Wijzigingen Officiële bron
Besluit van het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren van 29 oktober 2009 houdende bestrijdingsmaatregelen tegen de uitbraak van infectieuze coryza en Salmonella Gallinarum bij pluimvee (Interim-Besluit bestrijding infectieuze coryza en Salmonella Gallinarum bij pluimvee (PPE) 2009)Interim-Besluit bestrijding infectieuze coryza en Salmonella Gallinarum bij pluimvee (PPE) 2009Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren;

Gelet op artikel 8 van de Verordening productie van en handel in broedeieren en levend pluimvee 2003;

Gehoord het advies van de Adviescommissie pluimveegezondheidszorg,

Besluit:

Zoetermeer29 oktober 2009J.J.RamekersvoorzitterB.M.Dellaertsecretaris

Dit besluit hanteert de begripsbepalingen zoals vastgesteld in artikel 1 van de Verordening productie van en handel in broedeieren en levend pluimvee 2003 en verstaat voorts onder:

De voorzitter kan de ondernemer adviseren tot vaccinatie tegen infectieuze coryza van door hem gehouden kippen, kalkoenen of eenden.

De voorzitter kan ondernemers adviseren bij het vervoer van kippen, kalkoenen, eenden of mest maatregelen toe te passen ter preventie en bestrijding van Salmonella Gallinarum of infectieuze coryza.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Interim-Besluit bestrijding infectieuze coryza en Salmonella Gallinarum bij pluimvee (PPE) 2009).

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Algemene maatregelen ter preventie van insleep Salmonella Gallinarum (SG) op legbedrijven

Algemene hygiënemaatregelen

Wat te doen bij klinische verschijnselen?

Houd er rekening mee dat de door SG veroorzaakte uitval de normen van de meldingsplicht kan overschrijden. Raadpleeg dan uw dierenarts en meld het probleem bij het centrale meldnummer van VWA.

Het klinische beeld van SG is niet uniek voor deze ziekte.

Bijvoorbeeld:

Uitsluitsel kan verkregen worden door bacteriologisch onderzoek. Wij raden u daarom aan om in geval van verdenking, in overleg met uw dierenarts, dieren (levende, maar ook meerdere recent overleden hennen) op te sturen naar GD voor sectie.

Bedenk dat het standaard Salmonella onderzoek, de zogenaamde Branchemethode, zoals wordt toegepast bij het onderzoek van overschoentjes de SG-bacterie niet aantoont.

In afwachting van de uitslag raden wij u aan alle benodigde hygiënemaatregelen in acht te nemen om verspreiding van de bacterie tegen te gaan. Als wij SG vinden bij de door u opgestuurde dieren, dan krijgt u in eerste instantie een sectie uitslag waarop staat dat er een "onbewegelijke Salmonella uit groep D" is gevonden. Dit betekent dat er een hele grote kans is dat uw dieren met SG besmet zijn. Verdere typering wordt uitgevoerd door het RIVM, maar op de uitslag van dat onderzoek moet u zeker niet wachten. Wij raden u aan om vanaf dit moment zo spoedig mogelijk contact op te nemen met uw dierenarts. Als leidraad voor mogelijke acties kunt u kijken naar ons hoofdstuk "wat te doen na het aantonen van de besmetting in uw koppel?".

Wat te doen na het aantonen van de besmetting in een koppel?

Vervolgaanpak geconstateerde SG besmetting op legbedrijven na afvoer van de dieren.

Neem, als u dat al niet eerder had gedaan, contact met uw bedrijfsdierenarts (een door de KNMvD erkend pluimveedierenarts om een plan van aanpak door te spreken.

Reiniging en desinfectie dienen zeer uitvoerig te gebeuren. SG is normaal gevoelig voor de algemeen gebruikte desinfectiemiddelen, maar wordt hier gemakkelijk tegen beschermd door organische materialen zoals mest. Na nat reinigen kan de desinfectie het best uitgevoerd worden door een erkend servicebedrijf.

Ongediertebestrijding, door een hierin gespecialiseerd bedrijf, is belangrijk. Doordat SG zeer lang in mest en ongedierte (o.a. ratten en muizen, maar ook bloedluis) kan overleven, is het belangrijk om niet enkel de stal, maar ook de omgeving van de stal van deze twee componenten vrij te maken.

In geval er sprake is van een uitloop dan dient ook deze zo goed mogelijk opgeruimd, gereinigd en ontsmet te worden, bijvoorbeeld door de gehele uitloop meerdere malen om te zetten en te behandelen met kalk.

Controle op reiniging en desinfectie wordt het best uitgevoerd door een erkende HOSOWO instantie. Het is belangrijk om met deze instantie te overleggen dat er onderzoek uitgevoerd wordt waarmee SG aangetoond kan worden. De meest gebruikte kweekmethode voor oa Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium (de zgn "Branche methode") is hiervoor niet geschikt.

Het volgende koppel dient volgens voorschrift van de vaccinfabrikant geënt te zijn tegen SG. Dit betekent een dubbele injectie enting, met 6 weken tussentijd, waarvan de laatste enting tenminste 2 weken voor transport naar het legbedrijf toegediend is. Aan koppels die opgezet worden op een bedrijf waar een verhoogd risico is voor besmetting kan daarnaast nog een extra enting met dode entstof tegen Salmonella Enteritidis (In Nederland geregistreerd: Salenvac van Intervet SPAH) gegeven worden. Van dit soort vaccins wordt verwacht dat zij een versterkend effect op een levende SG9R vaccinatie kunnen hebben. Door tijdens de legperiode iedere 12 weken te hervaccineren tegen SG kan de bescherming van het vaccin uit de opfok tot het eind van de productieronde in stand gehouden worden. Overweeg bij de keuze voor een koppel dat niet alle kippenrassen even gevoelig lijken te zijn aan de ziekte (sinds 2002 is SG in Nederland door de GD enkel bij bruine leghennen vastgesteld).

Algemene maatregelen ter preventie van insleep Coryza op legbedrijven.

Algemene hygiënemaatregelen

Wat te doen als u vermoedt dat uw hennen besmet zijn?

Omdat een met Coryza geïnfecteerd koppel levenslang besmet is, heeft ook een subklinische (dus zonder ziekte) infectie een groot effect op uw bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld op de beslissing om te ruien of een ruikoppel aan te voeren. Het is dus van groot belang om een correcte diagnose te kunnen stellen. U leest hier meer daarover op de GD website.

Wat te doen na het aantonen van de besmetting in een koppel?

Houdt er rekening mee dat, ongeacht de behandeling of aanpak, de bacterie levenslang aanwezig blijft in eenmaal besmette koppels. Het opnieuw opflakkeren van de ziekte blijft bij deze koppels steeds mogelijk!

Vervolgaanpak geconstateerde Coryzabesmetting op legbedrijven na afvoer van de dieren.

Neem, als u dat al niet eerder had gedaan, contact met uw bedrijfsdierenarts (een door de KNMvD erkend pluimveedierenarts dit wordt mogelijk op korte termijn een verplichting vanuit het PPE) om een plan van aanpak door te spreken.

Het is wenselijk de stal na het ruimen van de dieren af te sluiten en gedurende 3 dagen niet te betreden.

Op een éénleeftijdbedrijf kan de reiniging en desinfectie na deze periode op de standaard wijze uitgevoerd worden. Op een meerleeftijdenbedrijf is het goed mogelijk dat de bacterie ook aanwezig is in de andere stal(len). Op dit soort bedrijven kan het zeer moeilijk zijn om de bacterie kwijt te raken. Het nieuw te plaatsen koppel dient in de opfok tweemaal tegen Coryza gevaccineerd te zijn.

Voor koppels die een reëel risico op besmetting lopen wordt geadviseerd deze te vaccineren. Het gaat hierbij, naast bovengenoemde situatie, om:

Vanwege de beperkte beschikbaarheid van het vaccin wordt voorlopig de volgende prioritering aangehouden:

Hoogste prioriteit: Opfok bestemd voor besmette bedrijven met meer leeftijden.

Gevolgd door: Opfok bestemd voor uitloopbedrijven binnen de 3km gebieden.

Het ruien van besmette koppels wordt sterk afgeraden, ook als de dieren geen tekenen van ziekte vertonen.