U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2017.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Jeugd en Gezin van 17 december 2009, nr. JZ/LJ-2977004, houdende vaststelling van regels voor de rechtstreekse subsidiëring van het huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen of pleegkinderen van binnenschippers, kermisexploitanten en circusartiesten (Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan)Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaanDe Minister voor Jeugd en Gezin,

Gelet op de artikelen 3, 5 en 7 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Jeugd en Gezin, A.Rouvoet

De artikelen 8.2, eerste lid, en 10.1, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn niet van toepassing op een instellingssubsidie.

De minister kan aan een exploitant een instellingssubsidie verstrekken:

Voor de aanvraag van een instellingssubsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

De aanvraag van een instellingssubsidie bevat een opgave van het aantal kinderen, genoemd in artikel 5, eerste lid onder de letters A en D. Deze opgave gaat vergezeld van een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig een door de minister vastgesteld modelassurancerapport met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol.

Het belastbare inkomen, bedoeld in de artikelen 9, tweede lid, en 10, tweede lid, is het belastbare inkomen dat is vermeld op de belastingaanslag over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt.

De ouderbijdrage, bedoeld in de artikelen 9 en 10, is verschuldigd naar evenredigheid van het aantal schoolweken van het jaar dat het kind is geplaatst in een internaat of een pleeggezin.

De exploitant int de ouderbijdrage, bedoeld in de artikelen 9 en 10.

Met het toezicht op de naleving van de artikelen 14 en 15 zijn belast de ambtenaren van de inspectie jeugdzorg, bedoeld in artikel 9.1 van de Jeugdwet.

Vervallen

Indien bij de minister het vermoeden is gerezen dat artikel 18 niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.

Voor de aanvraag van de vaststelling van een instellingssubsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

Vervallen

De Subsidieregeling schippersinternaten vervalt met dien verstande dat die regeling van toepassing blijft ten aanzien van subsidies die op grond van die regeling zijn verstrekt.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2018 met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan.