U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 26-03-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0027413

Mandaatbesluit BZK 2009

Wijzigingen Officiële bron
Mandaatbesluit BZK 2009Mandaatbesluit BZK 2009De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de Algemene wet bestuursrecht;

Mede gelet op de Comptabiliteitswet 2001 en het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996;

Mede gelet op het Koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de Secretaris-generaal;

Vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E.M.H.Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijk gesteld de verlening van:

Mandaat wordt niet verleend met betrekking tot:

Aan de Secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die, gelet op het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de Secretaris-generaal, behoren tot het werkterrein van de Secretaris-generaal en die onverminderd dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan de Minister.

Onverminderd dit besluit heeft het mandaat van de Secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

Het mandaat van de Secretaris-generaal is niet van toepassing op het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot beslissingen ten aanzien van de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst, voor zover deze samenhangen met de taken, genoemd in paragraaf 3.7 van het Organisatiebesluit BZK 2009.

De Secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, na advies van de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, de directeur Financieel-Economische Zaken en de directeur Personeel en Organisatie.

De Secretaris-generaal is bevoegd om de directeur-generaal Veiligheid, ten aanzien van aangelegenheden met betrekking tot het Korps Landelijke Politiediensten in de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Secretaris-generaal te laten treden.

Aan het diensthoofd wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het diensthoofd en die, onverminderd dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een hoger bevoegd gezag.

Onverminderd dit besluit, heeft het mandaat van het diensthoofd in ieder geval betrekking op:

Het mandaat van de directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties omvat tevens:

Het mandaat van de directeur-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk omvat tevens de leiding van het overleg met de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel, genoemd in het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Het mandaat van de directeur-generaal Veiligheid omvat tevens:

Ten aanzien van het mandaat van de directeur-generaal Veiligheid met betrekking tot het beheer van het Korps Landelijke Politiediensten geldt het volgende:

Het mandaat van het diensthoofd is niet van toepassing op het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot:

Het diensthoofd verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, in overeenstemming met de Secretaris-generaal en na advies van de directeur Financieel-Economische Zaken en de directeur Personeel en Organisatie.

Aan de directeur wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur en die, onverminderd dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een hoger bevoegd gezag.

Onverminderd dit besluit, heeft het mandaat van de directeur in ieder geval betrekking op:

De directeur Bedrijfsvoering is met inachtneming van dit besluit bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen met betrekking tot het aangaan van (raam)overeenkomsten inzake departementale inkoop voor bewaking en beveiliging, bedrijfshulpverlening, schoonmaak, vervoer, groenvoorziening, catering en informatie- en communicatietechnologie.

De directeur Financieel-Economische Zaken is bevoegd:

De directeur Personeel en Organisatie is met inachtneming van dit besluit bevoegd:

De directeur Communicatie en Informatie is met inachtneming van dit besluit bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen met betrekking tot het aangaan van raamovereenkomsten inzake de inzet van media ten behoeve van departementale voorlichting en communicatie.

De rechtstreeks onder de directeur ressorterende leidinggevenden zijn, voor zover door de directeur met toepassing van artikel 5.9, eerste lid, niet anders is bepaald, ten aanzien van de onder hen ressorterende functionarissen bevoegd tot:

De uitoefening van een mandaat, geschiedt met inachtneming van:

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de Minister, de Secretaris-generaal of het diensthoofd over de doorverlening van zijn mandaat.

Wijziging van dit besluit geschiedt op initiatief van de directeur Personeel en Organisatie na advies van de directeur Financieel-Economische Zaken en de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin dit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2009.

Het Mandaatbesluit BZK 2008 wordt ingetrokken.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit BZK 2009.