U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-05-2022.

Wet · BWBR0026338

Drinkwaterwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 18 juli 2009, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot de productie en distributie van drinkwater en de organisatie van de openbare drinkwatervoorziening (Drinkwaterwet)Drinkwaterwet Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het belang van een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening en in het belang van de volksgezondheid wenselijk is de bepalingen van de Waterleidingwet inzake de productie en distributie van drinkwater en de organisatie van de openbare drinkwatervoorziening aan te vullen, te verbeteren en te moderniseren en deze in een nieuwe wet onder te brengen, met inachtneming van richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330), en enige andere wetten in verband daarmee te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Tavarnelle18 juli 2009BeatrixDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. M.Cramer de derde september 2009De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

De zorg, overeenkomstig deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor een voldoende en duurzame uitvoering van de openbare drinkwatervoorziening binnen een distributiegebied berust bij de eigenaar van het drinkwaterbedrijf die bevoegd en, overeenkomstig artikel 8, verplicht is tot levering van drinkwater in dat gebied.

Het is verboden een rechtshandeling te verrichten, die tot gevolg heeft dat middellijk of onmiddellijk, alleen of tezamen met derden, door anderen dan een gekwalificeerde rechtspersoon geheel of gedeeltelijk zeggenschap wordt verkregen over een drinkwaterbedrijf of een deel daarvan, dan wel over de bedrijfsvoering van een drinkwaterbedrijf of een deel van die bedrijfsvoering.

Tot de rechtshandelingen, bedoeld in artikel 15, behoren in elk geval:

De bevoegdheid tot goedkeuring van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8 en 11, berust uitsluitend bij de algemene vergadering van een drinkwaterbedrijf.

Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel ter voorkoming of beperking van ernstig gevaar voor de volksgezondheid een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een regeling vaststellen van de in artikel 21, derde of vierde lid, 27, 28 of 29 bedoelde strekking. Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat deze in werking is getreden, of, indien binnen die periode een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Bij ministeriële regeling kan de geldigheidsduur van de regeling eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.

De eigenaar van een collectieve watervoorziening draagt er zorg voor dat het ontwerp en de staat van die collectieve watervoorziening alsmede de toestellen en leidingen die daarvan deel uitmaken en die middellijk of onmiddellijk zijn aangesloten op het leidingnet van een drinkwaterbedrijf of van een andere collectieve watervoorziening, dan wel op een collectief leidingnet, geen gevaar voor verontreiniging van dat leidingnet en van het door middel van die leidingen en toestellen aan consumenten of andere afnemers ter beschikking gestelde drinkwater kunnen opleveren.

De eigenaar van een collectief leidingnet verstrekt de daarop aangesloten consumenten en andere afnemers overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels informatie over maatregelen die zij moeten treffen ingeval het gebruik van het door hem geleverde water een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.

De eigenaar van een collectief leidingnet draagt er zorg voor dat het ontwerp en de staat van dat collectieve leidingnet alsmede de toestellen en leidingen die daarvan deel uitmaken en die middellijk of onmiddellijk zijn aangesloten op het leidingnet van een drinkwaterbedrijf of collectieve watervoorziening, dan wel op een ander collectief leidingnet, geen gevaar kunnen opleveren voor verontreiniging van dat andere leidingnet en van het door middel van de bedoelde toestellen en leidingen aan consumenten of andere afnemers ter beschikking gestelde drinkwater.

De eigenaar van een woninginstallatie of andere installatie, niet zijnde een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet, draagt er zorg voor dat de staat van die installatie en van de toestellen en leidingen die daarvan deel uitmaken en die middellijk of onmiddellijk zijn aangesloten op het leidingnet van een drinkwaterbedrijf of een collectieve watervoorziening, dan wel op een collectief leidingnet, geen gevaar kunnen opleveren voor verontreiniging van dat leidingnet of collectieve leidingnet en van het door middel van de bedoelde leidingen en toestellen aan consumenten en andere afnemers ter beschikking gestelde drinkwater.

De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt zorg voor de uitvoering van een analyse met betrekking tot het risico op verstoringen alsmede voor het actueel houden van die analyse.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere eisen gesteld ten aanzien van:

Het verslag, bedoeld in artikel 45, bevat ten minste gegevens over de kwaliteit van het drinkwater afkomstig van de voorzieningen die gemiddeld meer dan 1000 m3 drinkwater per dag leveren aan consumenten of andere afnemers of waarvan, gemeten over een periode van een jaar, gemiddeld meer dan 5000 personen per dag gebruik maken.

Ten behoeve van het verslag, bedoeld in artikel 45, verstrekken de eigenaren van drinkwaterbedrijven, collectieve watervoorzieningen en collectieve leidingnetten, voor zover daarmee drinkwater wordt geleverd aan consumenten of andere afnemers, aan Onze Minister op zijn verzoek de hun ter beschikking staande inlichtingen en gegevens, die Onze Minister voor het opstellen van dat verslag noodzakelijk acht.

De eigenaar van een drinkwaterbedrijf, respectievelijk collectieve watervoorziening of collectief leidingnet, geeft onmiddellijk kennis aan de inspecteur, respectievelijk de voor die watervoorziening of dat leidingnet krachtens artikel 48 aangewezen andere toezichthouder, van omstandigheden in verband met zijn drinkwaterbedrijf, respectievelijk collectieve watervoorziening of collectief leidingnet die, naar hij redelijkerwijze kan weten of vermoeden, gevaar of beletsel voor de naleving van artikel 21, 22 of 23, respectievelijk 25 of 26 dan wel 27, 28, 29 of 30 of van de daarop berustende bepalingen kunnen vormen.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid gegevens worden aangewezen die door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf op een bij of krachtens die maatregel aangegeven wijze worden verstrekt aan de inspecteur.

Indien de levering van drinkwater aan consumenten of andere afnemers naar het oordeel van de inspecteur gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren, kan hij die levering verbieden of slechts toestaan voor gebruik in door hem aan te geven gevallen, op een daarbij aan te geven wijze.

Hetgeen ten aanzien van de inspecteur of de eigenaar van een drinkwaterbedrijf is bepaald in de artikelen 51 en 52 en de daarop berustende bepalingen, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een op grond van artikel 48 aangewezen andere toezichthouder, respectievelijk de eigenaar van een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet, voor zover daarmee drinkwater wordt geleverd aan consumenten of andere afnemers.

Onze Minister kan in geval van buitengewone omstandigheden, zo mogelijk na overleg met de eigenaar van een drinkwaterbedrijf en zo lang als die omstandigheden dat vereisen, regels stellen of maatregelen treffen die hij redelijkerwijs nodig acht in het belang van de veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening.

Bij algemene maatregel van bestuur of, indien strekkend tot een goede uitvoering, bij regeling van Onze Minister, kunnen ter implementatie van internationale verplichtingen nadere regels worden gesteld omtrent de in deze wet geregelde onderwerpen.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Onteigeningswet.

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Wijzigt de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van hoofdstuk V in de praktijk.

Aan de in artikel 37, eerste lid, bedoelde verplichting wordt voor de eerste maal gevolg gegeven binnen ten hoogste één jaar nadat deze wet in werking is getreden.

Aan de in artikel 41, eerste lid, bedoelde verplichting wordt voor de eerste maal gevolg gegeven vóór een door Onze Minister te bepalen tijdstip.

Vervallen

Het Besluit bescherming waterleidingbedrijven 1989 wordt ingetrokken op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Drinkwaterwet.