U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 02-03-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0025967

Subsidieregeling innovatie cultuuruitingen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 mei 2009, nr. WJZ/126668 (8246), houdende regels voor subsidieverstrekking ten behoeve van vernieuwende activiteiten om het maatschappelijk draagvlak voor cultuuruitingen te verdiepen en verbreden (Subsidieregeling innovatie cultuuruitingen)Subsidieregeling innovatie cultuuruitingenDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 5, 5a, 7, zesde lid, 32, eerste lid, en 48 van het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen en artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, mede gelet op artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijbehorende bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

In deze regeling wordt verstaan onder:

De activiteiten, bedoeld in artikel 2, hebben een looptijd van ten hoogste twee jaar.

De commissie rangschikt de aanvragen die zij een beoordeling toekent als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder a, op grond van de volgende criteria:

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste informatie.

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning/Kunsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De aanvraag omvat in ieder geval:

Als de liquiditeitsbehoefte onregelmatig gespreid is over de duur van de activiteiten, gaat de begroting vergezeld van een liquiditeitsprognose.

De aanvraag wordt verzonden naar AgentschapNL, Juliana van Stolberglaan 3, Postbus 93144, 2509 AC Den Haag.

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan subsidieverlening worden geweigerd als:

Voor activiteiten waarvoor een aanvraag is geweigerd, kan eenmaal opnieuw een aanvraag voor subsidie worden ingediend.

De minister kan voorschotten verlenen tot ten hoogste tachtig procent van het verleende subsidiebedrag.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling innovatie cultuuruitingen.

Het volledig ingevulde en rechtsgeldig ondertekende aanvraagformulier kunt u indienen per post, zie onderstaand adres. NB: een aanvraag kan niet per e-mail of fax worden ingediend!

SenterNovem

t.a.v. Subsidieregeling Innovatie cultuuruitingen

Postbus 93144

2509 AC Den Haag

Indien het antwoord op alle bovenstaande vragen ‘Nee’ is, komt u niet in aanmerking voor subsidie vanuit de Innovatieregeling cultuuruitingen.

Als bijlagen toevoegen bij de aanvraag:

* Gegevens partner(s)

NB. Offertes van de aanbieder moeten ondertekend worden bijgevoegd

* Toelichting en duidelijke onderbouwing financiering eigen aandeel:

NB: De financiering van het eigen aandeel mag niet bestaan uit gekapitaliseerde arbeidskorsten (zie hiervoor de toelichting op artikel 20 van de Subsidieregeling innovatie cultuuruitingen)

De begroting dient te worden opgesteld conform deze bijlage.

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend die kostenposten in aanmerking genomen die in deze modelbegroting zijn opgenomen. Belangrijk is dat de voorziene kosten worden toegerekend aan de uit te voeren werkzaamheden. Geef hierbij aan om welk soort werkzaamheden het gaat.

Voor alleen de kosten op die:

De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien u de omzetbelasting niet in aftrek kun brengen. Winstopslagen bij een transactie binnen een groep mogen niet worden meegenomen.

Dit zijn de werkelijke loonkosten inclusief werkgeverslasten, voor direct bij de activiteiten betrokken personeel voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van de activiteiten noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van het aantal uren behorende bij een fulltime dienstverband in uw sector, voor elke werknemer apart.

NB: Andere tarieven bv. uw eigen integrale of commerciële tarieven of gemiddelen worden niet geaccepteerd.

Voor algemene kosten mag een opslag van 25 procent van de totale loonkosten worden opgevoerd.

Dit zijn de kosten van de benodigde materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen.

Dit betreft de afschrijvingskosten van aangeschafte machines en apparatuur en het gebruik van bestaande machines en apparatuur op basis van de historische aanschafwaarde. Daarbij moet u uitgaan van de door de Belastingdienst geaccepteerde afschrijvingstermijn, uitgezonderd de mogelijkheid tot vervroegd afschrijven. Als u de machines en apparatuur least, mag u de leasetermijnen (met uitzondering van de financieringskosten) opvoeren.

Dit zijn kosten van de activiteiten die u uitbesteedt. De kosten dienen onderbouwd te worden met rechtsgeldig door de aanbieder ondertekende offertes.