Ministeriële regeling · BWBR0026996
Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder
Gelet op de artikelen 87b, vierde en vijfde lid, en 106, vierde lid, van de Wet geluidhinder en de artikelen 3.9 en 4.22 van het Besluit geluidhinder;
Besluiten:
’s-Gravenhage14 december 2009De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, J.M.CramerDe Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.EurlingsIn deze regeling wordt verstaan onder:
aantal maatregelpunten: aantal maatregelpunten bepaald overeenkomstig artikel 4;
aantal reductiepunten: aantal reductiepunten bepaald overeenkomstig artikel 5;
bronmaatregel: geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 1 en tabel 3, onder 1, van Bijlage 1;
cluster: geluidsgevoelig object of verzameling bijeengelegen geluidsgevoelige objecten, gelegen binnen de zone van een weg of spoorweg, die een relevante verlaging van de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg zou kunnen ondervinden van een aaneengesloten geluidbeperkende maatregel;
financieel doelmatig: de omstandigheid dat er geen overwegende bezwaren van financiële aard bestaan;
geluidbeperkende maatregel: maatregel of combinatie van maatregelen als bedoeld in de tabellen 1, 2 en 3 van Bijlage 1, voor zover toegepast onder de in die tabellen genoemde voorwaarden;
geluidsgevoelige objecten: woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen, geluidsgevoelige terreinen en woonwagenstandplaatsen;
geluidreductie: geluidreductie bepaald overeenkomstig artikel 7;
overdrachtsmaatregel: geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 2 van Bijlage 1;
situatie zonder maatregelen: situatie waarin
- a.
geen andere geluidbeperkende maatregelen aanwezig zijn, of
- b.
geen andere geluidbeperkende maatregelen aanwezig zijn dan
- 1.
op een rijksweg een wegdek met de akoestische kwaliteit van ZOAB, of
- 2.
bij een hoofdspoorweg voegloos spoor op betonnen dwarsliggers, tenzij overwegende bezwaren van technische aard zich tegen een dergelijke uitvoering verzetten.
- 1.
- a.
Indien deze regeling wordt toegepast in het kader van afdeling 3.2 of 4.3 van het Besluit geluidhinder, bestaat een cluster enkel uit de geluidsgevoelige objecten waarvoor een programma van maatregelen is opgesteld als bedoeld in artikel 89 van de Wet geluidhinder of artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder en de geluidsgevoelige objecten waar in het kader van de Nota Mobiliteit geluidbeperkende maatregelen overwogen worden.
Deze regeling is van toepassing in het kader van hoofdstuk VI, afdeling 2A en afdeling 3, en hoofdstuk VII, afdeling 2, van de Wet geluidhinder en afdeling 3.2 en afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder bij de afweging omtrent het nemen van geluidbeperkende maatregelen.
Een geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 1 en tabel 2 van Bijlage 1 is financieel doelmatig, indien het aantal maatregelpunten van de geluidbeperkende maatregel niet hoger is dan het aantal reductiepunten behorende bij het cluster waar de maatregel voor bedoeld is.
In afwijking van het eerste lid is een geluidbeperkende maatregel niet financieel doelmatig, indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat:
- a.
toepassing van de geluidbeperkende maatregel de grootste geluidreductie oplevert voor het cluster,
- b.
het aantal maatregelpunten voor deze maatregel hoger is dan het aantal maatregelpunten voor een andere geluidbeperkende maatregel die een gelijke of nagenoeg gelijke geluidreductie kan realiseren, en
- c.
in vergelijking met de andere maatregel de extra maatregelpunten niet in redelijke verhouding staan tot de extra geluidreductie die door het treffen van deze maatregel bereikt kan worden.
In afwijking van het eerste lid is een overdrachtsmaatregel niet financieel doelmatig indien deze maatregel een bestaande overdrachtsmaatregel zou vervangen, die:
- a.
naar verwachting bij de start van de uitvoering niet ouder dan tien jaar zal zijn;
- b.
niet ophoogbaar is, en
- c.
een bijna gelijke geluidreductie realiseert als de nieuw te treffen maatregel.
De financiële doelmatigheid van een maatregel als bedoeld in tabel 3 van Bijlage 1 kan worden bepaald door de werkelijke kosten van aanleg en onderhoud van de maatregel af te wegen tegen de geluidreductie die de maatregel kan realiseren en tegen het aantal geluidsgevoelige objecten in het cluster waar de maatregel voor bedoeld is.
Het aantal maatregelpunten van een geluidbeperkende maatregel wordt bepaald op grond van de in tabel 1 en tabel 2 van Bijlage 1 opgenomen maatregelpunten per eenheid.
Het aantal maatregelpunten, bedoeld in het eerste lid, omvat het totaal van de maatregelpunten van bestaande en van nieuw te treffen geluidbeperkende maatregelen ten opzichte van een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen.
Bij het toepassen van tabel 2 van Bijlage 1 wordt de hoogte van een geluidscherm bepaald ten opzichte van de bovenkant van het spoor of de kantstreep van de weg aan de zijde van het scherm.
Het aantal reductiepunten behorende bij een cluster wordt bepaald door de reductiepunten van alle geluidsgevoelige objecten in het cluster bij elkaar op te tellen.
Tabel 1 van Bijlage 2 bevat de reductiepunten van een woning op basis van de toekomstige geluidsbelasting op de woning vanwege een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen.
Ten behoeve van de toepassing van het tweede lid worden andere geluidsgevoelige objecten dan woningen omgerekend naar woningen, waarbij:
- a.
elke 15 strekkende meter geluidsbelaste gevel van een geluidsgevoelig gebouw per bouwlaag, wordt gelijkgesteld aan één woning;
- b.
elke 50 strekkende meter geluidsgevoelig terrein dat behoort bij een geluidsgevoelig gebouw, voor zover dat gebruikt wordt of bestemd is voor de in dat gebouw verleende zorg, in de lengte van de richting van de weg of spoorweg wordt gelijkgesteld aan één woning;
- c.
een woonwagenstandplaats wordt gelijkgesteld aan één woning.
Bij de toepassing van deze regeling worden in de eerste plaats bronmaatregelen in overweging genomen en in de tweede plaats de andere geluidbeperkende maatregelen, al dan niet in combinatie met bronmaatregelen, die achtereenvolgens leiden tot de meeste geluidreductie.
Overdrachtsmaatregelen, al dan niet in combinatie met bronmaatregelen, worden bij de toepassing van deze regeling uitsluitend in overweging genomen voor zover deze maatregelen strekken tot een geluidreductie van ten minste 5 dB op ten minste een geluidsgevoelig object in een cluster.
De geluidreductie is het verschil tussen de toekomstige geluidsbelasting, die door geluidsgevoelige objecten zou worden ondervonden vanwege een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen, en de toekomstige geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg in de situatie dat er geluidbeperkende maatregelen getroffen zijn.
Bij toepassing van het eerste lid wordt de waarde uit tabel 2 van Bijlage 2, die op de betreffende situatie van toepassing is, gehanteerd als toekomstige geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg in de situatie dat er geluidbeperkende maatregelen zijn getroffen, ingeval de berekende toekomstige geluidsbelasting in deze situatie lager is dan de waarde, genoemd in tabel 2 van Bijlage 2.
Deze regeling kan buiten toepassing blijven op de onderstaande besluiten, totdat deze onherroepelijk zijn geworden:
- a.
het vaststellen van een tracébesluit waarvan het ontwerp, respectievelijk een gewijzigd ontwerp als bedoeld in artikel 11, eerste lid, respectievelijk artikel 14, eerste lid, van de Tracéwet, is vastgesteld vóór de eerste dag van de derde kalendermaand volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling;
- b.
het vaststellen van een saneringsprogramma waarvoor voorbereidingssubsidie is verstrekt voor 1 januari 2009;
- c.
het vaststellen van een wegaanpassingsbesluit ten aanzien van de in de Bijlage, onder a, van de Spoedwet wegverbreding opgenomen projecten waarvan het ontwerpbesluit is vastgesteld vóór de eerste dag van de derde kalendermaand volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling;
- d.
het vaststellen van een saneringsprogramma waarvoor ten behoeve van het ontwerpprogramma toepassing is gegeven aan artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht vóór de eerste dag van de derde kalendermaand volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.
Deze regeling kan tevens buiten toepassing blijven op het vaststellen van een besluit of het doorlopen van een procedure voor de projecten genoemd in Bijlage III, totdat deze onherroepelijk zijn geworden respectievelijk zijn afgerond.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
omschrijving bronmaatregel | randvoorwaarden | maatregelpunten |
Weg | ||
wegdek Zeer Open Asfalt Beton | – voldoende verkeersintensiteit | – 4 per 10 m2 t.o.v. DAB |
– geen wringend of remmend verkeer | ||
– snelheid meer dan 70 km per uur | ||
wegdek 2-laags Zeer Open Asfalt Beton | – voldoende verkeersintensiteit | – 26 per 10 m2 t.o.v. DAB |
– geen wringend of remmend verkeer | – 22 per 10 m2 t.o.v. ZOAB | |
– snelheid meer dan 70 km per uur | ||
wegdek dunne deklaag | – snelheid niet boven 80 km per uur | – 13 per 10 m2 t.o.v. DAB |
– niet op kruisingen of rotondes | – 9 per 10 m2 t.o.v. ZOAB | |
spoorweg | ||
raildemper | – niet tegen wissels of voegen | – 46 per meter enkel spoor |
– alleen bij betonnen dwarsliggers | ||
betonnen dwarsliggers | – aanwezigheid ballastbed | – 45 per meter enkel spoor |
omschrijving overdrachtsmaatregel | voorwaarden | maatregelpunten | |
Weg | |||
Per strekkende meter bij een hoogte1 van: | |||
1 m | 53 | ||
2 m | 93 | ||
3 m | 133 | ||
4 m | 173 | ||
geluidscherm | niet van toepassing | 5 m | 212 |
6 m | 251 | ||
7 m | 289 | ||
8 m | 327 | ||
elke m hoogte boven 8 m | 44 | ||
geluidwal | – ruimtebeslag – grondgesteldheid | Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm | |
Per strekkende meter bij een hoogte1 van: | |||
1 m | 64 | ||
2 m | 112 | ||
3 m | 160 | ||
middenbermscherm | niet van toepassing | 4 m | 207 |
5 m | 254 | ||
6 m | 301 | ||
7 m | 347 | ||
8 m | 392 | ||
schermtop (T-top) | – op bestaand scherm passend; – passend in het profiel | 44 | |
spoorweg | |||
Per strekkende meter bij een hoogte1 van: | |||
1 m | 66 | ||
1,5 m | 89 | ||
geluidscherm | niet van toepassing | 2 m | 112 |
3 m | 155 | ||
4 m | 197 | ||
elke m hoogte boven 4 m | 42 | ||
geluidwal | – ruimtebeslag – grondgesteldheid | Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm | |
Per strekkende meter bij een hoogte1 van: | |||
1 m | 66 | ||
scherm tussen sporen | – niet bij wissels | 1,5 m | 89 |
2 m | 112 | ||
3 m | 155 | ||
4 m | 197 |
1 bepaald overeenkomstig artikel 4, derde lid.
Omschrijving maatregel | Voorwaarden |
1. bronmaatregelen | |
Aanpassen en vervangen van een spoorbrug | Niet van toepassing |
2. Overige maatregelen | |
Onttrekken van een woning aan de bestemming | Alleen mogelijk in het kader van sanering en alleen voor zover met andere maatregelen niet het beoogde resultaat kan worden behaald |
Toekomstige geluidsbelasting op een woning vanwege een weg (dB) | Toekomstige geluidsbelasting op een woning vanwege een spoorweg (dB) | Reductiepunten per woning |
48 | 55 | 0 |
49 | 56 | 1000 |
50 | 57 | 1300 |
51 | 58 | 1600 |
52 | 59 | 1900 |
53 | 60 | 2100 |
54 | 61 | 2400 |
55 | 62 | 2700 |
56 | 63 | 3000 |
57 | 64 | 3300 |
58 | 65 | 3600 |
59 | 66 | 3900 |
60 | 67 | 4100 |
61 | 68 | 4400 |
62 | 69 | 4700 |
63 | 70 | 5000 |
64 | 71 | 7800 |
65 | 72 | 8100 |
66 | 73 | 8300 |
67 | 74 | 8600 |
68 | 75 | 8900 |
69 | 76 | 9200 |
70 | 77 | 9500 |
71 | 78 | 9800 |
72 | 79 | 10100 |
73 | 80 | 10300 |
74 | 81 | 10600 |
75 | 82 | 10900 |
76 | 83 | 11200 |
77 | 84 | 11500 |
situatie | waarde weg | waarde spoorweg |
aanleg of aanpassing van een hoofdweg of hoofdspoorweg als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 2A, of hoofdstuk VII, afdeling 2, van de Wet | De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 2A, van de Wet | De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in hoofdstuk VII, afdeling 2, van de Wet. |
sanering op grond van hoofdstuk VI, afdeling 3, van de Wet en afdeling 3.1 en 4.3 van het Besluit geluidhinder | De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 3, van de Wet en afdeling 3.1 van het Besluit geluidhinder | De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder |
Type Besluit | Project | |
Wegen | ||
1 | WAB/MER | Rw9 Alkmaar–Uitgeest |
2 | WAB | Rw2 Maasbracht–Geleen (spitsstrook) |
3 | TB/MER | Rw28 Utrecht –Amersfoort |
4 | TB | Rw2 Oudenrijn–Everdingen |
5 | TB | A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam–Almere |
6 | TB/MER | N11 Leiden/Zoeterwoude–Alphen a/d Rijn |
7 | TB/MER | Rw2 Passage Maastricht |
8 | TB | Rw74 Venlo |
9 | TB | Rw4 Delft–Schiedam |
10 | TB | Rw12 Ede–Grijsoord |
11 | TB/MER | Rw12 Zoetermeer–Zoetermeer-Centrum |
12 | TN/MER | A9 Omlegging Badhoevedorp |
13 | TB/MER | Rw1/27 Utrecht–Hilversum–Amersfoort |
14 | TB | N33 Assen–Zuidbroek (zuid) |
15 | TB | Rw61 Hoek–Schoondijke |
16 | TB/MER | A29 Vaanplein Barendrecht |
17 | WAB/MER | A2/A27 Everdingen–Lunetten |
18 | TB/MER | A2 Den Bosch–Eindhoven |
19 | TB | A4 Dinteloord–Bergen op Zoom |
Spoorwegen | ||
1 | TB | OV SAAL |
2 | TB | Sporen in Den Bosch |
3 | TB | Vrije spoorkruising Amersfoort-West |
4 | SAN | Zeeuwse lijn |
WAB = wegaanleggingsbesluit
MER = Milieu-effectrapportage
TB = Tracébesluit
SAN= Saneringsprogramma