Ministeriële regeling · BWBR0026796

Subsidieregeling goed gastouderschap kinderopvang 2010

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 november 2009, nr. WJZ/172902 (2709), houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van het volgen van een certificeringsprocedure door gastouders kinderopvang (Subsidieregeling goed gastouderschap kinderopvang 2010)Subsidieregeling goed gastouderschap kinderopvang 2010De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel d, juncto artikel 4, eerste lid, en artikel 10 van de Wet overige OCW-subsidies, alsmede artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S.A.M.Dijksma

In deze regeling wordt verstaan onder:

De minister verstrekt subsidie met als doel gastouders die op de datum van inwerkingtreding van deze regeling gastouder in de zin van de Wet kinderopvang zijn en als zodanig werkzaam zijn, in het jaar 2009 en 2010 tegemoet te komen in de kosten voor het kunnen voldoen aan de deskundigheidseisen op grond van de Wet kinderopvang zoals luidend met ingang van 1 januari 2010.

Subsidie als bedoeld in artikel 3 wordt uitsluitend verleend aan gastouderbureaus.

De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die worden verricht tot en met 30 september 2010.

De subsidie per gastouder bedraagt ten hoogste 75% van de werkelijke kosten van een certificeringsprocedure, met een maximum van 675 Euro.

De subsidie wordt op aanvraag verleend.

Bij de subsidieaanvraag worden overgelegd:

De minister beslist op een aanvraag als bedoeld in artikel 7 binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

Onverminderd de artikelen 4:5 en 4.35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de minister subsidieverlening weigeren indien:

De minister neemt binnen dertien weken na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag een beschikking op de aanvraag.

Het subsidiebedrag wordt binnen een maand na de subsidievaststelling uitbetaald aan de subsidieontvanger.

De minister kan de subsidie terugvorderen voor zover het betreft een gastouder die met gebruikmaking van de op grond van deze regeling ontvangen subsidie een certificaat goed gastouderschap heeft behaald, voor 1 oktober 2012 tevens een diploma van een uit ’s Rijks kas bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs heeft verkregen ten bewijze dat hij voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.

Aan het bestuur van BKK wordt mandaat verleend, met de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat en met inachtneming van het gestelde in artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, om op grond van deze regeling namens de minister besluiten te nemen over:

Het toezicht op de activiteiten die in het kader van deze regeling worden verricht, wordt uitgeoefend door de Inspectie van het onderwijs of andere door de minister aan te wijzen ambtenaren.

De minister kan voor bepaalde gevallen onderdelen van deze regeling buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling goed gastouderschap kinderopvang 2010.