U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2014.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 mei 2009, nr. DL/B/110284, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan leraren met een onderwijsbevoegdheid om substantiële scholing te bevorderen en het verstrekken van subsidie ten behoeve van zij-instromers in het voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs en de educatie om hun onderwijsbevoegdheid te behalen (Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2009–2011)Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2009–2017De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 2, eerste lid, jo artikel 4, eerste lid, van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

In deze regeling wordt verstaan onder:

Vervallen

In afwijking van artikel 4 kan de subsidie voor studiekosten tevens worden verstrekt aan een startende leraar primair onderwijs die deelneemt aan het project VierSlagLeren. Indien dit artikel toepassing vindt, heeft het bevoegd gezag geen aanspraak op subsidie voor studieverlof voor de startende leraar.

Het subsidieplafond voor het jaar 2014 voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, bedraagt € 86.500.000.

De subsidie voor studiekosten bedraagt de som van een vergoeding voor:

De minister beslist binnen 8 weken na het sluiten van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 9.

De leraar behaalt in de subsidieperiode ten minste 15 studiepunten.

Het bevoegd gezag houdt in haar administratie bij op welke wijze het verlof tot stand komt.

Het subsidiebedrag wordt niet eerder dan drie maanden voordat de opleiding aanvangt aan de subsidieontvanger uitbetaald.

Een ambtshalve beschikking tot subsidievaststelling van de subsidie voor studiekosten wordt gegeven binnen 22 weken na afloop van het studiejaar waarvoor de subsidie is verleend.

Onverminderd artikel 19 kan de subsidie voor studieverlof worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

De verantwoording door het bevoegd bezag van de subsidie voor studieverlof geschiedt overeenkomstig artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling OCW-subsidies in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1, behorende bij de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening bevat, in het geval bedoeld in artikel 18a, tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van subsidie.

De minister vordert de subsidie voor studieverlof geheel of gedeeltelijk van het bevoegd gezag terug, indien uit de administratie, bedoeld in artikel 14, blijkt dat het verlof geheel of gedeeltelijk niet aan de leraar is toegekend, dan wel toekenning van het verlof niet of onvoldoende uit de administratie kan worden opgemaakt.

De minister kan subsidie verstrekken aan het bevoegd gezag voor activiteiten in het kader van het begeleiden van een zij-instromer, waaronder in elk geval:

Het subsidieplafond voor subsidie voor zij-instroom bedraagt voor het jaar 2014 € 13.000.000.

De subsidie voor zij-instroom bedraagt ten hoogste € 20.000 per zij-instromer.

De aanvraag voor de subsidie voor zij-instroom wordt uiterlijk ingediend op 15 oktober van het betreffende jaar, met dien verstande dat aanvragen voor de begeleiding van zij-instromers in het kader van het project Eerst de Klas uiterlijk worden ingediend op 31 juli van dat jaar.

De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

De minister verleent het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 22, als voorschot binnen vier weken nadat de subsidie voor zij-instroom is verleend.

Een ambtshalve beschikking tot subsidievaststelling van de subsidie voor zij-instroom wordt gegeven binnen één jaar na ontvangst van de laatste jaarrekening waarin de subsidie moet zijn besteed.

De verantwoording van de subsidie geschiedt overeenkomstig artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling OCW-subsidies in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1, behorende bij de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verwerking van niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.

Wijzigt de Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing.

De minister kan voor bepaalde gevallen de regeling buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2017.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2009–2017.