Ministeriële regeling · BWBR0025822
Regeling vaststelling bedrag vrijstelling inkomsten uit vermogen ingevolge de wetten voor oorlogsgetroffenen per 1 januari 2006
Gelet op artikel 18, zevende lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, alsmede op de artikelen 12a van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 12 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 17 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en 27 van de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945;
Besluit:
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretarisvan Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C.I.J.M.Ross-van DorpDe bedragen, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, alsmede in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, worden als volgt herzien:
- a.
het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, wordt verhoogd tot € 733,54;
- b.
het bedrag, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, wordt verhoogd tot tot zevenhonderddrieëndertig euro en vierenvijftig eurocent;
- c.
het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt vastgesteld op € 733,54 per jaar.
Deze regeling treedt in werking ingang van 1 januari 2006.