U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-02-2011.

Ministeriële regeling · BWBR0025587

Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 24 maart 2009, nr. TRCJZ/2009/840, houdende maatregelen voor de instandhouding van zeevisbestanden (Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij)Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserijDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1162/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het heekbestand in ICES-deelgebieden III, IV, V, VI en VII en in ICES-sectoren VIIIa, b, d, e en van daarmee samenhangende bepalingen inzake de controle op de activiteiten van vissersvaartuigen (PbEG L 159);

Gelet op artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEG L 358);

Gelet op Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van de Europese Unie van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004 (PbEU L 348);

Gelet op Verordening (EG) nr. 43/2009 van de Raad van de Europese Unie van 16 januari 2009 tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (PbEU L 22);

Gelet op de artikelen 3, 4 en 6 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag24 maart 2009De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.Verburg

Het is verboden om anders dan met een vissersvaartuig in de visserijzone te vissen met:

Het is verboden vis van de soorten die zijn aangewezen krachtens artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963 te verhandelen indien de vis niet is gevangen met een vissersvaartuig.

Met ingang van de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 36, tweede lid, van verordening nr. 1224/2009 vastgestelde datum, is het verboden in de visserijzone met een vissersvaartuig dat de vlag voert van, of geregistreerd is in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, de visserij uit te oefenen op de vissoorten waarvoor voornoemde vaststelling geldt en die soorten aan boord te houden, over te laden en in Nederland aan te voeren.

Het is verboden diepgevroren vis in verpakkingen aan te landen, tenzij op de verpakking de in de verpakking aanwezige vis per vissoort is vermeld volgens de codes, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de Lid-Staten (PbEG L 276).

Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort als bedoeld in bijlage 4 in het voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen dan wel een vissoort uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien:

Indien ontheffing wordt verleend van artikel 10, in verband met het uitoefenen van de visserij ten behoeve van een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij, geschiedt dit in overeenstemming met artikel 7 van de verordening inzake vangstmogelijkheden.

Het groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie is verplicht om:

Bij de onttrekking van contingenten, bedoeld in artikel 15, tweede lid, alsmede bij de toekenning van een contingent, bedoeld in artikel 16, tweede lid, gaat de minister bij de berekening van het desbetreffende contingent uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 14, onderdeel h, behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij dat contingent.

Het is verboden:

Het is voor de vissersvaartuigen waaraan geen contingent horsmakreel voor de EG-wateren van de ICES gebieden IVb, IVc en VIId tezamen is toegewezen, toegestaan om per kalenderjaar gezamenlijk de in bijlage 5 genoemde hoeveelheid horsmakreel uit die gebieden tezamen aan boord te hebben of aan te landen.

Kabeljauw, wijting of makreel, gevangen door vaartuigen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel b, of artikel 28, eerste lid, onderdeel b, mag slechts dan worden aangeland als de hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel niet meer bedraagt dan 20% van het gewicht van de totale vangst aan boord.

Indien het een contingent haring betreft, kan het bepaalde in de artikelen 13, eerste lid, 21, eerste lid, artikel 22, tweede lid, voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht, 23, eerste lid, 24, eerste lid, en 25, eerste tot en met derde lid, slechts worden toegepast, indien het betrekking heeft op één en hetzelfde vangstgebied.

Het is verboden om in de visserijzone per Nederlands vissersvaartuig op hetzelfde moment meer dan 25 kilometer vistuig van het type staandwant in het water te hebben uitstaan of aan boord te hebben, ongeacht de lengte van het desbetreffende vissersvaartuig.

Wijzigt de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij.

Wijzigt de Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988.

Wijzigt de Regeling technische maatregelen 2000.

Voor de omschrijving van de FAO en CECAF deelgebieden en sectoren wordt verwezen naar bijlage 2 van verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lid-Staten in bepaalde gebieden buiten de Noordatlantische Oceaan (PbEG L 270).

Voor de omschrijving van de Antarctische wateren wordt verwezen naar artikel 2 van verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van de Europese Unie van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 3940/90, (EG) nr. 66/98 en (EG) nr. 1721/1999 (PbEU L 97).

Internationale wateren zijn de wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen.

Voetnoten:

1) Waarvan tot 68% mag worden gevangen in de Noorse Economische Zone of in de visserijzone van Jan Mayen.

2) Waarvan niet meer dan 490 ton mag worden gevangen in de ICES gebieden IIIa, IVb en IVc.

3) Mag ook worden gevangen in de Noorse wateren van ICES gebied IVa.

4) Van deze hoeveelheid mag niet meer dan 9.657 ton worden gevangen in de periode van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 september tot en met 31 december in de EU wateren van het ICES gebied IVa.

5) Van deze hoeveelheid mag niet meer dan 882ton worden gevangen in de Noorse wateren van het ICES gebied IVa.

6) Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/2C4-C), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/2AC4-C), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/2AC4-C), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/2AC4-C) en de Sterrog (Amblyraja radiata) RJR/2AC4-C) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

7) Voor vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter geldt dat deze soort per visreis niet meer dan 25% levend gewicht mag bedragen van het totaal van de vangsten aan boord.

8) Geldt niet voor de vleet (Dipturus batis). Vangsten van deze soort mogen niet aan boord worden gehouden en moeten snel en ongedeerd over boord worden gezet.

9) Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/67AKXD), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/67AKXD), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/67AKXD), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/67AKXD), de Kleinoogrog (Raja micoocellata)(RJE/67AKXD), de Zandrog (Leucoraja circularis)(RJI/67AKXD) en de Shagreenrog (Leucoraja fullonica) RJF/67AKXD) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

10) Waarvan maximaal 5% mag worden gevangen in het ICES gebied VIId.

11) Geldt niet voor de golfrog (Raja undulata), de gewone vleet (Dipturus batis), de Noorse vleet (Raja Dipturus) nidarosiensis) en de spitsneusrog (Rostroraja alba). Vangsten van deze soort mogen niet aan boord worden gehouden en moeten snel en ongedeerd over boord worden gezet.

12) Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/07D), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/07D), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/07D), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM//07D) en de sterrog (Amblyraja radiata) RJR/07D) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

13) Waarvan maximaal 5% mag worden gevangen in de EU wateren van de ICES gebieden VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k.

14) Geldt niet voor de gewone vleet (Dipturus batis) en de golfrog (Raja undulata). Vangsten van deze soort mogen niet aan boord worden gehouden en moeten snel en ongedeerd over boord worden gezet.

15) Waarvan maximaal 5% mag worden gevangen in de EU-wateren van het ICES gebied VI, EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV.

16) Waarvan maximaal 5% mag worden gevangen in de EU wateren van de ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe.

17) Andere soorten dan: haring, kabeljauw, koolvis, makreel, schelvis, schol en wijting.

Voetnoten:

1) Uitsluitend voor bijvangsten, gerichte visserij niet toegestaan.

2) Van de aangelande hoeveelheden mag niet meer dan 15% een minimummaat van 30 cm hebben. Daarboven geldt een minimummaat van 35 cm.

Voetnoot

* De bij dit gedeelte van de beheersperiode vermelde visserij-inspanning wordt vermeerderd of in voorkomend geval verminderd met de visserij-inspanning die in het voorgaande deel van de beheersperiode in 2011 niet respectievelijk te veel, is benut.