Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Justitie van 9 november 2009, nr. 5602920/09, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en het College van procureurs-generaal ten aanzien van aangelegenheden van het openbaar ministerie die niet het beheer van het openbaar ministerie betreffen (Mandaatregeling niet-beheersaangelegenheden openbaar ministerie)Mandaatregeling niet-beheersaangelegenheden openbaar ministerie De Minister van Justitie,

Gelet op de artikelen 10:3, 10:9, eerste lid, en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag9 november 2009De Minister van Justitie, E.M.H.Hirsch Ballin

Aan het College wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de minister behorende aangelegenheden op het terrein van het openbaar ministerie, met uitzondering van:

Indien een krachtens mandaat te nemen besluit belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben, draagt het College zorg voor voorafgaande afstemming met de secretaris-generaal.

Ondermandaat door het College ten aanzien van:

kan worden verleend aan het hoofd van de afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken van het parket-generaal, die dit ondermandaat slechts één hiërarchisch niveau verder kan doorgeven.

Ondermandaat door het College ten aanzien van:

kan worden verleend aan de in artikel 6, eerste lid, onder a, bedoelde functionarissen, die dit ondermandaat slechts één hiërarchisch niveau verder kunnen doorgeven.

Het College rapporteert tenminste éénmaal per jaar aan de minister over de uitvoering van krachtens mandaat genomen beslissingen inzake het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 4:7, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit politiegegevens. Hiertoe registreert het College de gedurende het kalenderjaar bij het openbaar ministerie ingediende verzoeken en de daarop genomen beslissingen. Het rapport van het College bevat geen gegevens die tot individuele personen herleidbaar zijn.

Vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling genomen besluiten waarin in de Regeling OM-mandaat Wob, de Regeling machtiging klachtbehandeling College van procureurs-generaal 2003 en de Regeling machtiging klachtbehandeling Rijksrecherche verleende mandaten verder zijn doorgegeven, blijven van kracht voor zover zij niet strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze regeling, totdat op grond van deze regeling is voorzien in ondermandaat of het betrokken besluit wordt ingetrokken.

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt met mandaat onderscheidenlijk ondermandaat gelijkgesteld de verlening onderscheidenlijk doorgifte van:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling niet-beheersaangelegenheden openbaar ministerie.