U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2011.

Wet · BWBR0026054

Wet investeren in jongeren

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 1 juli 2009, houdende bevordering duurzame arbeidsinschakeling jongeren tot 27 jaar (Wet investeren in jongeren)Wet investeren in jongeren Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de duurzame arbeidsinschakeling voor jongeren tot 27 jaar te vergroten door hen te stimuleren tot deelname aan het arbeidsproces en maatschappelijke activiteiten en te investeren in hun kennis en vaardigheden en daartoe een nieuwe wet vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage1 juli 2009BeatrixDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.KlijnsmaDeMinistervoorJeugd en Gezin, A.RouvoetDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. M. vanBijsterveldt-Vliegenthartde tweede juli 2009De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning mede verstaan een woonwagen of een woonschip.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet in de plaats van de betrokken colleges.

Indien de jongere na afronding van de uitvoering van het werkleeraanbod een in aanmerking te nemen inkomen heeft dat lager is dan de inkomensvoorzieningsnorm, doet het college, aansluitend op dat werkleeraanbod ambtshalve aan die jongere een nieuw werkleeraanbod.

Het college kan een aan de jongere gedaan werkleeraanbod intrekken of herzien, indien:

Voor een jongere die alleenstaande is, is de norm per kalendermaand:

Voor een jongere die alleenstaande ouder is, is de norm per kalendermaand:

Het college kan de norm, bedoeld in artikel 28, eerste, tweede en derde lid, verlagen voor zover de jongeren lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander.

Het college kan de norm, bedoeld in de artikelen 26, 27 en 28, of de toeslag, bedoeld in artikel 30, lager vaststellen voor zover de jongere lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm of de toeslag voorziet als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning.

Het college kan voor de jongere die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding, de norm of de toeslag, bedoeld in artikel 30, gedurende zes maanden na het tijdstip van die beëindiging lager vaststellen, indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

De jongere is verplicht:

Het college is verplicht, indien het bij de uitvoering van deze wet het gegronde vermoeden krijgt van een misdrijf dat is gepleegd ten nadele van een Nederlands of buitenlands uitvoeringsorgaan van de sociale verzekeringswetten of van een Nederlands of buitenlands overheidsorgaan, voor zover dit is belast met het verrichten van uitkeringen, het doen van verstrekkingen, dan wel het heffen van bijdragen, het betrokken orgaan hiervan in kennis te stellen.

Op verhaal van kosten van de inkomensvoorziening is paragraaf 6.5 van de Wet werk en bijstand van overeenkomstige toepassing.

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Wijzigt de Wet participatiebudget.

Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet.

Wijzigt de Algemene nabestaandenwet.

Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.

Wijzigt de Toeslagenwet.

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Wijzigt de Wet werk en inkomen kunstenaars.

Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Wijzigt de Ziektewet.

Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.

Wijzigt de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.

Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.

Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Wijzigt de Wet op het consumentenkrediet.

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Wijzigt de Wet kinderopvang.

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wijzigt de Wet inburgering.

Wijzigt deze wet.

Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen constateert, aan het college, nadat het gedurende acht weken in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen. In een aanwijzing wordt een termijn opgenomen waarbinnen het college de uitvoering in overeenstemming heeft gebracht met deze aanwijzing.

Met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.

De artikelen 79, 80 en 81 van de Wet werk en bijstand zijn van overeenkomstige toepassing.

Onze Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet investeren in jongeren.