Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 juli 2009, nr. HO&S/Prog/139873, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor het verzorgen van postinitiële masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs (Subsidieregeling postinitiële masteropleidingen hoger beroepsonderwijs)Subsidieregeling postinitiële masteropleidingen hoger beroepsonderwijsDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 2, eerste lid, juncto artikel 4, eerste lid, van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

In deze regeling wordt verstaan onder:

De Minister verstrekt subsidie met als doel:

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in 2010 € 10.452.000,– beschikbaar.

Vervallen

De hbo-master waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend, moet voldoen aan de volgende criteria:

Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander voor zover van toepassing naar rato van het aantal subsidieontvangers en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Vanaf het moment waarop de subsidie wordt verleend, zijn de volgende bepalingen van de wet van overeenkomstige toepassing:

De subsidie, bedoeld in artikel 7, tweede lid, wordt ambtshalve vastgesteld.

Het subsidiebedrag, zoals berekend in artikel 7, wordt uitgekeerd in een door de Minister te bepalen kasritme.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De regeling vervalt met ingang van 1 januari 2019.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling postinitiële masteropleidingen hoger beroepsonderwijs.

Niet opgenomen.

Bij advisering aan de staatssecretaris zal de CDHO als uitgangspunt nemen dat ingevolge artikel 6 van de Subsidieregeling de aanvraag moet voldoen aan een zevental criteria wil zij voor subsidie in aanmerking kunnen komen. Indien aan één of meerdere criteria niet (in voldoende mate) wordt voldaan, zal over de aanvraag geen positief advies uitgebracht worden. Het in voldoende mate voldoen houdt in geval van criterium c, d en f een beoordeling in van ten minste 6 punten op een schaal van 10. In geval van criterium b geldt een beoordeling van ten minste 3 punten op een schaal van 5 per deelcriterium, wil er sprake zijn van in voldoende mate voldoen aan dit (deel)criterium.

Voorts zal bij advisering een rangschikking worden gemaakt naar kwaliteit en de mate waarin voldaan is aan de criteria van artikel 6. Indien er na ranking van de aanvragen te veel aanvragen van hoge kwaliteit zijn kan de CDHO gelet op artikel 7 van de Subsidieregeling gevraagd worden een verdeling van de subsidieaanvragen te maken. Hierbij worden de geselecteerde aanvragen verdeeld over de prioritaire gebieden, instellingen en regio’s. Een dergelijk verzoek hiertoe zal mede afhangen van het aantal ingediende aanvragen, de mate waarin de voornemens vergelijkbaar zijn en de hoogte van het subsidiebedrag zoals door de minister zal worden vastgesteld.

De CDHO kan derhalve een rangschikking in haar advies aangeven, waaruit voortvloeit welke aanvragen volgens haar moeten worden gehonoreerd en welke niet, waarbij moet worden opgemerkt dat derhalve niet alle aanvragen die aan alle criteria van de Subsidieregeling voldoen, ook voor een positief advies subsidiering in aanmerking komen.

Art. 6 sub a. ‘De hbo-master beschikt over een van de onderstaande kwaliteitsoordelen van de NVAO: 1°. een positief besluit omtrent accreditatie als bedoeld in Art. 5a.9 van de wet dat niet van een eerdere datum is dan 1 januari 2007, of

Beoordeling: de CDHO stelt vast of de aanvraag ja dan nee is voorzien van een positief kwaliteitsoordeel van de NVAO.

Art. 6 sub b. ‘Er is vraag naar de hbo-master

Bij de aanvraag moet een arbeidsmarktonderzoek en een instroomonderzoek worden overgelegd.

In vergelijking met de overige criteria wordt aan criterium b meer gewicht gegeven in verband met de kernvraag die daaraan ten grondslag ligt: Is er vraag naar de hbo-master?

Voor de beoordeling van dit criterium zijn een viertal subcriteria te onderscheiden, waarvan er drie inhoudelijk zijn en er één kwalitatief is:

Beoordeling: voor elk van de vier subcriteria geldt een beoordelingsschaal van 1 tot en met 5 punten. De beoordeling is afhankelijk van de mate waarin de onderbouwing slaagt, respectievelijk de mate van kwaliteit van de overgelegde bewijzen.

Art. 6 sub c. ‘De betreffende beroepspraktijk kan op het moment van de subsidieaanvraag nog niet zelf in de financiering voorzien maar de subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de hbo-master binnen een termijn van maximaal 6 jaar zonder overheidsfinanciering verzorgd kan worden’.

Bij de aanvraag moet een plan van aanpak worden overgelegd, waaruit moet blijken dat aan dit criterium wordt voldaan.

Beoordeling: voor de beoordeling van dit criterium geldt een beoordelingsschaal van 1 tot en met 10 punten. De beoordeling is afhankelijk van de mate waarin het plan van aanpak overtuigt en het voornemen kan rekenen op de steun vanuit de beroepspraktijk.

Art. 6 sub d. ‘Het betreft een hbo-master op een of meer prioritaire terreinen, namelijk; Creative industries, Grotestedenproblematiek, Zorg, Plattelandsvernieuwing, Technologie (w.o. zorgtechnologie), Logistiek, Bouw’.

Beoordeling: voor de beoordeling van dit criterium geldt een beoordelingsschaal van 1 tot en met 10 punten. De beoordeling is afhankelijk van de mate waarin het voornemen toeziet op het prioritaire terrein.

Art. 6 sub e. ‘De inhoud van de hbo-master wordt mede vormgegeven vanuit een aan de desbetreffende hbo-master gerelateerde onderzoekseenheid van de hogeschool: de hbo-master is of wordt gerelateerd aan het aandachtsgebied van een of meer lectoraten van de betreffende hogeschool’.

Beoordeling: de CDHO stelt vast of de aanvraag ja dan nee voldoet aan deze voorwaarde.

Art. 6 sub f. ‘De hbo-master levert een bijdrage in het kader van het Leven Lang Leren voor studenten met werkervaring. Dit komt tot uitdrukking in de vormgeving van de hbo-master en in de eisen voor toelating tot de opleiding’.

Beoordeling: voor de beoordeling van dit criterium geldt een beoordelingsschaal van 1 tot en met 10 punten. De beoordeling is afhankelijk van de mate waarin uit de aanvraag blijkt dat de toegangseisen tot de opleiding specifiek gericht zijn op studenten met (2 tot 3 jaar) werkervaring.

Art. 6 sub g. ‘De hbo-master omvat de norm van 60 studiepunten, conform de studielast voor één studiejaar, of een lichte overschrijding daarvan’.

Beoordeling: een overschrijding tot 90 EC is toegestaan. De CDHO stelt vast of de aanvraag voldoet aan de norm van 60 studiepunten dan wel binnen de toegestane overschrijding van het aantal studiepunten blijft.