Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 juli 2009, nr. VO/OK/135814, houdende de vaststelling van de screenings- en testinstrumenten ten behoeve van de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) en praktijkonderwijs (PrO) voor het schooljaar 2010−2011 (Regeling screenings- en testinstrumenten LWOO en PrO schooljaar 2010−2011)Regeling screenings- en testinstrumenten LWOO en PrO schooljaar 2010–2011De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 3, vierde lid, van het Besluit RVC’s en regionaal zorgbudget;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.M. vanBijsterveldt-Vliegenthart

De screenings- en testinstrumenten ten behoeve van de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs voor het schooljaar 2010–2011 worden vastgesteld conform de bijlage bij deze regeling.

Wijzigt de Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2009–2011.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling screenings- en testinstrumenten LWOO en PrO schooljaar 2010–2011.

De scores op de IQ-testen mogen niet ouder zijn dan twee jaar redenerend vanaf de datum van aanmelding bij de RVC-VO. Tenzij in de testhandleiding anders aangegeven hoeft men geen Flynn-correctie toe te passen. Wanneer leerlingen eind groep 7 naar het LWOO of PrO gaan (na doublure vanaf groep 3) mogen de intelligentietesten van groep 8 worden afgenomen.

Opmerkingen bij Criterium Intelligentie:

De commissie heeft er al diverse malen op gewezen dat men voorzichtig moet zijn met het gebruik van schriftelijk af te nemen klassikale tests ingeval er sprake is van een leerling met grote leerachterstanden (met name op begrijpend lezen) of bij onvoldoende beheersing van het Nederlands. Mede daarom is er een onderscheid aangebracht tussen een beoordeling per leerling-categorie1 , te weten LWOO dan wel PrO; voor (potentiële) PrO-leerlingen zijn de schriftelijke tests van een III of IV voorzien. Hoe te handelen zie ook de verantwoording op www.rvc-vo.nl.

Enkele nuanceringen zijn hier nog op zijn plaats:

De scores op de SE-testen mogen niet ouder zijn dan één jaar redenerend vanaf de aanmeldingsdatum bij de RVC-VO.

Volgens de Regeling worden alleen leerlingen met een IQ tussen de 90 en 120 geacht dergelijke vragenlijsten in te vullen. Opgemerkt wordt dat de schriftelijke zelfbeoordelingvragenlijsten veelal te moeilijk zijn voor leerlingen met grote leerachterstanden (en met name op het gebied van begrijpend lezen). Er worden beperkingen gesteld ten aanzien van het gebruik van zelfbeoordelingvragenlijsten door leerlingen. Leerlingen zijn met zelfbeoordelingsvragenlijsten voor SEP toetsbaar wanneer ze op Begrijpend Lezen het niveau halen van de gemiddelde leerling aan het eind van groep 6 of hoger. Wanneer deze leerling een begrijpend leesniveau heeft van een gemiddelde leerling in groep 6 moet de onderzoeker nagaan of een zelfbeoordelinglijst wel een juiste keuze is. Bij een begrijpend leesniveau in groep 3, 4 of 5 wordt sterk afgeraden een zelfbeoordelingvragenlijst te gebruiken voor de vaststelling van SE problematiek. Voor het persoonlijkheidsonderzoek kan de onderzoeker in dat geval gebruik maken van gegevens uit het onderwijskundig rapport, van beoordelingslijsten door ouders en/of leerkracht én van gegevens op basis van eigen waarneming.

2 Observatieschaal/screeningsinstrument. De test alleen gebruiken als onderdeel van een breder persoonlijkheidsonderzoek: naast deze test ook een ander instrument uit deze lijst gebruiken

3 Een vragenlijst voor docenten en voor leerlingen; men mag met een van beide volstaan, maar de voorkeur gaat uit naar een combinatie van beide lijsten

Opmerkingen bij Criterium Sociaal Emotionele problematiek:

De veranderingen in de lijst t.o.v. vorig jaar komen in het kort op het volgende neer:

Voor het weergeven van de leervorderingen wordt in principe altijd gevraagd om de meest recent afgenomen toetsen. Wanneer de leerling tussen 1-2-2010 tot en met 30-9-2011 wordt aangemeld, moeten de didactische toetsen in het schooljaar 2009/2010 of daarna zijn afgenomen. Bij aanmelding vóór 1-2-2010 mogen de gegevens van de didactische toetsen die in het onderwijskundig rapport worden gebruikt niet ouder zijn dan zes toetsmaanden (juli en augustus worden niet meegerekend). Uitzondering hierop is de Cito Toets Begrijpend lezen die een vast afnamemoment kent in de winter en slechts éénmaal per jaar kan worden afgenomen.

Alle leervorderingentoetsen die geschikt zijn voor groep 8 mogen ook gebruikt worden voor het didactisch toetsen van leerlingen in 1-VO. De DL is in dat geval 60 en dezelfde regels die voor groep 8 gelden ten aanzien van adaptief toetsen, gelden ook hier.

Bij jaargroep gebonden toetsen zoals van het CITO-leerlingvolgsysteem dienen de RVC’s uit te gaan van toetsen die aansluiten bij het werkelijke didactische niveau van de leerling. Dit betekent dat schoolverlaters op de basisschool soms toetsen moeten maken die in jaargroepen daarvoor gebruikt worden.

Kandidaten voor LWOO en PrO hebben leerachterstanden. De basisschool wordt aangeraden die leerlingen adaptief te toetsen. In een dergelijk geval neemt men toetsen af die de leerling qua niveau redelijk zou moeten kunnen maken. Een leerling met het niveau van groep 6 laat men niet ploeteren met de veel te moeilijke toets van groep 8. Het gebruik van de toets van groep 6 is kindvriendelijker en de score is betrouwbaarder.

Als men bij gebruik van de toetsen van groep 8 een score bereikt die 10 of meer DLE punten lager ligt dan waarvoor de toetsversie bedoeld is, moet men terugtoetsen. Als men bij het adaptief toetsen verkeerd geschat heeft en de uitslag 10 of meer DLE punten hoger of lager uitvalt, moet men doortoetsen of terugtoetsen.

Voorbeeld: Een leerling behaalt op de M5 toets een score van dle 36. U verwachtte op grond van uw M5 keuze een score tussen DLE 21 en DLE 30. Nu is het DLE 36 geworden (geen PrO score maar één die past bij LWOO). U legt ter nadere verifiëring van dit niveau nu de M6 of E6 toets voor om te zien waar het niveau dan op uitkomt. U voegt beide toetsscores toe aan het onderwijskundig rapport.

Ingeval van een M5 score maar nu met een tegenvallende score van bijvoorbeeld dle 15 moet u terug te toetsen of het bij deze leerling echt groep 4 niveau is in dit voorbeeld en wel met een E4 toets. Aan het eind van deze notitie is een tabel over hoe door- of terug- te toetsen opgenomen.

Bij deze werkwijze hoeft u niet drie keer door te toetsen. U kiest eerst op grond van uw verwachting. De eventueel tweede toets die u kiest sluit aan bij het op de test behaalde niveau. Die twee gegevens zullen bijna altijd voor elke RVC voldoende zijn. Wel is het van groot belang dat u precies de toetsinstructies van de betreffende toetshandleiding volgt.

Bovenstaande werkwijze voor toets keuze en het eventuele moeten doortoetsen is aan de orde bij de volgende toetsen:

4 Is de score lager dan het voorafgaande leerjaar dat u adaptief had gekozen, dan is het advies: neem de toets van het leerjaar waar de behaalde dle score naar verwijst. Dit kan twee of meer leerjaren lager worden als uw start niveau veel te hoog is geweest.

(zie: Toelichting bij de afname van leervorderingenonderzoek en de Toelichting bij het door- en terugtoetsen)

Opmerkingen bij de toetsen voor technisch lezen:

(zie: Toelichting bij afname leervorderingenonderzoek en de Toelichting bij het door- en terugtoetsen)

Wanneer een leerling bij de afname van de toets Technisch Lezen lager scoort dan DLE 20 is afname van een toets Begrijpend Lezen voor leerlingen die naar het PrO worden verwezen niet noodzakelijk.

Opmerkingen bij de toetsen voor begrijpend lezen:

(zie: Toelichting bij afname leervorderingenonderzoek en de Toelichting bij het door- en terugtoetsen)

Opmerkingen bij de toetsen voor Spelling:

(zie: Toelichting bij afname leervorderingen onderzoek en de opmerkingen over het door- en terugtoetsen)

Opmerkingen bij de instrumenten voor Rekenen: