Wet · BWBR0026178
Wijzigingswet Wet op de lijkbezorging
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is de Wet op de lijkbezorging te wijzigen, onder meer naar aanleiding van een evaluatie van de wet en van de wens te komen tot het terugdringen van de administratieve lasten, alsmede om bij onverklaard overlijden van minderjarigen nader onderzoek naar de doodsoorzaak mogelijk te maken;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage12 juni 2009BeatrixDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A. Th. B.Bijleveld-SchoutenDe Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch BallinDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,A.Klinkde achtentwintigste juli 2009De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch BallinWijzigt de Wet op de lijkbezorging.
Een gemeentelijke lijkschouwer die niet is ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 5 van de Wet op de lijkbezorging, kan tot drie jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Bb, als zodanig benoemd blijven.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.