U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 23-01-2016.

Ministeriële regeling · BWBR0025299

Regeling verkeersregelaars 2009

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende regels met betrekking tot de opleiding, de aanstelling, de examinering en de uitrusting van verkeersregelaars (Regeling verkeersregelaars 2009)Regeling verkeersregelaars 2009De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 12 en 13 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 33 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, de artikelen 56 en 58 van het BABW, artikel 30, tweede lid, van het RVV 1990 en artikel 5.3.51, tweede lid, en 5.3.61, derde lid, van het Voertuigreglement;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.Eurlings

In deze regeling wordt verstaan onder:

Voor een aanstelling als verkeersregelaar komen uitsluitend in aanmerking:

Evenementenverkeersregelaars oefenen hun taak uit onder direct toezicht van de politie.

Evenementenverkeersregelaars die jonger zijn dan achttien jaren worden bij de uitoefening van hun taak slechts ingezet op wegen waar in het algemeen niet sneller wordt gereden dan 50 km per uur en indien ter plaatse bij duisternis of slecht zicht voldoende openbare straatverlichting aanwezig is.

Wijzigt de Regeling permanente eisen.

Wijzigt de Regeling optische en geluidssignalen.

De Regeling verkeersregelaars wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2009.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verkeersregelaars 2009.

Criteria, bedoeld in artikel 3, derde lid:

De hes van de verkeersregelaar bestaat uit een fluorescerend gele bovenkant en een fluorescerend oranje onderkant. Het scheidingsvlak van deze kleuren bevindt zich ter hoogte van de onderkant van de armsgaten. Op dit scheidingsvlak is met retro-reflecterend grijs materiaal een rondom doorlopende streep van 50 mm breedte aangebracht. Een soortgelijke rondom doorlopende streep is ook horizontaal aangebracht op 50 mm boven de onderkant van het oranje deel van de hes. Tussen deze horizontale strepen zijn, op 50 mm uit het midden van de armsgaten, twee soortgelijke verticale strepen aangebracht, zodat een oranje rechthoek ontstaat. In deze rechthoek is met hetzelfde grijze materiaal van 50 mm breedte een driehoek aangebracht. Deze driehoek is zo groot mogelijk. De zijden en hoeken van deze driehoek raken de grijze strepen van de rechthoek niet. Tussen de rechthoeken aan de voor- en achterkant van de hes zijn op de delen onder de armsgaten, op gelijke afstand tussen de horizontale zijden van de rechthoek, twee doorlopende horizontale grijze strepen aangebracht.

De voor- en achterkant van de hes zijn gelijk, met dien verstande dat de hes aan de voorzijde een V-hals heeft. Als de hes aan de voorkant een opening heeft, dan zijn de grijze strepen en de driehoek niet zichtbaar onderbroken (door bijvoorbeeld een ritssluiting). De hes mag ook zonder opening aan de voorkant zijn uitgevoerd en wordt in dat geval dus over het hoofd aangetrokken. Op de jas/hes kan links op de borst een logo met de bedrijfsnaam geplaatst worden ter grootte van maximaal 11×11cm. Dit logo mag geen onderdelen van het retroreflecterende patroon afdekken.

De kleuren van de verkeersregelaarskleding bevinden zich binnen de hoekpunten van het betreffende gebied in het CIE-kleurendiagram. De coördinaten van deze hoekpunten voor de verschillende kleuren zijn weergegeven in tabel 2. De minimale luminantiefactor van het fluorescerend oranje bedraagt 0,40 cd/m2, voor het fluorescerend geel 0,70 cd/m2 en het retroreflecterend grijs 0,10 cd/m2. De minimale retroreflectiecoëfficiënten in cd/(lx.m2) zijn weergegeven in tabel 1.

De jas van de verkeersregelaar heeft als romp de hierboven beschreven hes en heeft mouwen in dezelfde fluorescerend gele kleur als de bovenkant van de hes. Deze mouwen hebben rondom elk minimaal twee retroreflecterende grijze banden van 50 mm breedte, waarvan er zich één op 50 mm boven de onderkant van de mouw bevindt. In de hals van de jas mag een kraag zijn gezet.

De jas die gebruikt wordt door verkeersregelaars die in functie zijn als weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, is voorts voorzien van een horizontale blauwe band op de borst van 5 cm hoog, op het scheidingsvlak van geel en oranje, aan zowel onder- als bovenzijde begrensd door retroreflecterende banden van 5 cm hoog.

Onderdeel A: eisen als bedoeld in artikel 14, tweede lid

Onderdeel B: eisen bedoeld als in artikel 15, derde lid

In het begeleidingsvoertuig zijn tenminste aanwezig: