Raad per zitting ontvangen.

Wijzigt het Reisbesluit binnenland.

Wijzigt het Reisbesluit buitenland.

Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964:

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat:

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman.