U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0025732

Regeling aanpassing voertuigen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende eisen met betrekking tot een erkenning voor het uitvoeren van een wijziging in de constructie van een voertuig (Regeling aanpassing voertuigen)Regeling aanpassing voertuigenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 99, tweede en derde lid, 100, derde lid, 101, eerste en tweede lid, 102, derde lid, en 103a van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.Eurlings

De aanvraag van een erkenning wordt met inachtneming van de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde voorschriften ingediend bij de Dienst Wegverkeer.

In de werkplaats is de volgende apparatuur aanwezig:

De apparatuur, bedoeld in artikel 8, is deugdelijk en verkeert in een goede staat van onderhoud.

De werkplaats waarvoor de erkenning geldt, moet voortdurend blijven voldoen aan de in de artikelen 6 tot en met 11 gestelde eisen.

Alvorens inbouw plaatsvindt, controleert de daartoe verantwoordelijke persoon of de registratie van de ingangscontrole juist is uitgevoerd en of de te monteren LPG-installatie bestemd is voor het desbetreffende voertuig.

De aanvrager van een erkenning moet beschikken over een register waarvan de registerkaarten overeenkomen met het model zoals opgenomen in bijlage III.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 30 en 31 moet de aanvrager van een erkenning dan wel het door hem aangewezen personeel aantoonbaar beschikken over actuele kennis omtrent de in het kader van de erkenning te voeren merken snelheidsbegrenzer.

De aanvrager van een erkenning moet beschikken over een voorziening voor het door middel van datacommunicatie melden van de installatie aan de Dienst Wegverkeer. Deze voorziening moet geschikt zijn voor de toegangsstructuur van een door de Dienst Wegverkeer geaccepteerd netwerk.

De erkenninghouder draagt er zorg voor dat de bij hem in gebruik zijnde verzegelinrichting alsmede de aan hem verstrekte toegangscodes niet toegankelijk zijn voor onbevoegden.

Bij installatie mag slechts gebruik worden gemaakt van snelheidsbegrenzers die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 92/24/EEG en die voorzien zijn van een goedkeuringsmerk als bedoeld in bijlage IV.

Onverminderd artikel 41, eerste lid, onderdeel b, mag voor de installatie een verzegeling van het controleapparaat verbroken worden, mits het verbreken van deze verzegeling noodzakelijk is voor de aansluiting van de snelheidsbegrenzer op het controleapparaat.

De snelheidsbegrenzer moet worden afgesteld op de in artikel 5.3.15, derde lid, van de Regeling voertuigen, bepaalde snelheid.

In de bestuurdersruimte moet op een duidelijk zichtbare plaats een installatieplaatje worden aangebracht waarop de ingestelde snelheid op onuitwisbare wijze is vermeld.

De erkenninghouder mag geen handelingen verrichten dan wel laten verrichten die er toe leiden dat de snelheidsbegrenzer, nadat het voertuig ingevolge artikel 48 bij de Dienst Wegverkeer is gemeld, niet langer op de voorgeschreven wijze is afgesteld of verzegeld.

Voor het uitvoeren van de in hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen genoemde wijzigingen in de bouw of inrichting van ingevolge hoofdstuk 3 van de wet tot het verkeer op de weg toegelaten voertuigen, kan een GWC worden verleend, met uitzondering van de werkzaamheden bedoeld in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van deze regeling.

Een erkenning GWC wordt uitsluitend verleend voor het uitvoeren van dat type wijzigingen waarvoor door de Dienst Wegverkeer een GWC is afgegeven.

Wijzigingen in de bouw of inrichting komen ten minste op de volgende punten met elkaar overeen, hetgeen wordt aangeduid als een type wijziging constructie:

Een extra constructieplaat dient op het gewijzigde voertuig te worden aangebracht overeenkomstig het bepaalde in richtlijn 2007/46/EG, bijlage XVII, punt 4.2.

De aanvrager moet beschikken over een adequaat systeem van maatregelen en procedures voor een effectieve controle van de productie om zeker te stellen dat geproduceerde wijzigingen in de bouw of inrichting met het goedgekeurde type wijziging overeenstemmen.

Onverminderd artikel 69 is de erkenninghouder GWC verplicht medewerking te verlenen aan:

Indien wordt vastgesteld dat de wijziging in de bouw of inrichting van het voertuig niet overeenstemt met het type waarvoor de goedkeuring is verleend, wordt door de functionaris van de Dienst Wegverkeer ter zake een rapport opgemaakt waarvan de erkenninghouder GWC een afschrift ontvangt.

Indien niet wordt voldaan aan deze regeling vermelde verplichtingen, wordt de erkenninghouder GWC in staat gesteld de geconstateerde tekortkomingen binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn te herstellen en wordt het in artikel 81 bedoelde toezicht verscherpt. Indien na die termijn wederom tekortkomingen worden geconstateerd, kan de erkenning worden ingetrokken.

De erkenninghouder stelt de door de Dienst Wegverkeer daartoe aangewezen functionarissen in de gelegenheid te onderzoeken of het type wijziging constructie, waarvoor goedkeuring wordt aangevraagd, voldoet aan hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen en stelt hiertoe één of meerdere exemplaren van het desbetreffende type ter beschikking. Een GWC wordt verleend indien het ter beschikking gestelde exemplaar voldoet.

Wanneer degene aan wie de GWC is verleend voornemens is een technische verandering aan te brengen in het type wijziging waarvoor de GWC is verleend, dan wel een verandering aan te brengen in het bedrijf waardoor wordt afgeweken van de gegevens zoals vermeld in de bedrijfsbeschrijving moet deze hiervan vooraf melding doen aan de Dienst Wegverkeer.

Aan de in de GWC gestelde voorschriften moet worden voldaan.

Het bedrijf van de erkenninghouder moet voortdurend blijven voldoen aan de in afdeling 1 van dit hoofdstuk opgenomen erkenningseisen.

De erkenninghouder dient voor elk gewijzigd voertuig vast te stellen dat aangebrachte wijzigingen geheel overeenstemmen met het type wijziging waarvoor de GWC is afgegeven.

Nadat een wijziging in de bouw of inrichting is aangebracht wordt voor elk gewijzigd voertuig een ombouwverklaring, conform het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model, compleet en volledig ingevuld.

De ombouwverklaring wordt samen met deel I A dan wel deel I van het kentekenbewijs binnen vijf werkdagen na de wijziging aan de Dienst Wegverkeer toegezonden.

Bij schorsing van een erkenning kan worden bepaald dat, indien niet binnen een termijn van ten hoogste 12 weken wordt aangetoond dat weer aan de erkenningseisen of erkenningsvoorschriften wordt voldaan, alsnog wijziging of intrekking van de erkenning volgt.

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2, 3 en 4, wordt in het kader van het toezicht alle medewerking aan de daartoe aangewezen functionarissen van de Dienst Wegverkeer verleend. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

De in deze paragraaf bepaalde eisen zijn, voor zover niet anders bepaald, tevens van toepassing op het toezicht op mobiele installatie-eenheden.

In geval van niet-naleving van de volgende verplichtingen of voorschriften wordt terstond begonnen met de procedure tot intrekking van de erkenning:

Deze paragraaf laat onverlet de bevoegdheid tot wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning als omschreven in artikel 103, van de wet, in andere gevallen dan die in deze paragraaf zijn beschreven.

Nadat een erkenning is verleend wordt ten minste één maal per twee jaar door middel van een herschouwing en een steekproef onderzocht of de erkenninghouder en de werkplaats nog voldoen aan de erkenningseisen en of de erkenningsvoorschriften worden nageleefd. In dit kader vindt controle plaats van zowel de organisatie van degene aan wie de goedkeuring is verleend als van het proces volgens hetwelk de werkzaamheden waarvoor de erkenning is verleend worden verricht.

In het kader van het toezicht kan een steekproef plaatsvinden op een voertuig van een type waarvoor de goedkeuring, behorende bij een wijziging in de bouw of inrichting, is verleend.

De in artikel 80 en 81 bedoelde herschouwingen of steekproeven vinden plaats in een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen werkplaats van de erkenninghouder overeenkomstig hoofdstuk 4.

Erkenningen en bevoegdheden die zijn verleend krachtens de Erkenningsregeling snelheidsbegrenzers en de LPG-erkenningsregeling, zoals die regelingen luidden voor de inwerkingtreding van deze regeling, worden gelijkgesteld met erkenningen en bevoegdheden die zijn verleend krachtens deze regeling.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit voertuigen in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanpassing voertuigen.

1 Indien een bepaald aspect niet van toepassing is, betreffende aspect doorhalen en ‘NVT’ noteren.

2 Doorhalen wat niet van toepassing is

3 Indien het een G3- of een R115-installatie betreft verder gaan met aspect 1.4.

4 Facultatief voor andere onderdelen.

1 Voortgangscontrole, invullen: G voor goed, F voor fout, H voor hersteld en doorhalen indien niet van toepassing.

2 Eindcontrole, invullen: G voor goed, F voor fout, H voor hersteld en doorhalen indien niet van toepassing.

1 Doorhalen wat niet van toepassing is

2 Indien een bepaald aspect niet van toepassing is, betreffende aspect doorhalen en ‘NVT’ noteren.

Model opnamekaart

1 Behoeft niet ingevuld te worden indien het voertuig nog niet van een kenteken is voorzien.

2 Doorhalen wat niet van toepassing is.

Het goedkeuringsmerk voor een snelheidsbegrenzer als bedoeld in artikel 15 bestaat uit: