Ministeriële regeling · BWBR0025299

Regeling verkeersregelaars 2009

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende regels met betrekking tot de opleiding, de aanstelling, de examinering en de uitrusting van verkeersregelaars (Regeling verkeersregelaars 2009)Regeling verkeersregelaars 2009De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 12 en 13 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 33 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, de artikelen 56 en 58 van het BABW, artikel 30, tweede lid, van het RVV 1990 en artikel 5.3.51, tweede lid, en 5.3.61, derde lid, van het Voertuigreglement;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.Eurlings

In deze regeling wordt verstaan onder:

Voor een aanstelling als verkeersregelaar komen uitsluitend in aanmerking:

De aanvraag van een migrerend beroepsbeoefenaar tot het verlenen van erkenning van EU-beroepskwalificaties gaat vergezeld van de volgende documenten:

Het bevoegde gezag draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat de politie niet later dan acht weken voor de aanvang van een voorgenomen evenement op de hoogte is van het evenement, en dat de politie de lijst van evenementenverkeersregelaars voor elk evenement tijdig ontvangt.

Evenementenverkeersregelaars die jonger zijn dan achttien jaren worden bij de uitoefening van hun taak slechts ingezet op wegen waar in het algemeen niet sneller wordt gereden dan 50 km per uur en indien ter plaatse bij duisternis of slecht zicht voldoende openbare straatverlichting aanwezig is.

De transportbegeleider weigert het transport te begeleiden indien:

Wijzigt de Regeling permanente eisen.

Wijzigt de Regeling optische en geluidssignalen.

De Regeling verkeersregelaars wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2009.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verkeersregelaars 2009.

Criteria, bedoeld in artikel 3, derde lid:

De hes van de verkeersregelaar bestaat uit een fluorescerend gele bovenkant en een fluorescerend oranje onderkant. Het scheidingsvlak van deze kleuren bevindt zich ter hoogte van de onderkant van de armsgaten. Op dit scheidingsvlak is met retro-reflecterend grijs materiaal een rondom doorlopende streep van 50 mm breedte aangebracht. Een soortgelijke rondom doorlopende streep is ook horizontaal aangebracht op 50 mm boven de onderkant van het oranje deel van de hes. Tussen deze horizontale strepen zijn, op 50 mm uit het midden van de armsgaten, twee soortgelijke verticale strepen aangebracht, zodat een oranje rechthoek ontstaat. In deze rechthoek is met hetzelfde grijze materiaal van 50 mm breedte een driehoek aangebracht. Deze driehoek is zo groot mogelijk. De zijden en hoeken van deze driehoek raken de grijze strepen van de rechthoek niet. Tussen de rechthoeken aan de voor- en achterkant van de hes zijn op de delen onder de armsgaten, op gelijke afstand tussen de horizontale zijden van de rechthoek, twee doorlopende horizontale grijze strepen aangebracht.

De voor- en achterkant van de hes zijn gelijk, met dien verstande dat de hes aan de voorzijde een V-hals heeft. Als de hes aan de voorkant een opening heeft, dan zijn de grijze strepen en de driehoek niet zichtbaar onderbroken (door bijvoorbeeld een ritssluiting). De hes mag ook zonder opening aan de voorkant zijn uitgevoerd en wordt in dat geval dus over het hoofd aangetrokken. Op de jas/hes kan links op de borst een logo met de bedrijfsnaam geplaatst worden ter grootte van maximaal 11×11cm. Dit logo mag geen onderdelen van het retroreflecterende patroon afdekken.

Het poloshirt van de verkeersregelaar kan worden uitgevoerd met korte of lange mouwen. Het poloshirt van de verkeersregelaar heeft als romp dezelfde kenmerken als de hierboven beschreven hes en heeft mouwen in dezelfde fluorescerend gele kleur als de bovenkant van de hes. In het geval het poloshirt is uitgevoerd met lange mouwen hebben deze mouwen rondom elk minimaal twee retroreflecterende grijze banden van 50 mm breedte, waarvan er zich één op 50 mm boven de onderkant van de mouw bevindt. In het geval het poloshirt is uitgevoerd met korte mouwen hebben deze rondom een retroreflecterende grijze band van 50 mm breedte die zich aan de onderkant van de mouw bevindt.

De kleuren van de verkeersregelaarskleding bevinden zich binnen de hoekpunten van het betreffende gebied in het CIE-kleurendiagram. De coördinaten van deze hoekpunten voor de verschillende kleuren zijn weergegeven in tabel 2. De minimale luminantiefactor van het fluorescerend oranje bedraagt 0,40 cd/m2, voor het fluorescerend geel 0,70 cd/m2 en het retroreflecterend grijs 0,10 cd/m2. De minimale retroreflectiecoëfficiënten in cd/(lx.m2) zijn weergegeven in tabel 1.

De jas van de verkeersregelaar heeft als romp de hierboven beschreven hes en heeft mouwen in dezelfde fluorescerend gele kleur als de bovenkant van de hes. Deze mouwen hebben rondom elk minimaal twee retroreflecterende grijze banden van 50 mm breedte, waarvan er zich één op 50 mm boven de onderkant van de mouw bevindt. In de hals van de jas mag een kraag zijn gezet.

In afwijking van het voorgaande mag de kleding van verkeersregelaars die in functie zijn als weginspecteur bij een wegbeheerder in de zin van artikel 18 van de wet en minimaal de IM (incident management) opleiding met goed gevolg hebben afgelegd, conform de eindtermen, opgenomen in de CROW publicatie D14-03, in plaats van te voldoen aan het voorgaande, voldoen aan de tekst en afbeeldingen die hierna zijn weergegeven onder het opschrift Omschrijving kleding weginspecteur. De kleding voldoet in ieder geval aan de hier bedoelde afwijkende eis bij de aangeduide verkeersregelaars die in functie zijn als weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat.

Poloshirt met lange mouwenPoloshirt met korte mouwen

Omschrijving kleding weginspecteur

De jas of een combinatie van meerdere veiligheidskledingstukken voldoet aan de NPR-3471 en NEN-EN-ISO 20471, klasse 3.

De jas, hes of poloshirt van de verkeersregelaar bestaat uit een fluorescerend oranje bovenkant en een fluorescerend gele onderkant. De mouwen zijn uitgevoerd in geel. Het scheidingsvlak van deze kleuren bevindt zich ter hoogte van de onderkant van de armsgaten. Op dit scheidingsvlak is een horizontale blauwe band op de borst aangebracht van 5 cm hoog, op het scheidingsvlak van geel en oranje, aan zowel onder- als bovenzijde begrensd door retroreflecterende banden van 5 cm hoog.

Op 50 mm boven de onderkant van het gele deel van de jas, hes of poloshirt is een horizontale rondom doorlopende retroreflecterende band aangebracht. Tussen deze horizontale streep en de horizontale streep onder de blauwe band zijn, op 50 mm uit het midden van de armsgaten, twee soortgelijke verticale retroreflecterende banden van 25 mm aangebracht, zodat een gele rechthoek ontstaat. Tussen de rechthoeken aan de voor- en achterkant van de hes zijn op de delen onder de armsgaten, op gelijke afstand tussen de horizontale zijden van de rechthoek, twee doorlopende horizontale grijze strepen van 25 mm aangebracht. In dit vierkant is gecentreerd een retroreflecterende driehoek aangebracht met zijden van minimaal 20 cm, door middel van een band van 25 mm breedte.

De voor- en achterkant van de jas, hes of poloshirt zijn gelijk, met dien verstande dat de jas, hes of poloshirt aan de voorzijde een effen blauwe streep heeft en aan de achterkant een geel/blauwe band is aangebracht onder een schuine hoek met een centrering naar het midden boven. Als de jas, hes of poloshirt aan de voorkant een opening heeft, dan zijn de grijze strepen niet zichtbaar onderbroken (door bijvoorbeeld een ritssluiting). De hes mag ook zonder opening aan de voorkant zijn uitgevoerd en wordt in dat geval dus over het hoofd aangetrokken. De hes is uitgevoerd zonder capuchon, de jas kan worden uitgevoerd met een capuchon. De capuchon wordt uitgevoerd in de kleur geel. Op de uiteinden van de mouwen van de jas, hes of poloshirt zijn blauwe banden aangebracht.

Het is toegestaan om (borst)zakken in de jas aan te brengen. Deze (borst)zakken onderbreken het kleurenpatroon of retroreflectiepatroon van de jas niet.

Op de rechtermouw van de jas, hes of poloshirt is het toegestaan een logo van de wegbeheerder, ter grootte van maximaal 11×11cm, aan te brengen. Dit logo dekt geen onderdelen van het retroreflecterende patroon af. Het is toegestaan op het achterpand (oranje) van de jas, hes of poloshirt de naam en/of logo van de wegbeheerder te vermelden in zwarte letters, maximaal 5 cm hoog en 30 cm breed. Tevens is het toegestaan om op de linkermouw, indien van toepassing, een BOA insigne, ter grootte van maximaal 11x11 cm af te beelden. Het BOA insigne of de naam van de wegbeheerder en/of logo dekken geen onderdelen van het retroreflecterende patroon af.

De kleuren van de verkeersregelaarskleding bevinden zich binnen de hoekpunten van het betreffende gebied in het CIE-kleurendiagram. De coördinaten van deze hoekpunten voor de verschillende kleuren zijn weergegeven in tabel 4. De minimale luminantiefactor van het fluorescerend oranje bedraagt 0,40 cd/m2, voor het fluorescerend geel 0,70 cd/m2 en het retroreflecterend grijs 0,10 cd/m2. De minimale retroreflectiecoëfficiënten in cd/(lx.m2) zijn weergegeven in tabel 3.

Afbeelding van de jas/hes

Onderdeel A: eisen als bedoeld in artikel 14, tweede lid

Onderdeel B: eisen bedoeld als in artikel 14, derde lid

In het begeleidingsvoertuig zijn tenminste aanwezig: