Ministeriële regeling · BWBR0025890

Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009

Wijzigingen Officiële bron
Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2, eerste en vierde lid, 3, zesde lid, 7, derde lid, 9, vijfde lid, 12a, derde lid, 12b, derde lid, en 12c, tweede lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 en artikel 33, eerste en tweede lid, van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.Eurlings

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als instituut bedoeld in artikel 2 van de wet wordt aangewezen de Stichting VAM (IBKI) te Nieuwegein.

Degene die de geschiktheidstest, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de wet, niet met goed gevolg heeft afgelegd, kan deze test opnieuw afleggen. Het is niet mogelijk alleen delen van de test af te leggen.

Degene die theoretische bijscholing geeft als bedoeld in artikel 12b van de wet, meldt de cursusnaam, de locatie, de datum en de cursisten die zich hebben opgegeven ten minste twee weken voor de aanvang daarvan aan bij het instituut. Uiterlijk twee weken na afloop van de bijscholing meldt hij de namen van degenen die aan de bijscholing hebben deelgenomen aan het instituut. Het instituut houdt deze gegevens bij in het register.

Het toezicht, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de wet, zal in het algemeen steekproefsgewijs worden verricht.

De rijksgecommitteerden zijn bevoegd alle gebeurtenissen en beraadslagingen met betrekking tot de uitvoering door het instituut van de taken, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de wet, bij te wonen en kennis te nemen van alle daarop betrekking hebbende stukken.

De rijksgecommitteerden brengen telkenmale onverwijld van het door hen verrichte toezicht rapport uit aan de Minister.

Het instituut draagt de vergoeding van de kosten van de rijksgecommitteerden rechtstreeks aan hen af.

Vervallen

Als diploma van een militaire rijinstructeur als bedoeld in artikel 8 van de wet wordt aangewezen het Diploma militair rijinstructeur.

Als diploma van een politierijinstructeur als bedoeld in artikel 8 van de wet wordt aangewezen:

Het certificaat rijinstructeur is overeenkomstig de modellen in bijlage 2 van deze regeling.

Indien een duplicaat wordt afgegeven van een certificaat rijinstructeur wordt daarop een duplicaatcode vermeld.

De certificaten scholing educatieve maatregel zijn overeenkomstig de modellen in bijlage 3 bij deze regeling.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Indien het door toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel a of b, van de Aw, noodzakelijk is dat een aanpassingsstage wordt doorlopen of proeve van bekwaamheid wordt afgelegd, maakt de aanvrager zijn keuze tussen de aanpassingsstage en de proeve van bekwaamheid kenbaar, tenzij artikel 11, vijfde lid, van de Aw van toepassing is.

Het instituut stelt vast op welk terrein en binnen welke termijn de aanvrager de aanpassingsstage doorloopt.

Het instituut stelt vast binnen welke termijn en in welke examenonderdelen, genoemd in de artikelen 5 tot en met 7 van het besluit, de aanvrager de proeve van bekwaamheid aflegt.

De aanvraag wordt afgewezen, indien de aanvrager de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg heeft volbracht.

Het certificaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel f, van de wet kan alleen bevoegdheden verlenen die overeenkomen met die welke de aanvrager had in de betrokken staat van oorsprong of herkomst.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2009 met uitzondering van artikel 25, dat in werking treedt op 1 juni 2009 en terug werkt tot en met 3 februari 2009.

De kandidaat beschikt over kennis van en inzicht in onderwerpen die voor een veilige, vlotte en milieubewuste verkeersdeelname relevant zijn, doordat hij:

B

Vervallen.

De kandidaat laat in reële verkeerssituaties zien dat hij als eerste bestuurder van een personenauto veilig, vlot en milieubewust kan autorijden, doordat hij:

De kandidaat kan tijdens een zelfstandig gereden verkeersopgave in reële verkeerssituaties verwoorden hoe de taakprocessen, die nodig zijn om concrete verkeersopgaven op te lossen, doorlopen moeten worden. Hij beschikt daartoe over kennis van en inzicht in de verkeerstaak van de bestuurder en in de taakprocessen die doorlopen moeten worden om te kunnen komen tot een veilige, vlotte en milieubewuste uitvoering van de verkeerstaak.

De kandidaat bepaalt vooraf een rijvaardigheids-didactische structuur waarin de rijopleiding aangeboden wordt, maar gaat hier tegelijkertijd tijdens de opleiding flexibel mee om als de situatie van de cursist dat vereist. Hij is bereid de opleiding af te stemmen op de specifieke kenmerken en de vorderingen van de cursist. Hij geeft in principe les volgens een vooraf bepaalde rijvaardigheids-didactische structuur, maar weet wanneer hij hiervan moet afwijken.

Hij beschikt hiertoe over kennis en inzicht in:

De kandidaat laat zien dat hij als tweede bestuurder van een lesauto beschikt over voertuigbeheersing, doordat hij:

Model 1A. Certificaat voor het geven van rijonderricht anders dan tijdens de stage

Model 1B. Certificaat voor het geven van rijonderricht tijdens de stage