Ministeriële regeling · BWBR0026996
Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder
Gelet op de artikelen 87b, vierde en vijfde lid, en 106, vierde lid, van de Wet geluidhinder en de artikelen 3.9 en 4.22 van het Besluit geluidhinder;
Besluiten:
’s-Gravenhage14 december 2009De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, J.M.CramerDe Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.EurlingsIn deze regeling wordt verstaan onder:
bronmaatregel: geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 1 en tabel 3, onder 1, van Bijlage 1;
cluster: geluidsgevoelig object of verzameling bijeengelegen geluidsgevoelige objecten, gelegen binnen de zone van een weg of spoorweg, die een relevante verlaging van de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg zou kunnen ondervinden van een aaneengesloten geluidbeperkende maatregel;
geluidbeperkende maatregel: maatregel of combinatie van maatregelen als bedoeld in de tabellen 1, 2 en 3 van Bijlage 1, indien en voor zover toegepast onder de in die tabellen genoemde voorwaarden;
geluidsgevoelig object: woning, ander geluidsgevoelig gebouw, woonwagenstandplaats en ligplaats voor een woonschip;
geluidreductie: geluidreductie bepaald overeenkomstig artikel 7;
ligplaats voor een woonschip: ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen;
maatregelpunt: rekeneenheid waarin de kosten voor het treffen van een geluidbeperkende maatregel zijn uitgedrukt;
overdrachtsmaatregel: geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 2 van Bijlage 1;
reductiepunt: rekeneenheid waarin het budget van een cluster voor het treffen van geluidbeperkende maatregelen is uitgedrukt;
Saneringsobject: een geluidsgevoelig object waarvoor niet eerder een hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding is vastgesteld, dat is gelegen binnen de zone van een te wijzigen of verbreden hoofdweg of landelijke spoorweg op grond van de Tracéwet en waar de geluidsbelasting:
- a.
vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van de hoofdweg of de landelijke spoorweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van de woning of ander geluidsgevoelig gebouw op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de hoofdweg of binnen het tracé van de hoofdweg of de landelijke spoorweg gelegen wegen, hoger was dan 60 dB(A);
- b.
vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van de woning of aan de rand van het geluidsgevoelige terrein op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de landelijke spoorweg of binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen, hoger was dan 65 dB(A), of
- c.
vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van het andere geluidsgevoelige gebouw, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de landelijke spoorweg of binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen, hoger was dan 60 dB(A);
- a.
situatie zonder maatregelen: situatie waarin geen geluidbeperkende maatregelen aanwezig zijn en:
- a.
een weg een wegdek heeft met de akoestische kwaliteit van dicht asfaltbeton, dan wel het wegdek heeft dat feitelijk aanwezig is, indien dit tot een hogere geluidsbelasting leidt dan dicht asfaltbeton;
- b.
een spoorweg een bovenbouwconstructie heeft van langgelast spoor op houten dwarsliggers, dan wel de bovenbouwconstructie heeft die feitelijk aanwezig is indien deze tot een hogere geluidsbelasting leidt dan langgelast spoor op houten dwarsliggers;
- a.
woonwagenstandplaats: standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag.
Deze regeling berust mede op artikel 104a, vijfde lid, van de Wet geluidhinder.
Indien deze regeling wordt toegepast in het kader van afdeling 3.2 of 4.3 van het Besluit geluidhinder, bestaat een cluster enkel uit de geluidsgevoelige objecten waarvoor een programma van maatregelen is opgesteld als bedoeld in artikel 89 van de Wet geluidhinder of artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder.
Deze regeling is van toepassing in het kader van hoofdstuk VI, afdeling 3 en 7, van de Wet geluidhinder en afdeling 3.2 en afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder bij de afweging omtrent het nemen van geluidbeperkende maatregelen.
Een geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 1 en tabel 2 van Bijlage 1 is financieel doelmatig, indien het aantal maatregelpunten van de geluidbeperkende maatregel niet hoger is dan het aantal reductiepunten behorende bij het cluster waar de maatregel voor bedoeld is.
In afwijking van het eerste lid is een geluidbeperkende maatregel niet financieel doelmatig, indien naar het oordeel van de Minister van Infrastructuur en Milieu uit het akoestisch onderzoek blijkt dat:
- a.
toepassing van de geluidbeperkende maatregel de grootste geluidreductie oplevert voor het cluster,
- b.
het aantal maatregelpunten voor deze maatregel hoger is dan het aantal maatregelpunten voor een andere geluidbeperkende maatregel die een gelijke of nagenoeg gelijke geluidreductie kan realiseren, en
- c.
in vergelijking met de andere maatregel de extra maatregelpunten niet in redelijke verhouding staan tot de extra geluidreductie die door het treffen van deze maatregel bereikt kan worden.
In afwijking van het eerste lid is een overdrachtsmaatregel niet financieel doelmatig indien deze maatregel een bestaande overdrachtsmaatregel zou vervangen, die:
- a.
naar verwachting bij de start van de uitvoering niet ouder dan tien jaar zal zijn;
- b.
niet ophoogbaar is, en
- c.
een geluidreductie realiseert die vrijwel gelijk is aan de nieuw te treffen maatregel.
De financiële doelmatigheid van een maatregel als bedoeld in tabel 3 van Bijlage 1 kan worden bepaald door de werkelijke kosten van aanleg en onderhoud van de maatregel af te wegen tegen de geluidreductie die de maatregel kan realiseren en tegen het aantal geluidsgevoelige objecten in het cluster waar de maatregel voor bedoeld is.
Het aantal maatregelpunten van een geluidbeperkende maatregel wordt bepaald op grond van de in tabel 1 en tabel 2 van Bijlage 1 opgenomen maatregelpunten per eenheid.
Het aantal maatregelpunten, bedoeld in het eerste lid, omvat het totaal van de maatregelpunten van bestaande en van nieuw te treffen geluidbeperkende maatregelen ten opzichte van een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen.
Bij het toepassen van tabel 2 van Bijlage 1 wordt de hoogte van een geluidscherm bepaald ten opzichte van de bovenkant van het spoor of de kantstreep van de weg aan de zijde van het scherm.
Het aantal reductiepunten behorende bij een cluster wordt bepaald door het optellen van de reductiepunten per woning, die overeenkomstig het tweede en derde lid worden gegenereerd door alle geluidsgevoelige objecten in het cluster.
Het aantal reductiepunten per woning op basis van de hoogste toekomstige geluidsbelasting op de woning vanwege een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen is opgenomen in tabel 1 van Bijlage 2.
Bij toepassing van deze regeling in het kader van afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder wordt in tabel 1 van bijlage 2 in plaats van de getallen 1000 tot en met 3000 telkens gelezen: 0
Bij de toepassing van deze regeling worden achtereenvolgens in overweging genomen:
- a.
bronmaatregelen, en
- b.
andere geluidbeperkende maatregelen, al dan niet in combinatie met bronmaatregelen, die leiden tot de meeste geluidreductie.
Overdrachtsmaatregelen, al dan niet in combinatie met bronmaatregelen, worden bij de toepassing van deze regeling uitsluitend in overweging genomen voor zover deze maatregelen leiden tot een afname van de geluidsbelasting van ten minste 5 dB op ten minste een geluidsgevoelig object in een cluster.
De geluidreductie is het verschil tussen de toekomstige geluidsbelasting, die door geluidsgevoelige objecten zou worden ondervonden vanwege een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen, en de toekomstige geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg in de situatie dat er geluidbeperkende maatregelen getroffen zijn.
Indien de berekende toekomstige geluidsbelasting, in de situatie dat er geluidbeperkende maatregelen zijn getroffen, lager is dan de waarde in tabel 2 van Bijlage 2, wordt bij toepassing van het eerste lid de waarde uit tabel 2 van Bijlage 2, die op de betreffende situatie van toepassing is, gehanteerd als toekomstige geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg.
Bij de toepassing van artikel 5, tweede lid, artikel 7, eerste lid, en tabel 1 van bijlage 2 wordt gelijkgesteld aan een woning:
- a.
elke vijftien strekkende meter geluidsbelaste gevel van een ander geluidsgevoelig gebouw, per bouwlaag;
- b.
een woonwagenstandplaats;
- c.
een ligplaats voor een woonschip.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
In deze bijlage wordt verstaan onder D: de lengte van het deel van de loodlijn vanuit een geluidsgevoelig object naar een weg, respectievelijk een spoorweg, dat eindigt op de dichtstbijzijnde rand van de wegdekverharding, respectievelijk de dichtstbijzijnde spoorstaaf.
Omschrijving bronmaatregel | Randvoorwaarden | Maatregelpunten |
Weg | ||
Stille elementverharding | – enkel bij sanering | 3 per 10 m2 t.o.v. elementverharding |
Dicht Asfalt Beton (DAB) | – enkel bij sanering | 5 per 10 m2 t.o.v. elementverharding |
Steenmastiekasfalt (SMA) | – enkel bij sanering | 5 per 10 m2 t.o.v. DAB |
Wegdek: Zeer Open Asfalt Beton (ZOAB) | – voldoende verkeersintensiteit – geen wringend of remmend verkeer – snelheid meer dan 70 km per uur | 4 per 10 m2 t.o.v. DAB |
Wegdek: 2-laags Zeer Open Asfalt Beton | – voldoende verkeersintensiteit – geen wringend of remmend verkeer – snelheid meer dan 70 km per uur | 26 per 10 m2 t.o.v. DAB 22 per 10 m2 t.o.v. ZOAB |
Wegdek: Dunne deklaag | – niet op kruisingen of rotondes | 13 per 10 m2 t.o.v. DAB 9 per 10 m2 t.o.v. ZOAB 16 per 10 m2 t.o.v. elementverharding |
Spoorweg | ||
Raildemper | – niet tegen wissels of voegen – bij houten dwarsliggers indien toestemming is verkregen van de beheerder – De afstand waarover raildempers worden aangelegd is ten minste 50 meter per spoor. – Onverminderd het derde gedachtestreepje is de afstand per spoor waarover raildempers worden aangelegd ten minste twee maal D, berekend vanuit het in het cluster, waarvoor de raildempers worden overwogen, gelegen geluidsgevoelige object dat het dichtst bij een spoorstaaf ligt. Van deze eis kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – In afwijking van het vierde gedachtestreepje is bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder de afstand per spoor waarover raildempers worden aangelegd zodanig dat:
Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. | 29 per meter enkel spoor |
Omschrijving overdrachtsmaatregel | Randvoorwaarden | Maatregelpunten | |
Weg | |||
Geluidscherm | – Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de lengte van een geluidscherm zodanig dat dit geluidscherm ten minste: 1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van het geluidscherm wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de weg loopt, doorsnijdt, en 2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte vier maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt. Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de hoogte van het geluidscherm ten hoogste 8 meter. – Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder, in een situatie waarbij een bestaand geluidscherm of een bestaande geluidwal wordt vervangen: 1. is het nieuwe geluidscherm ten minste 3 meter hoger dan het bestaande geluidscherm of de bestaande geluidwal, en 2. staan, in vergelijking met een geluidscherm dat 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor het nieuwe geluidscherm in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van dat scherm. | Per strekkende meter bij een hoogte1 van: | |
1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m | 53 93 133 173 212 251 289 327 44 | ||
Geluidwal | – Ruimtebeslag. – Grondgesteldheid. – Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de lengte van een geluidwal zodanig dat deze geluidwal ten minste: 1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van een geluidwal wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de weg loopt, doorsnijdt, en 2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte vier maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt. Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de hoogte van de geluidwal ten hoogste 8 meter. – Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder, in een situatie waarbij een bestaand geluidscherm of een bestaande geluidwal wordt vervangen: 1. is de nieuwe geluidwal ten minste 3 meter hoger dan het bestaande geluidscherm of de bestaande geluidwal, en 2. staan, in vergelijking met een geluidwal die 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor de nieuwe geluidwal in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van die geluidwal. | Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm | |
Middenbermscherm | – Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de lengte van een middenbermscherm zodanig dat dit scherm ten minste: 1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van het middenbermscherm wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de weg loopt, doorsnijdt, en 2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte vier maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt. Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de hoogte van het middenbermscherm ten hoogste 8 meter. – Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder in een situatie waarbij een bestaand middenbermscherm wordt vervangen: 1. is het nieuwe middenbermscherm ten minste 3 meter hoger dan het bestaande middenbermscherm, en 2. staan, in vergelijking met een middenbermscherm dat 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor het nieuwe middenbermscherm in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van dat middenbermscherm. | Per strekkende meter bij een hoogte van: | |
1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m | 64 112 160 207 254 301 347 392 | ||
Schermtop (T-top) | – Op bestaand scherm passend. – Passend in het profiel. | Per strekkende meter: | 44 |
Spoorweg | |||
Geluidscherm | – Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de lengte van een geluidscherm zodanig dat dit scherm ten minste: 1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van het geluidscherm wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de spoorweg loopt, doorsnijdt, en 2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte twee maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt. Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de hoogte van het geluidscherm ten hoogste 5 meter. – Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder in een situatie waarbij een bestaand geluidscherm of een bestaande geluidwal wordt vervangen: 1. is het nieuwe geluidscherm ten minste 2 meter hoger dan het bestaande geluidscherm of de bestaande geluidwal, en 2. staan, in vergelijking met een geluidscherm dat 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor het nieuwe geluidscherm in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van dat geluidscherm. | Per strekkende meter bij een hoogte van: | |
1 m 1,5 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m | 83 87 92 122 148 173 198 223 248 25 | ||
Geluidwal | – Ruimtebeslag. – Grondgesteldheid. – Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de lengte van een geluidwal zodanig dat die geluidwal ten minste: 1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van de geluidwal wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de spoorweg loopt, doorsnijdt, en 2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte twee maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt. Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de hoogte van de geluidwal ten hoogste 5 meter. – Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder in een situatie waarbij een bestaand geluidscherm of een bestaande geluidwal wordt vervangen: 1. is de nieuwe geluidwal ten minste 2 meter hoger dan het bestaande geluidscherm of de bestaande geluidwal, en 2. staan, in vergelijking met een geluidwal die 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor de nieuwe geluidwal in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van die geluidwal. | Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm | |
Scherm tussen sporen | – Niet bij wissels. – Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de lengte van een scherm tussen sporen zodanig dat dit scherm ten minste: 1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van het scherm tussen sporen wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de spoorweg loopt, doorsnijdt, en 2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte twee maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt. Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de hoogte van het scherm tussen sporen ten hoogste 5 meter. – Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder in een situatie waarbij een bestaand scherm tussen sporen wordt vervangen: 1. is het nieuwe scherm tussen sporen ten minste 2 meter hoger dan het bestaande scherm, en 2. staan, in vergelijking met een scherm tussen sporen dat 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor het nieuwe scherm tussen sporen in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van dat scherm tussen sporen. | Per strekkende meter bij een hoogte van: | |
1 m 1,5 m 2 m 3 m 4 m 5 m | 83 87 92 122 148 173 |
1 Bepaald overeenkomstig artikel 4, derde lid.
Omschrijving maatregel | Voorwaarden |
1. bronmaatregelen | |
Aanpassen en vervangen van een spoorbrug | Niet van toepassing |
2. Overige maatregelen | |
Onttrekken van een woning aan de bestemming | Alleen mogelijk in het kader van sanering en alleen voor zover met andere maatregelen niet het beoogde resultaat kan worden behaald |
Toekomstige geluidsbelasting op een woning vanwege een weg (dB) | Toekomstige geluidsbelasting op een woning vanwege een spoorweg (dB) | Reductiepunten per woning |
48 | 55 | 0 |
49 | 56 | 1000 |
50 | 57 | 1300 |
51 | 58 | 1600 |
52 | 59 | 1900 |
53 | 60 | 2100 |
54 | 61 | 2400 |
55 | 62 | 2700 |
56 | 63 | 3000 |
57 | 64 | 3300 |
58 | 65 | 3600 |
59 | 66 | 3900 |
60 | 67 | 4100 |
61 | 68 | 4400 |
62 | 69 | 4700 |
63 | 70 | 5000 |
64 | 71 | 7800 |
65 | 72 | 8100 |
66 | 73 | 8300 |
67 | 74 | 8600 |
68 | 75 | 8900 |
69 | 76 | 9200 |
70 | 77 | 9500 |
71 | 78 | 9800 |
72 | 79 | 10100 |
73 | 80 | 10300 |
74 | 81 | 10600 |
75 | 82 | 10900 |
76 | 83 | 11200 |
77 | 84 | 11500 |
Situatie | Waarde weg | Waarde spoorweg |
Aanleg, reconstructie of wijziging van een weg of spoorweg als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 7, van de Wet geluidhinder ten aanzien van andere geluidsgevoelige objecten dan die zijn gemeld op grond van artikel 89 van de Wet geluidhinder | De voor bedoelde objecten ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 4, van de Wet geluidhinder en artikel 3.1 van het Besluit geluidhinder | De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in paragraaf 4.2.2 van het Besluit geluidhinder |
Wijziging of reconstructie van een weg of spoorweg als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 7, van de Wet geluidhinder, ten aanzien van geluidsgevoelige objecten die zijn gemeld op grond van artikel 89 van de Wet geluidhinder | De geluidsbelasting van de gevel van de saneringsobjecten, in de situatie dat er voor deze saneringsobjecten financieel doelmatige geluidbeperkende maatregelen zouden zijn getroffen op grond van hoofdstuk VI, afdeling 3, van de Wet geluidhinder en afdeling 3.2 van het Besluit geluidhinder | De geluidsbelasting van de gevel onderscheidenlijk aan de grens van de saneringsobjecten, in de situatie dat er voor deze saneringsobjecten financieel doelmatige geluidbeperkende maatregelen zouden zijn getroffen op grond van afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder |
Sanering op grond van hoofdstuk VI, afdeling 3, van de Wet geluidhinder en afdeling 3.1 en 4.3 van het Besluit geluidhinder | De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 3, van de Wet geluidhinder en afdeling 3.1 van het Besluit geluidhinder | De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder |
Wijziging van een spoorweg als bedoeld in artikel 4.7 van het Besluit geluidhinder, ten aanzien van geluidsgevoelige objecten die zijn gemeld op grond van artikel 4.17 van het Besluit geluidhinder | N.v.t. | De geluidsbelasting van de gevel onderscheidenlijk aan de grens van de gemelde objecten, in de situatie dat er voor deze objecten financieel doelmatige geluidbeperkende maatregelen zouden zijn getroffen op grond van afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder |
Wijziging van een spoorweg als bedoeld in artikel 4.7 van het Besluit geluidhinder, ten aanzien van andere geluidsgevoelige objecten dan die zijn gemeld op grond van artikel 4.17 van het Besluit geluidhinder | N.v.t. | De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in paragraaf 4.2.2 van het Besluit geluidhinder |
Type Besluit | Project | |
Wegen | ||
1 | WAB/MER | Rw9 Alkmaar–Uitgeest |
2 | WAB | Rw2 Maasbracht–Geleen (spitsstrook) |
3 | TB/MER | Rw28 Utrecht –Amersfoort |
4 | TB | Rw2 Oudenrijn–Everdingen |
5 | TB | A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam–Almere |
6 | TB/MER | N11 Leiden/Zoeterwoude–Alphen a/d Rijn |
7 | TB/MER | Rw2 Passage Maastricht |
8 | TB | Rw74 Venlo |
9 | TB | Rw4 Delft–Schiedam |
10 | TB | Rw12 Ede–Grijsoord |
11 | TB/MER | Rw12 Zoetermeer–Zoetermeer-Centrum |
12 | TB | A9 Omlegging Badhoevedorp |
13 | TB/MER | Rw1/27 Utrecht–Hilversum–Amersfoort |
14 | TB | N33 Assen–Zuidbroek (zuid) |
15 | TB | Rw61 Hoek–Schoondijke |
16 | TB/MER | A29 Vaanplein Barendrecht |
17 | WAB/MER | A2/A27 Everdingen–Lunetten |
18 | TB/MER | A2 Den Bosch–Eindhoven |
19 | TB | A4 Dinteloord–Bergen op Zoom |
20 | OTB/MER | A12 Gouda – Woerden |
21 | OTB/MER | A12 Woerden – Ouderijn |
22 | OTB/MER | A27 Lunetten – Rijnsweerd |
Spoorwegen | ||
1 | TB | OV SAAL |
2 | TB | Sporen in Den Bosch |
3 | TB | Vrije spoorkruising Amersfoort-West |
4 | SAN | Zeeuwse lijn |
WAB = wegaanleggingsbesluit
MER = Milieu-effectrapportage
TB = Tracébesluit
SAN= Saneringsprogramma