Regeling · BWBR0026377

Besluit bodemmiddelen ISV-3

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 28 augustus 2009, houdende regels inzake de verdeling van aanvullend investeringsbudget onderscheidenlijk aanvullende middelen voor investeringsbudget voor bodem in het kader van het Investeringsbudget stedelijke vernieuwing 2010-2014 (Besluit bodemmiddelen ISV-3)Besluit bodemmiddelen ISV-3 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 4 juni 2009, nr. BJZ2009038745, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 18, eerste lid, van de Wet stedelijke vernieuwing;

De Raad van State gehoord (advies van 17 juni 2009, nr. W08.09.0195/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 24 augustus 2009, nr. BJZ2009048459, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage28 augustus 2009BeatrixDeMinistervoorWonen, Wijken en Integratie,E. E. van derLaande vijftiende september 2009De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

De gemeenten waaraan Onze Minister gedurende de periode 2010–2014 aanvullend investeringsbudget voor bodem kan verstrekken zijn:

Onze Minister verstrekt het aanvullend investeringsbudget onderscheidenlijk de aanvullende middelen voor investeringsbudget aan de in artikel 2 genoemde gemeenten en aan de provincies.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bodemmiddelen ISV-3.