Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 maart 2009, houdende vaststelling van regels omtrent het verantwoordingsverslag en het verslag over de besteding van de verleende voorschotten voor stedelijke vernieuwing (Besluit verantwoording stedelijke vernieuwing ISV-2)Besluit verantwoording stedelijke vernieuwing ISV-2 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 11 februari 2009, nr. BJZ2009008142, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 13, tweede lid, 16, tweede lid, en 16a, derde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing;

De Raad van State gehoord (advies van 4 maart, nr. W08.09.0039/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 23 maart 2009, nr. BJZ2009019656, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage27 maart 2009BeatrixDeMinistervoorWonen, Wijken en Integratie,E. E. van derLaande veertiende april 2009De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

De verantwoordingsinformatie en de vergelijking, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de wet, van een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet, en van een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 6, derde lid, onderdeel a, van de wet, alsmede van een gemeente als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de wet, bestaat uit de informatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

De verantwoordingsinformatie over de verdeling van het provinciaal budget, bedoeld in artikel 16a, eerste lid, van de wet, bestaat uit de informatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

In de gevallen, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, wordt het verlaagde investeringsbudget, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet, berekend op de in artikelen 5 tot en met 11 bedoelde wijze.

Voor de berekening, bedoeld in artikel 4, is het aantal bodemsaneringsprestatie-eenheden, bedoeld in de bijlage, onderdeel B, laatste alinea, van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005, de prestatie-indicator die betrekking heeft op de som van het deelbudget, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing, en het budget, bedoeld in artikel 4 van de eerste suppletoire begrotingswet 2005.

De berekening, bedoeld in artikel 4, vindt per prestatie-indicator plaats met gebruikmaking van de formule:

in welke formule voorstelt:

Pr: de gerealiseerde prestatie-eenheden;

Pv: de voorgenomen prestatie-eenheden;

Budget: het deelbudget of de som van deelbudgetten als bedoeld in de artikel 5 of 6 waarop de betreffende prestatie-indicator ingevolge die artikelen betrekking heeft;

Pi: het aantal prestatie-indicatoren dat ingevolge artikel 5 of 6 betrekking heeft op het betreffende deelbudget of de som van deelbudgetten als bedoeld in die artikelen, verminderd met het aantal prestatie-indicatoren waarover in het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de wet, geen voornemens zijn opgenomen, en

Bv: de hoogte van het verlaagde budget per prestatie-indicator.

Met betrekking tot de deelbudgetten, bedoeld in artikel 3, vierde en vijfde lid, van het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing, wordt niet overgegaan tot een lagere vaststelling van de daarop betrekking hebbende aan een gemeente verleende budgetten indien sprake is van een gemeente die op enig moment gedurende de periode 2005 tot en met 2010 is vermeld in de in bijlage 1 bij het Besluit locatiegebonden subsidies 2005 opgenomen lijst van regio’s en gemeenten in die regio’s.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit kan worden bepaald dat een of meer artikelen van dit besluit of onderdelen daarvan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verantwoording stedelijke vernieuwing ISV-2.